Interview

'Sinds Sotsji zijn we opgejaagd wild'

Als technisch directeur van sportkoepel NOC*NSF zat hij op de eerste rij tijdens het succesvolste sportjaar uit de Nederlandse geschiedenis. Maurits Hendriks (53) reageert op zes stellingen over de gouden oogst.

Beeld Klaas Jan van der Weij

Dit succes is te danken aan het beleid van NOC*NSF.

'Dat is niet waar het om gaat. Wat wij doen, is samen met de technisch directeuren en bondscoaches van de Nederlandse sportbonden de topsportprogramma's versterken, de dagelijkse trainingen verbeteren, zodat de omgeving om te presteren bij de Olympische Spelen beter is dan ooit. Soms zijn we leidend, prikkelen we en stellen we moeilijke vragen. Soms volgen we, reageren we op vragen uit het veld, faciliteren we.

'Toen ik in 2009 binnenkwam, was er geen prettige sfeer tussen het bestuur van NOC*NSF en de bonden. Vijf jaar later kunnen we spreken van partnerships. De juiste dingen doen met elkaar levert succes op. Je moet je niet slechts richten op de top van de piramide, maar nadenken over wat aan de basis te doen. Zo komen er meer en beter getrainde talenten het systeem binnen.

'We zijn begonnen met nationale talentencentra. Nu werken we aan de regionale talentencentra, de RTC's. In die fijnmazige infrastructuur ligt de kracht van ons land. Gevoegd bij de uitwisseling van kennis noem ik dat het Nederlandse model.'

Dit succes is gekocht.

'Bij wie? Geef mij het adres even. De vraag is waar het succes begint. Bij het pompen van veel geld in de sport? Ik kan je voorbeelden geven van landen met veel oliedollars die niks voor mekaar krijgen.

'Er is niet altijd een rechtstreekse verhouding tussen geld en resultaat. Sport zou dan een spelletje van welvarende landen zijn. Ik zie ook landen die niet zo welvarend zijn als Nederland, maar topsport prioriteit geven. In dat verband ben ik blij dat we in moeilijke tijden in Nederland toch een kabinet hebben gehad dat achter de sport is blijven staan.

'Al jarenlang kost een gouden olympische medaille in Nederland aanzienlijk minder dan in de rest van de wereld. Ik denk niet dat we dit jaar het maximum aan efficiency hadden, terwijl we wereldwijd wel zo worden bekeken. Desalniettemin kon het beter.

'We kwamen uit een tijd dat financiering als een recht werd gezien, niet als een investering die rendement moet opleveren. Dat is de omslag die we hebben bewerkstelligd. Ik zeg vaak nee. Als coach kreeg ik ook vaak 'nee' te horen en ging dan creatief aan de slag.

'We hebben ingezet op minder programma's. Ik denk dat we nog een aantal harde beslissingen moeten nemen. Sporten die laten zien dat ze kansrijk zijn, moet je meenemen in de nieuwe plannen. De middenafstanden van de atletiek hadden we laten vallen. Met Sifan Hassan, Jip Vastenburg en Susan Kuijken komen ze weer terug in ons bestedingsplan.'

Ondanks dit succes staat de Nederlandse sport er slecht voor.

'We willen met de sport nogal wat. We willen een heleboel mensen aan het bewegen krijgen, we willen heel graag dat we als land succesvol zijn. De progressie is ook zichtbaar. Ik hoor mensen zeggen: als je Nederland afzet tegen veel andere landen, hoeveel kan je dan nog bereiken? We zijn zeer succesvol, zeker als je het afzet tegen onze 16 miljoen inwoners.

'Tegelijkertijd is dit jaar gebleken dat de sport een aantal grote bedreigingen kent. We hebben bij NOC*NSF veel gesproken over de ethische kant van de sport: matchfixing, doping, veiligheid. Ik ben blij dat ik in een land leef waar we die dingen benoemen.

'Als je kijkt naar de beschuldigingen over massaal dopinggebruik in Rusland... Een deel daarvan zou onmogelijk zijn in Nederland. De dopingautoriteit is onafhankelijk, is niet gebonden aan de overheid of aan NOC*NSF. Daarvoor sta ik op de bres. Edith Schippers bepaalt als minister met sport in haar portefeuille niet of een testje er wel of niet doorkomt.

'Sporten als badminton vielen buiten onze focus en zijn zelf hard aan de slag gegaan. Niet het hoofd laten hangen, zelf financieren, doorzetten. Badminton gaat op die manier weer kansrijk worden.

'Financieel mogen we blij zijn met onze rijksoverheid. Bij mijn entree bij NOC*NSF hoorde ik dat op hun betrokkenheid wat af te dingen viel. Vijf jaar later is de overheid de stabielste financier. We hebben miljoenen ingeleverd sinds de Spelen van Londen, maar het ministerie van Sport zegt dat we moeten oppassen dat we niet door de kritische grens zakken. En we kloppen niet vergeefs aan.'

Beeld Klaas Jan van der Weij

Dit succes straalt af op jou persoonlijk.

'Ik sta weleens te glimmen, maar dan in de coulissen. Ik zou het vervelend vinden als het anders wordt gepercipieerd.

Het laatste jaar word ik, als een WK teleurstellend verloopt, voor de camera gesleept. Vervelend dat de WK judo of roeien tegenvallen, maar praat met de judobond en de roeibond. Ik vind bovendien dat het succes van de sporter is, hij of zij wint een medaille.

'Ik kan bij succes best emotioneel worden. Ik heb het als chef de mission bij de Spelen van Londen niet drooggehouden bij de gouden medaille van Epke Zonderland. Ik was wel de laatste die hem feliciteerde. Waarom? Ik wilde niet in het zicht van de camera komen. Het was niet mijn succes, maar dat van Epke.

'Er bestaat geen bonuscultuur bij NOC*NSF. Als medailles van atleten zijn, moet je daar voor mij geen bonus aan koppelen. Ik werk hard, ik krijg een goed salaris. En dat is het, verder zou ik niet willen gaan. Ik ben door andere landen benaderd na de successen in Londen en Sotsji. Maar ik wek niet de indruk dat de deur openstaat.'

Dit succes geeft voeding aan nationalisme.

'Ik stel vast dat sport goed chauvinisme teweegbrengt en geen fout nationalisme. Dat vind ik een belangrijk onderscheid. Verwar de twee niet. Vele landen willen zich identificeren met successen in de sport, ook omdat een groot deel van de bevolking dat wil. In Nederland, en dat is niet zo erg, zijn we daar terughoudend in.

'Wij kunnen goed carnaval vieren, maar daarna vinden we dat we weer normaal moeten doen. Dat zie je ook bij topsportsucces. We kunnen totáál uit ons bol gaan, maar daarna moet die sporter met zijn gouden medaille achteraan sluiten bij de bakker.'

Dit succes wordt nooit meer overtroffen.

'De Winterspelen van Sotsji waren uniek. Daar heeft de schaatssport het geweldig gedaan. Het kwam ook doordat Amerika en een aantal andere landen het volledig lieten liggen. Dat zoveel hemellichamen zich in één lijn opstellen, schijnt volgens de astronomie maar eens in de zoveel jaren te gebeuren.

'Toch heb ik voor Pyeongchang 2018, de volgende Winterspelen, al gezegd: Sotsji plus één. Zo werk ik nu eenmaal. We bereiken een niveau en kijken vervolgens naar de toekomst, ik al binnen twaalf uur. Daarom ben ik zo slecht in feestjes vieren.

'Of het leidt tot meer medailles, weet ik niet. De enige drijfveer is: het moet beter. We zijn opgejaagd wild na de Spelen van Sotsji. Iedereen wil die Nederlandse schaatsers van het podium rijden. De grootste rode lap die je sporters kunt voorhouden, is de dominantie van een land.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden