Schoolslagspecialist Kamminga maakt haast belachelijke progressie in eerste jaar als prof

Arno Kamminga, schoolslagzwemmer met inhoud en duurvermogen, maakt een haast belachelijke progressie door. Hij begon 2017, zijn eerste serieuze ­seizoen, met een persoonlijk record van 2.15,4 op de 200 meter. Dit weekeinde, bij de Swim Cup in Den Haag, was hij goed voor een nieuwe toptijd van 2.08,75. Een nationaal record en de zesde tijd op de wereldranglijst.

Arno Kamminga woensdag in actie tijdens de Swim Cup in Den Haag.Beeld ANP

Hij beschouwt het als een tussenstap. ‘Er zit nog meer in’, meende Kamminga die komend weekeinde bij de Swim Cup in Eindhoven zich mag ­meten met de wereldkampioen van 2015, de Duitser Marco Koch. Dat toernooi geldt als kwalificatie voor de EK van deze zomer in Glasgow.

De sterke Duitser is nog lang niet klaar met deze ambitieuze nieuwkomer. ‘Want ik ben vorm. En er is niks leukers dan racen als je in vorm bent.’

Geen eindproef, maar beginpunt

Vorig jaar zwom Kamminga (22) de tegels uit het bad, omdat hij een groot toernooi wilde meemaken. Dat werd de WK van Boedapest, waar hij de Brit Adam Peaty (50 en 100 school) en de Rus Anton Tsjoepkov (200) jaloersmakend zag excelleren. Hij werd op de 200, zijn beste afstand, veertiende, met een Nederlands record van 2.09,94 als pronkstuk.

Het toernooi in Hongarije was voor de pupil van coach Mark Faber geen eindproef, maar eerder het beginpunt van een loopbaan die uiterst serieus ter hand wordt genomen. Kamminga zegt te merken dat zijn lichaam de zware arbeid aan kan. Hij loopt langs bij de fysiotherapeut, maar die heeft niet veel werk aan hem.

Een trainingskamp zoals in ­februari in Oman doet hij lachend. Zijn knieën doen het goed. Dat is vrij ongebruikelijk, want schoolslag, met het naar buiten draaien van de voet, doet de gewrichten lijden. ‘Ik heb geen centje pijn’, sprak Kamminga zondag.

Wat hem ook weinig pijn doet, is de afstand. De 200 meter schoolslag, de langste afstand in deze discipline, zit hem als een maatpak. ‘Na 100 meter dacht ik: goh, dat gaat lekker ontspannen.’ Zijn kracht: ‘Ontspanning. Ik zwem op deze afstand ontspannen.’

Kracht voor rechte rug

Wie schoolslag zwemt, traint zijn meeste meters met borstcrawl. Kamminga doet 65 procent van zijn trainingen bij het NTC (Nationaal Trainingscentrum) in Amsterdam met borstcrawl. ‘Maar harde sets en intensief duurwerk doe ik op de schoolslag.’

Over zijn stroomlijn, belangrijk voor de snelheid, verwondert hij zich. Hij heeft een holle onderrug en een bolle bovenrug. De bovenrug tracht hij te corrigeren. Hij heeft een rechtere rug nodig voor de zware krachttraining. ‘Want schoolslag is een krachtonderdeel’, zegt hij met kennis van zaken.

Nog een weetje: ‘Wij zijn de kleinste zwemmers. Groot en lang zijn is niet nodig op de schoolslag.’

De grote jongens, de mannen met spanwijdte, zijn de vrijeslagspecialisten en de vlinderslagmannen. Die komen aan meer dan 2 meter spanwijdte. In schoolslag is het een kwaliteit om compact door het water te gaan.

Het grote voorbeeld van de nieuwe stijl is de techniek van de Britse wereldrecordhouder Peaty. Die maakt een heel korte fase onder water om vervolgens, bovengekomen, een soort van sprong naar voren te maken. Zijn armtempo is flitsend. De techniek is revolutionair, maar Kamminga gaat hem niet kopiëren. ‘Je eigen aanpak hanteren, brengt je verder’, is zijn opvatting. ‘Maar natuurlijk kijk ik naar anderen. Van iedereen snoep ik wat mee.’

Honderd procent aanpak

Kamminga heeft een trainer, Mark Faber, die een voorkeur heeft voor de schoolslag. De progressie in goed anderhalf jaar tijd is ook te verklaren uit het leven als prof. Kamminga is ­fulltime zwemmer. Hij heeft zijn studie bedrijfskunde stopgezet. Hij zag dat er maar één weg naar de wereldtop was. Die honderd procent aanpak lijkt zich al snel uit te betalen.

Zijn doel voor deze zomer is een sterk optreden in Glasgow. Daar worden begin augustus de EK zwemmen gehouden, tegelijk met Europese toernooien in turnen, triatlon, golf, roeien en wielrennen.

De Europese titelstrijd betekent voor Kamminga drie persoonlijke afstanden (50, 100 en 200 meter schoolslag). Zijn vierde afstand is de gemengde estafette, met als teamgenoten Kira Toussaint (rugslag), ­Ranomi Kromowidjojo (vrije slag) en Joeri Verlinden (vlinder). In december werd dat kwartet al ­Europees kampioen kortebaan (4 x 50 meter).

Kamminga’s mondhoeken gaan omhoog als hij vertelt van het olympisch perspectief in 2020. ‘Deze estafette is in Tokio een olympisch nummer.’ Het zal een speerpunt zijn in de aanpak van het Nederlandse zwemmen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden