Schimmenspel in het olympisch labyrint

Dr. Jacques Rogge (53) is sinds 1991 invloedrijk lid van het Internationaal Olympisch Comité. De voormalig rugby-international en olympisch zeiler werd na Prins de Merode de tweede Belg in het IOC....

JOHN VOLKERS

IN HET monumentale pand aan de groene rand van het Oost-Vlaamse Deinze gaat de telefoon om de haverklap. De conversatie - veel journalisten, een enkele collega-bestuurder - wordt gevoerd in het Frans, Spaans, Engels en vooral in het Nederlands. Dr. Jacques Rogge heeft voor een ieder een vriendelijk woord over.

Van de geruchten over de drukke Nederlandse lobby voor een tweede positie in het IOC heeft de ingewijde Belg gehoord en gelezen, maar hij kan dergelijke wandelgang- en telefoondiplomatie van de vijf kandidaten niet bevestigen. 'Er is geen specifieke lobby', beweert hij.

Toen duidelijk werd dat Nederland aanspraak kon maken op een tweede plaats in het IOC - Anton Geesink maakte al deel uit van het college - mengden zich vijf kandidaten in de race: voorzitter Huibregtsen van NOCNSF, oud-schaatsenrijder Ard Schenk, staatsscretaris Erica Terpstra, hockeybestuurder Els van Breda Vriesman en roei-official Marc Top.

De ervaring van Rogge staat haaks op de informatie die Anton Geesink eerder verschafte. Het Nederlands IOC-lid meldde eind vorig jaar geschokt dat het vijftal, lobbyend, bij al zijn olympische vrienden aan de telefoon had gehangen. Rogge: 'Ik ken de situatie in uw land goed. Ik ben een buur en ik ben met Brusselaar Hein Verbruggen en met Bob Hassan, de vertegenwoordiger van Indonesië, de enige in het IOC die de Nederlandse pers kan lezen. Maar ik kan niet zeggen dat er sprake is van een intensieve lobby.'

Rogge was 'toevallig' van de partij toen de Nederlandse ambities voor een extra plaats in het machtige sportcollege aan het licht kwamen. 'Daar werd inderdaad de vraag aan Samaranch gesteld of Nederland, als olympisch organisator van 1928, niet opnieuw een tweede IOC-lid zou kunnen krijgen? Waarop de IOC-voorzitter antwoordde: ''Waarom niet?''. Enfin, de rest van de geschiedenis is bekend.'

De vijf Nederlandse kandidaten voor het IOC-lidmaatschap zouden steun in het internationale circuit hebben gezocht, maar volgens Rogge werkt dat niet. 'Nogmaals, er is geen specifieke lobby. Zeker niet op mijn niveau. Ik neem aan dat er enige discussie zal zijn met Samaranch, maar daar speel ik niet in mee.'

De agenda voor de IOC-sessie van Nagano, van 2 tot 5 februari aan de vooravond van de Winterspelen, is nog niet in Deinze gearriveerd. 'Normaliter hoef ik die niet te weten. De agenda is een zaak van het bestuur, de leden zullen pas in Nagano worden ingelicht.'

Het vergaderschema bij zo'n vierdaagse zitting voorziet in veel vaste zaken, budgetten, rapportages van de vele commissies die het IOC rijk is. 'En op de laatste dag worden traditiegetrouw de nieuwe leden gekozen.' Die dag zal voor het Nederlandse smaldeel in Japan extra spannend zijn.

Rogge waarschuwt dat het op een deceptie kan uitdraaien. 'De Poolse ex-atlete Irena Szewinska zal waarschijnlijk worden voorgedragen als lid. Ik spreek dat voorzichtig uit; het gaat normaal gesproken door, maar de benoeming van Szewinska had al in september in Lausanne moeten geschieden. Maar toen heeft het uitvoerend comité beslist in Lausanne geen nieuwe leden te benoemen. Ik neem aan dat er nu geen uitstel komt, maar het zou wel kunnen. Het is niet de eerste keer dat zoiets gebeurt.'

Rogge zelf maakte een geruisloze entree, toen in 1991 'het recht' - of is het gunst? - van een tweede Belgische positie binnen het IOC plotseling weer kon worden uitgeoefend. 'Van 1964 toen Prins de Merode prins Albert, onze huidige koning, afloste, hadden we officieel geen tweede IOC-lid meer. Die situatie ontstond toen tien jaar eerder Seeldraayers, de FIFA-voorzitter uit België, overleed en niet meteen werd vervangen.

'Ik weet niet waarom die situatie destijds bestendigd werd. Ik ben te jong om dat te weten. In 1990 liet de voorzitter van het IOC mij weten me beschikbaar te houden. Hij zei me dat hij me graag in het IOC wilde hebben. Ik heb natuurlijk ja gezegd. Waarom zou je nee verkopen als je zo bezig bent met de sport.'

Rogge, drievoudig deelnemer aan de olympische zeilregatta en veelvoudig chef de mission van zijn landenploeg, werd door het IOC begeerd om zijn invloed en zijn jeugd. 'Ik was sinds 1988 voorzitter van het Belgische olympisch en interfederaal comité, het BOIC. Daarnaast werd ik eind '89 verrassend gekozen als Europees voorzitter.

'Je moet in zulke zaken een beetje geluk hebben. De Oostenrijkse voorzitter van het EOC wilde niet herkozen worden. Ze wilden een jonger iemand. Dat werd Jacques Rogge. Zoals het IOC ook de laatste jaren sterk aangestuurd heeft op de verjonging van het comité.'

In België was geen weerstand tegen de IOC-kandidatuur van Rogge. Waar in Nederland de verlangde kandidaat - de sportbonden spraken zich uit voor NOCNSF-voorzitter Huibregtsen - links en rechts door andere kandidaten werd gepasseerd, daar toonden de Belgen zich enkele jaren geleden heel wat beheerster.

Rogge: 'Samaranch kwam met de mededeling ''ik stel voor dat Jacques Rogge lid zal worden van het IOC''. En iedereen in ons land ging daarmee akkoord. Het idee van Samaranch was ruim op tijd in de publiciteit. Er was alle kans voor anderen, maar niemand meldde zich, zoals bij u, als tegenkandidaat.'

De volgzame Belgische methode is één van de vele wegen die tot het IOC-lidmaatschap kunnen leiden, erkent Rogge. 'Er zijn gevallen dat het land zelf gaat zeggen ''wij stellen één kandidaat voor''. Dat is in Polen met Szewinska gebeurd, zij is vice-voorzitter van het nationale comité. Per land is de situatie verschillend, je kunt daar geen regels voor stellen.'

Dat Nederland met een keur aan kandidaten komt, hoeft geen belemmering te vormen voor een werkelijke aanstelling in Nagano. Het kan zelfs helpen: Samaranch en zijn IOC-kabinet van tien leden houden er de laatste jaren specifieke beleidslijnen op na. Zo zou er in het IOC een voorkeur voor vrouwen op bestuursposten zijn. Dat zou de kansen van staatssecretaris Terpstra en hockeyofficial Van Breda Vriesman versterken.

Rogge: 'Er is bij het IOC duidelijk een inhaalbeweging aan de gang om vrouwen aan te stellen; de gelijkschakeling van man en vrouw in onze maatschappij vraagt daarom. Voor 2004 zou tien procent van het bestuur vrouw moeten zijn, daarna moet het stijgen naar twintig procent. Maar dan moet het IOC het voorbeeld geven. Dingen eisen is lastig als je het zelf niet doet. Wij zijn nu net op tien procent uitgekomen. Daarom bestaat er een voorkeur voor vrouwen anders halen we de gewenste cijfers nog niet.'

Het oog van Samaranch is bovendien al jaren gericht op oud-kampioenen en ervaren olympisch atleten. Dat streven zou de kaart van Ard Schenk, de drievoudig olympisch schaatskampioen, sterk maken. 'Samaranch heeft de neiging het IOC te verjongen. Daarbij heeft hij voorkeur voor mensen die aan de Spelen deelnamen of andere grote sportcompetities hebben gespeeld. Ik zelf was zo'n atleet, maar een bescheidene. Ik heb op de olympische regatta's van Acapulco, Kiel en Kingston gezeild. Negende was mijn beste verrichting, in de Finn. Dat is geen legendarische prestatie.

'Als je de lijsten ziet met de laatste namen dan zijn daar groten bij. Killy, Drut, Borsov, Szewinska straks, jullie Anton Geesink, Vera Caslavska, Schmitt. Er zitten mensen tussen die drie of vier gouden medailles hebben gewonnen. Zulke idolen hebben niet, zoals ik, de legitimatie van de democratie nodig. Zij zijn de legenden. Als Anton iets zegt dan is dat als Mozes op de berg.

'De invloed van de atleten binnen het IOC wordt de laatste jaren steeds groter. De atletencommissie, met voorzitter Boebka, heeft zijn mensen in alle commissies. En binnen de vergadering, met ruim honderd mensen, heeft een kwart een actieve olympische achtergrond. Er zijn vijftien medaillewinnaars en tien anoniemen, zoals ik.'

In de mixture van sportleiders is ook plaats voor een ander type bestuurder. 'Waar het nodig is, moeten ook mensen die niet aan de Spelen hebben deelgenomen, maar wel zeer invloedrijk zijn in de sport, ik denk aan wielervoorzitter Verbruggen, opgenomen worden.

'Maar dat geldt ook voor mensen die in bepaalde landen op basis van hun professionele activiteiten voor IOC en NOC zeer veel deuren kunnen openen. Mensen in de industrie, de politiek of de diplomatie. Mensen die zo'n grote inbreng hebben in het maatschappelijk bestel van dat land, dat zij werkelijk invloed uitoefenen.

'Het zoeken is naar een subtiel evenwicht tussen al die verschillende mensen. Het uitvoerend comité van het IOC kijkt voor elk land wat het meest gepast is. Het IOC wenst mensen te hebben die de sport kennen, dat is de basisvereiste. En mensen van wie verondersteld wordt dat in hun land of in een groepering, zoals Verbruggen in het UCI, invloed hebben.'

DE VISIE van IOC maakt dat én Terpstra, de vrouw, én Schenk, de atleet, én Huibregtsen, de manager met invloed, grote kans maken. Rogge: 'Ik denk dat alle would be-kandidaten elk in hun segment bepaalde eigenschappen hebben die het IOC maar ook de Nederlandse sport goed zouden kunnen dienen.

'Tegenwoordig is het niet voldoende per vier jaar actief te zijn in je NOC. Het draait om de invloed en slagkracht die door het IOC gevraagd worden, maar het gaat ook om mensen die in hun eigen land de beleidssituatie van de sport kunnen verbeteren.

'In België hebben wij een goed evenwicht. Tussen het eerste IOC-lid Prins de Merode die toegang heeft tot politieke, diplomatieke en financiële kringen waar ik als modale burger geen entree heb. En dan mijn persoon die als gewezen topatleet, ik ben wereldkampioen geweest, en als gewezen olympiër de federatie in beweging kan krijgen. Die wisselwerking is in ons geval zeer gunstig.'

Grondlegger De Coubertin schreef in zijn charter dat een IOC-lid vooral het internationaal olympisch belang in zijn land diende te vertegenwoordigen. Het zou, naar de letter van de regel, een belemmering kunnen vormen voor NOCNSF-voorzitter Huibregtsen bij diens nationale activiteiten.

Het zit anders, stelt Rogge. 'Je moet dat zien in het historisch perspectief. Toen het IOC in 1894 werd opgericht, was het de eerste grote wereldorganisatie. De FIFA was er nog niet, alleen de turn- en roeibond bestonden.

'De moderne situatie eist dat een IOC-lid moet kunnen bijdragen aan de activiteiten in zijn eigen land. Je kunt als IOC'er niet geïsoleerd leven. Het is de wens van Samaranch, en ik deel zijn mening, dat een IOC-lid actief moet kunnen deelnemen aan het sportbeleid van zijn land.

'Ik doe dat door dagelijks met het management bezig te zijn. Een man als Geesink bewijst dat het ook kan zonder rechtstreeks betrokken te zijn binnen het dagelijks bestuur, het routinegebeuren. Anton is een legende, zijn verdiensten zijn niet opgehouden op die mat in Tokyo.

'Geesink is sterk in het verspreiden van de olympische idealen. Zijn mobiele olympische academie is een briljant idee. Hij vertolkt zijn rol als IOC-lid op een perfecte manier en hij is zeker actiever dan veel van mijn collega's. Anton wenste de vorige zomer zeer terecht actief te zijn binnen het Europese comité, het EOC.

'Dat heeft ons gevleid. Maar de reglementen zeggen dat een land slechts één lid mag voordragen en dat het NOC dat moet doen. Uw NOCNSF koos voor Huibregtsen en die werd gekozen. Overigens weten wij ook dat Wouter ons zeer veel zal bijbrengen op het gebied van management en cultuur.'

Het werven van de tweede Nederlander voor het IOC had Rogge, als goede buur, veel sterker kunnen sturen, als hij zo dicht bij het vuur had gezeten als hem enkele jaren geleden werd voorspeld.

De Gentse chirurg werd kroonprins genoemd. 'Ik kan een lange lijst maken van mensen die zo werden genoemd.Kometen komen en gaan.'

In 1994 werd Rogge, afkomstig uit een land dat in Henri de Baillet-Latour van 1925 tot '42 al een IOC-voorzitter bezat, betiteld tot de opvolger van Samaranch. 'Dat is het chauvinisme van de Belgische pers. Die kan ik niet beletten af en toe mijn naam voor te dragen. In andere landen lees je andere namen. Zelf heb ik nooit gedachten gekoesterd van ''ik ben de opvolger van zus of zo''. Belachelijk. Vanwege mijn beroep ken ik de relativiteit van het leven en de illusie van de droom.'

Eveneens in '94 stelde Rogge zich kandidaat voor het uitvoerend comité, de beleidsmakers van het IOC. De blitz-loopbaan van de zeiler werd echter tijdelijk stilgelegd, omdat collega De Merode zich in laatste termijn ook kandideerde en de promotie van Rogge daarmee blokkeerde. 'Ik heb mijn kandidatuur ingetrokken.' De oudere in dienstjaren gaat voor volgens ongeschreven IOC-wetten. Maar de kans bestaat dat De Merode zich in Nagano terugtrekt en Rogge nieuwe perspectieven biedt. Het bevestigt dat scenario's op de Olympus soms verrassende passages kennen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden