Sixties-kid met liefde voor de sport

Morgen wordt de marathon van Amsterdam gelopen. Na jaren van gekwakkel heeft ex-topatleet Jos Hermens (47) zich met zijn bedrijf Global Sports over deze wedstrijd ontfermd....

'DE MARATHON van Amsterdam was helemaal dood, het was niet meer dan folklore. Maar ik heb altijd gezegd dat in deze stad een goede marathon kan worden gelopen. Er is een snel parkoers. We gaan op 2.07 weg. Da's snel, ja. Het hangt van het weer af, maar iemand als Sammy Korir heeft zo'n tijd in de benen. Ik heb hem onlangs in Kenya op grote hoogte, op een zwaar bergachtig parkoers, 38 kilometer zien trainen. Die afstand legde hij af in 2.10 en dat is héél snel.

Je kunt lacherig doen over het miljoen dat we op de streep hebben gelegd, het werkt wel. Je moet de wat ingeslapen atletiek van nieuwe impulsen voorzien. Het wordt wel moeilijk dat geld morgen te verdienen. Dit is het snelste marathonjaar uit de geschiedenis. In Rotterdam werd door Domingos Castro 2.07.51 gelopen, later ging Elijah Lagat daar in Berlijn met tien seconden overheen. Daarna rende Khalid Kannounchi in Chicago naar 2.07.10. Het staat nu, op twintig seconden van Densamo's record, heel scherp.

De baanrecords zijn de laatste jaren steeds opnieuw verbeterd, maar de Rotterdamse tijd van Belayneh Densamo staat al bijna tien jaar. Densamo trainde indertijd met Nuguse Roba, een man van hele goede jaarschema's. Sinds Roba's dood is het peil op de Afrikaanse marathon gezakt. In Kenya was het al niet best. De marathonlopers trainden daar slechts een paar maanden per jaar. Zodra ze met de marathon hun start- en prijzengeld hadden verdiend, stopten ze lange tijd met trainen. Ik pakte mijn Afrikanen altijd even bij hun middel wanneer ze hier aankwamen - als grapje, maar ook zo van: even kijken hoe het met 't vet zit..., of ze wel in vorm zijn.

De huidige toplopers trainen het gehele jaar door. Kannounchi heeft alleen enkele goede stratenlopen in zijn benen en die loopt al een prima marathon. Wat denk je als sterke jongens als Paul Tergat, Paul Koech en Haile Gebreselassie zich aan de marathon wagen? Dat zal een revolutie in de loopsport betekenen, dan wordt er geheid in de 2.05 gelopen. Ja, Haile wacht nog even, die start voorlopig niet op de 42 kilometer. Al trekt het wel, in Ethiopië is het dè afstand.

Ik weet nog niet waar en wanneer Haile zijn debuut zal maken. Misschien wordt het Amsterdam wel of Rotterdam. We reden een keer over die grote brug en toen zei hij: ''Jos, hier krijg ik rillingen van, over deze brug wil ik mijn marathon lopen.'' Maar eerst heeft Haile nog andere doelen. Hij wil volgend jaar zijn records op de vijf en tien kilometer terug en daarna een dubbelslag slaan in Sydney.

Of hij tijdens de Spelen in 2004 op de baan en op de weg loopt, weet ik niet. Dat is nog te ver weg. Al heeft hij het in zijn benen om de vijf, de tien én de marathon te combineren. Dan zal hij in zijn vaderland helemaal een held zijn, van de status Abebe Bikila. Ik voorzie daarna een prachtige rol voor hem. Hij kan na zijn carrière een soort ambassadeur voor Afrika worden. Hij is slim, wijs. Het is een droom om met hem te mogen werken.

Ik steek mijn hand in het vuur voor mijn Afrikanen. Ze gebruiken geen doping. Ze hebben van nature al alle ingrediënten om hard te lopen. Het is allemaal gekweekt op natuurlijke wijze; meer ijzer, meer rode bloedlichaampjes, een hogere testosteron-waarde. En weet je wat ze ook zo goed maakt? Het feit dat ze überhaupt leven. Als je in Oost-Afrika je baby-jaren overleeft, dan moet je sterk zijn. Het is een natuurlijke selectie. Zo simpel ligt het.

Ik heb 120 atleten in mijn groep, sporters als Marko Koers, Ellen van Langen, Dieter Baumann, Astrid Kumbernuss en Irina Privalova. Ik zal ze nooit over de kop jagen. Ik weet het, het is moeilijk, vooral de Afrikanen staan onder zware druk om snel veel geld te verdienen. Zìj hebben een hele familie te onderhouden en dan nog de rest van het dorp, de extended family zoals ik ze altijd noem. Zìj hebben een auto en moeten het hele land rondrijden. Kan soms ook niet anders, als het ziekenhuis ver weg ligt.

Spreiding van de carrière is veel zinvoller. Daarin blijf ik toch een beetje de idealist. Dat ze aan de toekomst denken, dat ze landbouwmachines kopen van hun gewonnen geld. Er zijn ook voorbeelden van atleten die aan de drank raken, dat is triest. Daar ligt dus een taak voor me.

Elk dorp in Oost-Afrika heeft wel een goede atleet. Ze weten dondersgoed dat ze door dat lopen de armoede kunnen ontvluchten. Wij denken dat ze allemaal voor hun plezier lopen, nou dat is niet waar. Laten we wel wezen, geld ís de grote motivatie. Voor sommigen is lopen ook leuk, maar zeker de helft zou stoppen als er niks te verdienen viel. Iedereen loopt, omdat het moet - lopen naar school, het werk, het ziekenhuis. Als de Afrikaanse atleten voor het eerst naar Europa komen, roepen ze allemaal verbaasd: 'Niemand wandelt'

Maar geef ze een auto en ze rijden, hoor. Kinderen van gearriveerde atleten zullen dan ook zelf geen atleet meer worden. Die worden rondgereden. Het is de situatie zoals die in mijn jeugd bestond in Nederland. Wij liepen toen toch ook naar school? In veertig jaar is dat veranderd. In Afrika zal het niet zo snel gaan. De komende honderd jaar komen daar nog goede hardlopers vandaan.

Ik ben nu bezig om in Kenya en Ethiopië trainingskampen op te zetten. In Kenya, in de Nandi Hills, gaan Theo Joosten en Patrick Sang regelmatig trainingen geven. Haile houdt zich bezig met het project in Ethiopië. Hij is erg begaan met het lot van zijn jonge landgenoten. Maar er zit ook iets van eigenbelang in. Hij merkte dit seizoen dat hij geen hulp meer heeft op de baan. De Kenyanen pakten zijn wereldrecords af, omdat zìj als team opereren. Haile moet het solo doen.

NIET DAT Haile zijn records definitief kwijt is. Daar is hij te goed voor. Hij wordt dit seizoen als verliezer afgeschilderd, maar dat was hij natuurlijk helemaal niet. Hij werd wereldkampioen, verbeterde drie wereldrecords. Oké, hij raakte ze ook weer kwijt. Maar hij heeft ze alleen maar uitgeleend, zei hij lachend in Brussel. Hij houdt wel van gezonde concurrentie. De records gaan er weer aan. 12.35 op de vijf en 26.15 op de tien liggen binnen zijn bereik.

Mijn verhouding met Haile is als die van vader tot zoon. We bellen elke week. Die jongen is zo uniek. Als jochie kwam hij al op het idee dat hij sterker zou worden door op zijn tenen te gaan lopen. Hij is de enige die uit zichzelf aan krachttraining is gaan doen. Dat is toch fantastisch, dat een junior zoiets gaat doen?

Als ik bij atleten in Ethiopië op bezoek ga, is het altijd feest. Dan gaat de muziek aan, staan alle gewonnen bekers, en ze kunnen daar niet groot genoeg zijn, opgesteld in de kamer. Ondertussen worden op de video wedstrijden getoond en word ik volgepropt met eten. Dat tafereel wordt dan weer gefilmd: dat ik zit te eten. Het is een prachtig volk. Als ik na zo'n reis terugkom in Nederland ben ik vijf kilo aangekomen. Vijf kilo, na een reis naar Ethiopië, zo wat het armste land ter wereld!

Ik heb veel affiniteit met de Afrikanen. De vergelijking gaat niet helemaal op, maar ook ik kom uit een arm gezin, met tien kinderen. Ik ben geboren in 1950 en heb mijn vader alleen maar zien werken. Een gezin met het credo van: als je voor een dubbeltje geboren bent, word je nooit en te nimmer een kwartje.

Dat minderwaardigheidsgevoel heb ik nog tijden met me meegedragen tot ik erachter kwam dat het leven zo niet in elkaar steekt. Ik mocht naar de ulo, als enige van het gezin. Lag ik uren te janken op mijn bed, want al mijn vriendjes gingen naar de ambachtsschool.

Dat lopen was ook een vlucht uit huis, weg van de drukte. Privacy kende ik thuis niet. Die vond ik in het lopen. Ik vond het heerlijk om urenlang door de bossen te draven. Dat vind ik trouwens nog steeds, maar die poten hè, die willen niet zo goed meer. Trainen in de bossen was veel mooier dan het lopen van wedstrijden. Die liep je voor het geld, maar m'n hart lag bij die bomen en die wilde zwijnen die je onderweg tegenkwam.

Er waren tijden dat ik 350 tot 400 kilometer per week rende, ik trainde viermaal per dag. Gekkenwerk, ik zal het nu geen atleet meer aanraden. Ik trainde voor de tien, maar ik liep als een ultraloper. LSD, long-slow-distance, urenlang 15 kilometer in het uur. Stond ik 's ochtends vroeg op, ging ik lopen. Daarna op de fiets naar school, lesgeven, met de fiets tussen de middag naar huis om te eten, weer naar school, werken, opnieuw naar huis, trainen, eten, weer trainen. En om half elf naar bed. Op zo'n dag was ik soms wel tien keer natgeregend.

Ik was in die dagen heel idealistisch. Het is dat ik ging lopen, maar ik had ook bij de Baader Meinhoff-groep kunnen eindigen, voordat die zo gewelddadig werd. Ik ben een echte sixties-kid, Vietnam, flower power, de kolonels in Griekenland, weglopen uit München na de aanslag van de Palestijnen. Ik droeg de hele wereld op mijn schouders, had een groot rechtvaardigheidsgevoel; het was soms zo erg dat ik er zelfmoordneigingen van kreeg.

Lang niet iedereen van de huidige generatie atleten weet dat ik zelf op hoog niveau heb gelopen. Maar dan zien ze oude ranglijsten met mijn tijden, en dan is er wel iets van respect. Vragen ze: ''Was jij in dezelfde race als die en die?'' Kijken ze je toch anders aan.

IK HEB NIET het maximale uit mijn carrière gehaald. Ik moest met die kapotte achillespees al op mijn 28ste stoppen. Overbelasting, ja. Ik had het werelduurrecord naar bijna 21 kilometer gebracht en zat echt tegen de wereldtop aan. Als ik zie hoe Carlos Lopes, met wie ik goed kon meekomen, zich later ontwikkeld heeft, dan vraag ik me wel eens af, wat ik nog had kunnen presteren. Nu heb ik nooit een goede marathon gelopen.

Ik loop zelf weinig, ik doe wat aan fietsen, maar kan verder nog steeds slecht tegen stilzitten. Een avondje voor de televisie red ik niet. Ik heb altijd wel iemand te bellen. Mijn bel-lijst is altijd heel lang, het is een druk, jachtig bestaan. Toch kan ik me goed ontspannen. Ik ben nog steeds muziekliefhebber, klassiek of pop. Naar Pinkpop, prachtig om in tien uur alle muziek van de laatste tijd te horen. Of laatst nog, ben ik naar het concert van Radiohead in Ahoy' geweest.

Ik probeer het allemaal nog te volgen. Heerlijk die passie op zo'n podium, de eensgezindheid en gemeenschapszin bij het publiek, dat wil ik bij atletiekwedstrijden ook bereiken. Ik denk dat ik ook in de muziek wel iets had kunnen bereiken, als producer of als muzikant. Dan had ik misschien, net als de jongens van Golden Earring, nog op het podium gestaan.

Het wil niet zeggen dat ik altijd maar zal doorgaan. Ik zie mezelf niet als ouwe man nog in trainingspak op de binnenbaan staan. Ik wil geen tweede Primo Nebiolo worden. Dat soort weet van geen ophouden. Let wel, hij heeft veel voor de atletiek betekend, hij heeft ervoor gezorgd dat de sport ook in Afrika op de televisie wordt getoond, hij heeft de sport geprofessionaliseerd. Maar er is ook een tijd om terug te treden.

Het is zielig, sta je met hem in de hotellift, zit het kwijl op z'n jasje, heeft-ie van die verschrikkelijke schoenen met hoge hakken aan en allemaal van die ja-knikkers om zich heen. Zijn positie is nu belangrijker dan de ontwikkeling van de sport. Shit, waarom houdt die man niet gewoon op?

Ik las laatst dat wielerbaas Hein Verbruggen over vier jaar vrijwillig terugtreedt. Dat vind ik frappant, zo kan het dus ook. Nee, Jos Hermens stapt op zijn 65ste niet in het IOC. Laat me niet lachen, ik zou het lobby-circuit niet eens overleven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden