Selinger en Martinus, een onweerstaanbaar tandem

Wie in het volleybal een Selinger binnenhaalt, moet rekenen op een kleine paleisrevolutie. Niets blijft zoals het is. Hun topsportfilosofie, hard trainen in centraal verband voor de allermooiste medaille, zal prevaleren....

Zo was het met vader Arie Selinger, van 1985 (en met onderbrekingen) tot de olympische mannenfinale van 1992 de grote roerganger in het Nederlandse volleybal. Zo is het met zoon Avital, eens de pupil van zijn vader, daarna in Japan diens assistent en sinds 2004 de onbetwiste hoofdcoach van het Nederlandse vrouwenvolleybal.

Wie gedacht had dat de zaken na het aantreden van ‘junior’ bij de nationale ploeg misschien bij het oude zouden blijven, kende de familie Selinger niet goed. Veranderingen zijn bedoeld als verbeteringen, met het doel de allerbeste te worden. Alles moet daarvoor wijken.

Arie kwam op 8 november 1985 naar Nederland om met zijn zoon herenigd te worden, eindelijk een mannenploeg te trainen (hij was in de VS een erkende vrouwencoach) en om een programma van het nulpunt aan te vangen. Het plan van aanpak, voor het goud van de Spelen van (aanvankelijk) Amsterdam 1992, staat bekend onder de term Bankrasmodel.

Avital kwam vorig jaar terug naar Nederland, als werknemer van de topsportstichting Pro Volley, om de vrouwen naar Peking 2008 te loodsen en daar om het hoogste te laten spelen. Gebrek aan geld zat een fulltime programma in de weg.

De talentvolle speelsters verbleven elders, veelal bij hun buitenlandse clubs. Soms waren er in eigen land vier of acht beschikbaar, voor de wintertraining. Achteraf bezien beschouwde Avital Selinger die tijd als een kennismakingsperiode.

Na het faillissement van Pro Volley leek het nog moeilijker de onderneming op gang te krijgen. De bondscoach werkte lang zonder loon en tekende uiteindelijk bij de bond voor een salaris dat hij over de grens minimaal zou kunnen verdubbelen: 80duizend euro.

Het contract bevatte echter ook een achterdeur. Avital had een clausule bedongen om in de stille wintertijd bij een club aan het werk te gaan. Eerst deed hij dat bij het team dat hij in 2004 Europees clubkampioen maakte: Tenerife. Nu blijkt het de voorwaarde, waardoor hij vorige week dinsdag, klemgereden bij zijn eigen bond door tegenstribbelende clubs, bij het vertrouwde Martinus kon aankloppen.

De 46-jarige Mijdrechter had moeten aanhoren dat zijn NeVoBo bij de Vereniging Top Volleybal (VTV) een half jaar extra bedenktijd had bedongen om een beter plan voor de samenwerking tussen de clubs en de nationale ploegen te bedenken. Het was een knieval voor de 2006-topsportliga, waarvoor intentieverklaringen zijn getekend.

Zoveel uitstel – nog een jaar afwachten of de internationals fulltime beschikbaar zouden zijn – konden de plannen van Selinger niet verdragen. De coach zag niets in het alternatief om speelsters over diverse Nederlandse clubs te verdelen. Daarvoor was ook de geldverschaffer op de achtergrond, het NOC*NSF, niet te porren.

Dinsdag belde Selinger junior met Frits Suèr, de man die namens Martinus en Nationale-Nederlanden twintig jaar eerder ook een groot volleybalplan gestalte gaf. ‘Wil je me helpen, anders kan ik beter mijn biezen pakken?’, klonk het. Suèr, de 65-jarige vice-voorzitter van de stichting Martinus, kon Avitals verzoek niet weigeren. ‘Ik heb me voor al die jongens van zijn generatie uitgesloofd.’

Een dag later trad het bestuur van de VTV af, en bleken al vele speelsters benaderd. Twaalf van de 21 internationals zullen na de zomer in Amstelveense dienst zijn. Het waren ook de speelsters die NeVoBo-preses Hans Nieukerke ervan overtuigden dat hij de verkeerde beslissing had genomen door Selingers plannen op te schorten.

Het nieuwe Bankrasmodel wordt een clubconstructie, waarin de volleybalsters de helft van de tijd in training zullen zijn voor de doeleinden van de nationale ploeg. In het weekeinde wordt voor HCCnet Martinus competitie gespeeld, dezelfde competitie waarvan Avital in 1986 zei: ‘Het vorige seizoen hebben we in totaal vier sets verloren. Dat kun je toch geen topsport noemen?’

De geschiedenis herhaalt zich in het Nederlandse volleybal. De zetten zijn dezelfde. Het is overtuiging gekoppeld aan kennis van zaken. De tandem Selinger-Martinus blijkt opnieuw onweerstaanbaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden