Scholma succesrijk met klaverblad

DIAGRAM 1 0 0 3 0 0 0 3 3 3 0 3 0 0 0 3 3 0 0 0 0 3 1 1 0 3 3 1 1 0 0 1 1 1 0 3 1 1 0 0 0 0 0 1 1 0 0 0 0...

Vorige week zaterdag viel in het Gelderse Huissen de beslissing in de strijd om de KNDB-Beker. De jaarlijkse wedstrijd voor clubviertallen leverde een overtuigende zege op voor het team van Bakkerij Jorritsma uit Rinsumageest. De Friezen, met kopstukken als Auke Scholma en Arjan van Leeuwen in de gelederen, versloegen in de finale het Zeeuwse 's-Gravenpolder met niet minder dan 7-1. De derde prijs ging naar het Amersfoorts Damgenootschap, dat in de 'troostfinale' met 5-3 van Huissen won.

Meer dan over de goede afloop van de slotwedstrijd tegen 's-Gravenpolder (De Leeuw, Kasse, Karregat en Kousemaker) zal het kwartet van Rinsumageest, dat naast Scholma en Van Leeuwen uit Goedemoed en Kooistra bestond, zich zorgen hebben gemaakt over de uitkomst van de halve finale tegen Amersfoort. Dit temeer daar in bekerwedstrijden de bepaling geldt dat bij een 4-4 gelijkspel dàt team dat in de landelijke competitie het laagst uitkomt, doorgaat naar de volgende ronde. (Rinsumageest speelt in de Hoofdklasse, ADG in de Eerste Klasse.) Maar via drie puntendelingen (onder meer tussen Van Leeuwen en ondergetekende) en één winstpartij bleven de Friezen aan de goede kant van de score: 5-3.

Kos - Scholma

(KNDB-Beker 1997)

1.33-28 20-24 2.39-33 14-20 3.44-39 10-14 4.49-44 18-23

Naar ik aanneem gespeeld om 34-29x29 uit te lokken en daarop met het provocerende 24-30x30 (Bronstring) te vervolgen. De witspeler laat zich er nìet toe verleiden:

5.34-29 23x34 6.39x30 12-18 7.30-25 18-23

Hoewel we toch bepaald niet met een bizarre vertakking van de Hollandse Opening te maken hebben, is de ontstane positie (al dan niet met 44 op 39 en 7 al op 12) nog maar hoogst zelden voorgekomen.

8.31-27(!) 17-21(!) 9.37-31(!) 21-26 10.44-39

Ziedaar de verdienste van wits vorige twee zetten: anders dan na 8.44-39?! 7-12 9.31-27 17-21! 10.37-31 21-26! enz. (onder meer Balak - Sijbrands, Paramaribo 1971) het geval was geweest, heeft wit nu een gezonde tempozet achter de hand.

10...26x37 11.42x31 11-17 12.47-42 17-21 13.31-26 7-12 14.26x17 12x21 15.41-37 1-7 16.46-41 21-26 17.36-31 7-12 18.41-36 2-7 19.40-34 24-30(!) 20.35x24 20x40 21.45x34 14-20(!) 22.25x14 9x20 23.50-44

Scholma wees hier op de niet-alledaagse mogelijkheid 23.28-22 12-18 24.22-17 7-11 25.27-22 18x27 26.31x22 19-24 27.34-29 23x34 28.39x19 13x24 29.32-27 enz. met onduidelijke stand.

23...4-9 24.33-29?!

Maar dit is erg hoog, vermoedelijk tè hoog gegrepen. Wit had òf 24.34-30 òf een zet met de schijven 44 of 27 moeten doen.

24...12-17! 25.29x18 13x33 26.39x28 17-21!

Zwart formeert een klaverblad-opsluiting waaruit wit zich in het verdere verloop, dat overigens door een hevige wederzijdse tijdnood gekenmerkt werd, nìet meer zal weten te bevrijden.

27.38-33 20-25 28.43-39 15-20 29.42-38 19-24 30.34-29 25-30 31.29-23 5-10 32.44-40

Het offer 32.27-22(?) 21-27! 33.32x21 16x29 34.28-23 29x18 35.37-32 26x28 36.33x15 faalt op 36...3-9! enz., al is daar misschien nog niet alles mee gezegd.

32...30-35 33.48-43 35x44 34.39x50 6-11

Om een eventuele bezetting van veld 18 onmiddellijk met het (winnende) terugruiltje 7-12! (18x7) en 11x2 te kunnen beantwoorden.

35.28-22 10-15 36.33-28 24-30 37.38-33 20-25 38.50-44 30-35

Zie diagram 1

Een kleurrijke stelling: de meeste zwarte stukken staan aan de rand, terwijl die van wit zich - op één enkele uitzondering na - alle op het middenbord bevinden. Desondanks is het zwart die gewonnen staat!

39.33-29 25-30 40.43-39 8-13 41.39-33 13-19 42.23x14 9x20 43.28-23 3-8!

En niet te gretig 43...20-24? 44.29x20 15x24 wegens 45.32-28!! 21x41 46.36x47 26x37 47.23-19 24x13 48.22-18 13x22 49.28x6 en wit ontsnapt met remise.

44.33-28 20-24!

Nu pas.

45.29x20 15x24 46.23-19 24x13 47.28-23 30-34 48.23-18 13-19 49.18-13 8-12 50.13x24 34-40 51.44-39 40-45

De tijdnood is voorbij, de partij in feite óók: in het resterende eindspel heeft wit niets meer te hopen.

52.24-19 35-40 53.19-13 45-50 54.22-17 50x4 55.17x8 40-44 56.8-3 11-17

Wit geeft het op.

Uit de finale tussen Rinsumageest en 's-Gravenpolder geef ik de stijlvolle overwinning die Arjan van Leeuwen op Piet Karregat boekte.

A. van Leeuwen - Karregat

(KNDB-Beker 1997)

1.32-28 18-22 2.34-29 12-18 3.40-34 7-12 4.45-40 20-25 5.37-32 19-23 6.28x19 14x23 7.41-37 10-14 8.46-41 1-7 9.32-28 23x32 10.37x28 16-21 11.41-37 11-16 12.37-32 7-11 13.31-26 5-10 14.50-45 14-20 15.35-30 10-14 16.42-37 13-19 17.28-23 19x28 18.32x23

Ondernemend openingsspel van weerskanten.

18...9-13 19.48-42 3-9 20.40-35 21-27 21.37-31 13-19 22.44-40 19x28 23.29-24 20x29 24.34x21 16x27 25.42-37 25x34 26.40x29

De grootste spanningen zijn weliswaar verdwenen, maar er staat nog steeds een uitgesproken speltype op het bord. Zwart speelt op centrumaanval, terwijl wit gaat proberen de (al dan niet vermeende) 'buitenspel'-positie van schijf 6 te verzilveren.

26...14-19 27.47-42 9-13 28.29-24 19x30 29.35x24 18-23 30.33-29 23x34 31.39x30 13-19 32.24x13 8x19 33.30-25 19-23 34.43-39 4-10 35.38-33 10-14 36.42-38

Zie dagram 2

De tweede diagramstand geeft één van de belangrijkste momenten van de hele partij weer. Naar mijn smaak moet zwart, teneinde de afruil uit het partijverloop te voorkomen, 36...15-20! doen. Weliswaar kan hij dan na 37.49-44 (37.49-43? 20-24! enz. is onspeelbaar voor wit) het ambitieuze 37...20-24? niet goed doorzetten vanwege 38.44-40 2-8 (38...11-16 39.39-34!) en nu eerst 39.37-32! en daarna pas 41.39-34! enz.

Maar als hij na 37.49-44 schijf 20 laat hangen en met 37...2-8! 38.44-40 8-13! vervolgt, heeft wit volgens mij niet beter dan 39.39-34 (want op 39.37-32? 11-16 40.32x21 16x27 41.39-34 13-19 enz. mag wit zich niet inlaten) 22-28! 40.33x22 27x18 41.34-29 23x34 42.40x29 13-19 43.45-40 enz. Bij het sterkste spel van beiden moet het dan remise lopen; een enkel voorbeeldje: 43...17-22 44.37-32 22-28! (veiliger dan 44...19-23?! 45.40-34 22-28 46.32-27! enz.) 45.32x23 19x28 46.38-32 28x37 47.31x42 12-17! 48.40-34 18-23 49.29x18 17-21 50.26x17 11x13 51.34-29 13-19 52.42-38 6-11 53.36-31 11-17 54.31-27 17-22! 55.27x18 19-23 =.

Hiermee wil nìet gezegd zijn dat de zwarte stelling na Karregats volgende zet geen redding meer zou bevatten (dat lijkt mij althans onwaarschijnlijk), maar dat 36...15-20 de voorkeur verdiende is zeker.

36...2-8(?) 37.49-43! 8-13 38.33-29! 23x34 39.39x30 15-20 40.45-40 13-19 41.40-35 20-24?

Verleidelijk doch verliezend. Zwart had maar 41...19-23 moeten proberen.

42.43-39 11-16 43.39-33!

Het tempo zit precies goed voor wit: 43...6-11 44.37-32! en zwart kan niet laten slaan.

43...16-21 44.37-32!

Gespeeld in het vertrouwen dat het (dammen)eindspel na 44...12-18 45.33-28! 22x42 46.31x13 19x8 47.30x10 geen problemen meer geeft.

Overigens wil ik nìet uitsluiten dat de offervariant 44.33-29(!!) 24x42 45.37x48 12-18 46.30-24 19x30 47.35x24 14-19 48.24x13 18x9 49.25-20 enz. eveneens zou hebben gewonnen.

44...6-11 45.32-28! 12-18 46.28-23! 19x39 47.30x10 39-44 48.10-5

Hoewel het in materieel opzicht nog steeds gelijk staat en zwart slechts één veld van dam is verwijderd, bevindt hij zich in een kansloze situatie. Met beide vlaggen op vallen volgde er nog:

48...11-16 49.25-20 27-32 50.5x46 21-27 51.38-32 27x38 52.26-21 17x37 53.46x12

Zwart geeft het op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden