Sesamstraat op het voetbalveld

Het Nederlandse betaald voetbal biedt steeds meer plaats aan buitenlandse spelers. Dat is het directe gevolg van het tien jaar geleden uitgevoerde Bosman-arrest en de langzaam vervagende landsgrenzen in Europa....

Poul Annema

André Bahia, de 22-jarige Braziliaanse verdediger van Feyenoord, vult de vooravonden door op de televisie naar Nederlandse kinderprogramma’s te kijken. Hij vermaakt zich met de beelden, maar vooral met de taal in met name Sesamstraat.

Eerder deze zomer volgde Bahia een stoomcursus Nederlands in het tot taalinstituut omgebouwde nonnenklooster in Vught. Trainer Erwin Koeman eist van zijn spelers dat ze onderling Nederlands spreken, zowel in als buiten het veld. Goede communicatie is voor hem de basis van het succes.

Roda JC heeft zijn buitenlandse spelers verplicht gesteld twee keer in de week op cursus te gaan. Daarom melden de Hongaar Laszlo Bodnar, de Franstalige Belg Vincent Lachambre, de Nieuw-Zeelander Ivan Vicelich en de twee Ivorianen Arouna Koné en Sekou Cissé zich met strenge regelmaat bij hun docent.

Het eerste resultaat van de inburgeringscursus bleek vorige week, toen Koné zich tijdens de befaamde kill-training van trainer Huub Stevens zo ergerde aan de nonchalance van een ploeggenoot dat hij voor iedereen verstaanbaar en begrijpelijk riep: ‘Als je dat nog een keer doet, sla ik je voor je bek.’

Van Stevens is bekend dat hij lanterfanterende spelers hard aanpakt. Wie niet doet wat hij vraagt, komt zichzelf, maar ook zijn niet verzakende ploeggenoten, tegen in een loodzware extra trainingsopdracht. Spelers hebben daar moeite mee, vooral als ze gestraft worden voor de laksheid van anderen. Koné bleek verrassend snel te hebben begrepen tot wie hij zich moest richten in de enige taal die de leiding van Roda JC van zijn multi-nationale gezelschap accepteert.

Ajax-trainer Danny Blind hield in de seizoensvoorbereiding in De Lutte zijn spelersgroep na wat lichte oefeningen met de bal voor dat hij wel eens een kopbal à la Bep Bakhuys wilde zien. Een op maat gesneden voorzet die door de aanvaller met een fraaie zweefduik koppend wordt afgerond. Achttien paar spelersogen keken Blind aan alsof hij ze net had opgedragen de bank te overvallen.

Voor de jongste Nederlandse Ajacieden zal het al een probleem zijn geweest om zich de genialiteit van de legendarische spits voor de geest te halen, laat staan voor de Ajax-spelers die zover van Amsterdam zijn opgegroeid dat de Nederlandse klassieken wel aan hen voorbij moeten zijn gegaan.

Nadat precies tien jaar geleden het zogenoemde Bosman-arrest een einde maakte aan het transfersysteem en voetballers uit de Europese lidstaten binnen de unie niet meer door landsgrenzen mochten worden gehinderd bij het zoeken naar een nieuwe club, heeft het voetbal zich internationaal spectaculair veranderd. Ook in Nederland is sprake van een ingrijpende kleurverandering.

Onder de achttien selecties die volgende week aan de nieuwe jaargang van de eredivisie beginnen, bevinden zich – op een totaal van 420 spelers – 163 spelers met een buitenlands paspoort. Vergeleken met tien jaar geleden, het laatste jaar waarin clubs waren gehouden aan een maximum-aantal buitenlanders (drie per team), betekent dat een verschil van 131.

Hoewel het aantal in de eerste divisie voor dit seizoen is teruggelopen (36 buitenlanders op een totaal van 419 selectiespelers), lijkt de internationalisering van het voetbal onstuitbaar. PSV, Ajax en Feyenoord hebben elk tussen de twaalf en twintig buitenlandse spelers onder contract. Roda JC (18), Heerenveen (11) en FC Twente (11) blijven daarbij nauwelijks achter.

Voormalig VVCS-voorzitter Theo van Seggelen waarschuwde vorig jaar al voor overspannen gedrag. ‘De topclubs beginnen ermee, en vervolgens denken de anderen ook dat ze de grens over moeten trekken. De praktijk wijst uit dat de meeste buitenlanders niets toevoegen en dat ze ook niet goedkoper zijn dan een Nederlandse speler.’

Bondscoach Marco van Basten heeft de clubs al opgeroepen om in de toekomst minimaal zes Nederlandse spelers op te stellen. ‘Steeds meer buitenlanders op de Nederlandse velden gaat ten koste van onze identiteit. Nederlandse clubs en het Nederlands elftal moeten de speelwijze uitdragen waarmee iedere beginnende speler in Nederland opgroeit. Drie spitsen die avontuurlijk voetbal spelen, gebaseerd op techniek.’

De Europese voetbalunie UEFA valt Van Basten bij. Zij wil dat vanaf volgend jaar elke club verplicht is om op een selectie van 25 man minimaal vier in eigen land opgegroeide spelers op te nemen. Dat aantal moet in de twee jaren daarna telkens met twee spelers per competitie worden uitgebreid. ‘Als we niets ondernemen’, zei manager Uli Hoeness van Bayern München vorige week tijdens een congres in zijn stad, ‘creëren we een situatie waarin de schatrijke Roman Abramovitsj met zijn club Chelsea elk jaar de Champions League wint.’

De ook in München aanwezige voorzitters van de UEFA, Lennart Johansson, en de wereldvoetbalbond FIFA, Sepp Blatter, onderschreven de mening van Hoeness. ‘De rijken zullen steeds rijker worden, de armen steeds armer. Bovendien zal de opleiding van jong talent stagneren. Hoe interessant is het nog voor clubs om spelers op te leiden die elders in een vloek en een zucht worden opgekocht!’

Tegelijkertijd weten zij als geen ander hoe weinig ruimte er is door de Europese regelgeving, want limitering van het aantal buitenlandse spelers zal door iedere rechter worden gekraakt.

Guus Hiddink verwacht dat Nederland zijn internationale aanzien op het spel zet als het eenzijdig zou besluiten om het buitenlandse aankoopbeleid te beperken. ‘PSV zal dan zeker een paar jaar in internationaal clubverband moeten inleveren’, aldus de trainer vorige week in Voetbal International.

Johan Cruijff toont zich op zijn website ferm voorstander van ingrijpen. ‘Nederlandse clubs hebben hun opleiding sterk verwaarloosd. En omdat we niet in staat zijn eerste keus buitenlanders te kopen, verschijnen hier steeds meer spelers uit de tweede garnituur. Het positiespel, dat ooit de kracht was van Nederland, is nu zwak tot zeer zwak.’

Ton van Dalen, tien jaar geleden de eerste FIFA-voetbalmakelaar in Nederland, deelt de kritiek van Cruijff. ‘Aan toptalent ontbreekt het niet in Nederland, maar dat gaat wel op steeds jongere leeftijd naar het buitenland. Wat daarvoor terugkomt is geen top.

‘Wat me opvalt is dat veel van die buitenlanders verdedigers zijn. Als club moet je je verdedigers zelf kunnen opleiden.’

Van Dalen constateert dat de typisch Nederlandse speelwijze onder druk staat. ‘Voor het Bosman-arrest mochten maximaal drie buitenlanders worden opgesteld. Dat zag je terug in het voetbal. De Nederlandse school is er niet meer. Goede spelers gaan weg en ze worden vervangen door kwalitatief mindere buitenlanders.

‘Ongerust? Welnee’, zegt Martin Sturkenboom, voormalig directeur van FC Utrecht en nu voorzitter van de Federatie Betaald Voetbalondernemingen (FBO). ‘Deze ontwikkeling past in het beeld van de Europese eenwording met vrij werknemersverkeer. Nederland is geen eiland en moet daarom wel meedoen met alles wat zich internationaal voltrekt.

‘Het is geen toeval dat FC Utrecht inmiddels drie Franse spelers onder contract heeft. Zo zijn de wetten van een markt die groter wordt doordat de grenzen vervagen. Tegelijkertijd moeten clubs geld blijven investeren in hun jeugdopleiding.’

Het feilloze oog van Joop Brand moet hem hoop bieden. De nu voor PSV werkende en in talentontwikkeling gespecialiseerde nestor zegt in dat verband: ‘Het zou toch gek zijn als er na zoveel jaren opeens geen talent meer in Noord-Brabant zou opstaan.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden