Voetbal Leonid Sloetski

Sloetski: ‘Het kan toch niet dat België boven Nederland staat?’

Het totaalvoetbal van Rinus Michels opende voor Leonid Sloetski de deur naar een nieuwe wereld. Dertig jaar later ziet de Russische Vitesse-trainer met lede ogen aan hoe het Nederlands voetbal achterop is geraakt. 

Coach Leonid Sloetski Beeld VI Images

Pas na een verblijf van zeven maanden bij Vitesse begint de Russische trainer Leonid Viktorovitsj Sloetski (47) de Nederlandse cultuur en mentaliteit te doorgronden. De taal is hem vooralsnog een raadsel. Hij maakt schraapgeluiden met zijn keel en vertelt over zijn lessen Nederlands. In het Engels: ‘Sixty-seven is bij jullie 67, maar je spreekt het andersom uit. De Nederlandse h is voor een Rus onuitspreekbaar, mijn hersens ontploften.’

Sloetski moest wennen aan de eeuwige discussies met Nederlandse voetballers. ‘Ik constateerde een groot verschil tussen voetballers in Rusland, Engeland en Nederland. De Nederlander vraagt steeds waarom. Waarom gaan we hardlopen? Waarom speel ik niet? Mijn antwoord is simpel. Omdat ik de andere elf beter vind.

‘Je kunt dat in Nederland niet zo direct zeggen. Het moet beleefd worden geformuleerd. Wanneer je tegen een Engelse prof zegt: je gaat 100 kilometer lopen, is het antwoord: yes sir. En hij is weg. Ik ben benieuwd hoe het Nederlandse leger werkt. Vragen soldaten dan ook aan hun commandant waarom ze een rivier moeten oversteken?’

De mondige Nederlander heeft altijd een antwoord klaar, ervoer Sloetski. ‘De zin die bijna elke Nederlander in de mond ligt bestorven is ‘ja, maar’. Speelde ik niet goed? Ja, maar ik ben niet zo goed op kunstgras. De scheidsrechter was slecht. Wat kan ik als coach met ja, maar? Soms is het leven zwart-wit, we gaan het zo doen. Dit is mijn visie. Ik wil even geen ja, maar horen.

‘Het is illustratief voor jullie levensfilosofie. Het past niet bij de Rus om zijn individuele geluk na te streven, wij leven voor onze ouders of de kinderen. De Nederlander houdt van zichzelf, jullie hebben een andere mentaliteit. Hier kun je zomaar op straat worden aangesproken, in Rusland groet je niet eens de man of vrouw die naast je in de lift staat. Ik doe het weleens uit beleefdheid en word dan vaak boos aangekeken: ken ik jou dan?’

Volgograd

Zijn grootouders leerden hem de kunst van het overleven. Leonid Sloetski groeide op in Volgograd, het voormalige Stalingrad waar de nazi’s na een gruwelijke belegering tussen augustus ’42 en februari ’43 werden verslagen door het Rode Leger.

Die slag bleek het keerpunt in de Tweede Wereldoorlog, zoals Sloetski in de communistische tijd kreeg ingeprent op school. ‘De Russen spreken over de Grote Patriottische Oorlog. Twee veteranen gaven ons les. Ik was een patriot en dacht dat ik in het beste en mooiste land ter wereld leefde.’

Zijn vader overleed toen hij pas 6 jaar oud was. Liefdevol spreekt Sloetski over zijn baboesjka, zijn oma, met wie hij soms urenlang moest wachten als de bonnen voor vlees werden omgewisseld. ‘Stonden we vijf uur in de rij voor een stuk vlees dat precies in mijn hand paste. Na twee uur kreeg je een stokje in je hand dat aangaf wanneer je aan de beurt was. Kon ik snel naar huis om te slapen en sloot ik daarna weer aan in de rij, dit keer met mijn grootvader.

‘Mijn 14-jarige zoon vraagt me nu wat mijn favoriete computerspel was, welke chocola ik lekker vond en of ik liever cola of Fanta dronk. Ik kan hem niet aan zijn verstand krijgen dat we die dingen in mijn tijd niet hadden. Vlees en kaas was er nauwelijks. De regio rond Volgograd stond bekend om zijn watermeloenen en tomaten. Er was één voordeel: we zaten allemaal in hetzelfde schuitje.

‘Op school droegen we een identiek uniform, we hadden in dezelfde periode vakantie en gingen naar dezelfde zomerkampen. We leefden in een klassieke, Russische flat, mijn moeder moest ook haar ouders onderhouden. Overdag was mijn moeder directeur van een crèche, in de avond moest ze een andere crèche schoonmaken voor wat extra centen. Voor ons was zo’n spagaat toen normaal.’

Het wereldbeeld van Sloetski kantelde bij zijn eerste bezoek aan West-Europa. ‘We wisten niet beter dan dat het communisme het ideale systeem was, tot ik op mijn zeventiende aan een groot voetbaltoernooi in Antwerpen meedeed. Het was alsof ik op een andere planeet rondliep. Ons was voorgehouden dat kapitalisten agressief en gevaarlijk waren; ik sprak vriendelijke en openhartige mensen.

‘Het was een schok, voor het eerst kon ik het communisme met iets anders vergelijken. Nog altijd gedragen we ons anders tegenover buitenlanders. Als jij Russische vrienden bezoekt, krijg je de beste gerechten, wijnen en wodka voorgezet. Een Rus is bereid al zijn geld uit te geven om het jou naar de zin te maken. Die gastvrijheid hoort ook bij ons. Het is een reactie op het communisme, toen we in een volstrekt afgesloten wereld leefden.’

Voetbalschool

Sloetski heeft zijn eigen voetbalschool in Volgograd. Onlangs nodigde hij spelers en hun familie uit voor een bezoek aan Arnhem. Het zijn kinderen van een nieuwe generatie, die opgroeiden in het moderne Rusland. ‘Typisch Europese jongens die vloeiend Engels spreken. Mijn zoon heeft overal een mening over, over de regering, de maatschappij, alles.’

Natuurlijk is Rusland verre van volmaakt, zegt Sloetski. ‘Hoe lang leven jullie in een democratie? Vijfhonderd jaar? Wij nog geen dertig jaar, hoe kunnen wij die kloof in korte tijd overbruggen? Geen enkel systeem kan het individu uitbannen. Ook tijdens het communisme trachtte elke Rus zichzelf te zijn, desnoods tegen de stroom in. Toch zoekt Rusland nog steeds naar een nieuwe identiteit.

‘Het kost Russen moeite om tolerant te zijn, de homofobie en het racisme zijn helaas niet in korte tijd uitgebannen. Wanneer ik in Nederland de deur openhoud voor een vrouw moet ik oppassen dat het niet negatief wordt uitgelegd. In Rusland is het normaal dat de vrouw thuis blijft om het gezin te verzorgen.

‘Natuurlijk zie je ook op dat gebied veranderingen. Rusland schuift steeds meer op naar westerse normen en waarden. Maar we kunnen niet in één keer zo ver springen als Bob Beamon in 1968 op de Spelen van Mexico.’

Als vurig aanhanger van de Sovjet-Unie zag Sloetski zijn land in 1988 de EK-finale verliezen van Nederland. ‘Ik herinner me die wondergoal van Van Basten en tot mijn verdriet miste Belanov een penalty. Met zijn totaalvoetbal was coach Rinus Michels voor mij een kosmonaut, die de poorten naar een nieuwe wereld opende. Het is bijzonder om na dertig jaar juist in Nederland te mogen werken.’

Het gesprek met Sloetski vindt plaats op de dag dat Ajax het Nederlandse voetbal met een magisch optreden tegen Real Madrid weer mondiale allure geeft. Toch is Nederland achterop geraakt, aldus Sloetski. ‘Hoe komt het dat de kloof met andere competities zo groot is geworden? Natuurlijk zijn de tv-gelden in landen als Engeland, Duitsland, Frankrijk en Spanje veel hoger. Maar het kan toch niet dat zelfs België op de wereldranglijst hoger staat dan Nederland?

‘Ik weet dat veel mensen sceptisch zijn over Vitesse met zijn Russische eigenaar. Ik besef dat het tegen jullie trots en gevoel van onafhankelijkheid indruist, maar waarom zouden we niet meer buitenlandse investeerders naar Nederland halen? Hoeveel Engelse clubs zijn nog in Britse handen? De Premier League draait op Chinees, Amerikaans en Russisch geld. Zijn de clubs er slechter van geworden?

‘Met de huidige globalisering kun je niet lokaal blijven denken. Nederland staart zich blind op een eredivisie, waarin Ajax met 8-0 van De Graafschap wint. Wie wordt daar beter van? Ik constateer een disbalans in het Nederlandse voetbal. De infrastructuur in Nederland is fenomenaal, alleen al in Arnhem heb je vijftien amateurclubs met prachtige velden.

‘Maar in de eredivisie spelen zes clubs op kunstgras, in Rusland met zijn strenge winters maar één! Hoe is het mogelijk? Ik beschouw Nederland en Engeland als de aartsvaders van het voetbal, maar jullie prijzen jezelf zo uit de markt.’

Doelstelling

Op Vitesse valt dit seizoen geen peil te trekken. De ploeg staat vijfde en wil zich wederom kwalificeren voor Europees voetbal. Sloetski: ‘Elk seizoen begint Vitesse met tien nieuwe spelers. Het heeft tijd gekost om de juiste balans te vinden en nog steeds presteren we wisselvallig. Niet zo gek met zeven basisspelers die niet ouder zijn dan 22 jaar. Bovendien raakten we na zeven duels onze topscorer Matavz kwijt met een zware blessure.

‘Vitesse heeft kritische fans, maar alleen de supporters van PSV zijn momenteel tevreden omdat hun club bovenaan staat. Het past in de filosofie van Vitesse om spelers op te leiden en te verkopen en dat schuurt soms met de doelstelling om zo hoog mogelijk te eindigen. Mijn voorgangers hadden hetzelfde dilemma, in de laatste tien jaar kwam Vitesse nooit verder dan een vierde plaats.’

Het beeld beklijft van de onrustig in zijn coachvak dribbelende Sloetski. Zelden was een bijnaam, de IJsbeer, zo toepasselijk. ‘Dit ben ik, de coach die altijd naar perfectie streeft en elk detail wil observeren. Het is maar goed dat het coachvak maar vier meter lang is. Vroeger rende ik met mijn aanvallers mee naar de achterlijn en sprintte dan weer terug om mijn verdedigers te coachen.

‘Ik heb het syndroom van de student die altijd een 5 wil halen, het hoogste cijfer in Rusland. Ik huilde vroeger op school na een 4. Ik ben een maximalist en geef daarom al mijn energie aan de spelers. Voetbal is geen theater, waarbij je doodstil op je stoel zit. En dus dribbel ik door mijn coachvak. Misschien is het dom en naïef, maar ik geloof werkelijk dat ik mijn spelers op die manier kan helpen om wedstrijden te winnen.’

Buitenlanders tegenover elkaar

Bij Heracles – Vitesse staan zaterdagavond de enige twee buitenlandse coaches in de eredivisie tegenover elkaar. Sloetski versloeg het Heracles van Duitser Frank Wormuth al in de competitie (4-0) en de KNVB-beker (0-2). ‘Je ziet bij beide teams een andere speelwijze dan bij clubs met een Nederlandse trainer’, aldus Sloetski. ‘Wormuth en ik hebben er niet over gesproken, je ziet het aan de organisatie op het veld.’ Hoewel Heracles op kunstgras speelt, heeft Vitesse afgelopen week op natuurgras getraind. Sloetski: ‘Enkele trainingen zijn onvoldoende voor de spelers om zich aan te passen. Bovendien vergroot je de kans op blessures.’ Hoewel de eredivisieclubs hebben afgesproken om kunstgrasvelden op termijn te vervangen, pleit Sloetski voor een vlotte afschaffing. ‘Waarom wachten tot 2021? Clubs kunnen toch binnen drie maanden een normale grasmat aanleggen? En wie niet wil, gaat maar lekker in de eerste divisie voetballen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden