Schaven aan een flits die geen fout verdraagt

Slim trainen en hard herstellen: dat is het motto voor Dafne Schippers tijdens een cruciaal pre-olympisch trainingskamp in Florida. Hoe wordt zij de snelste vrouw op aarde? Niet door Rocky Balbao na te doen. 'Drie keer 150 meter is gewoon een zware training.'

Dafne Schippers traint bij zomerse temperaturen met Nederlandse en Amerikaanse atleten op de IMG Academy in Florida, ter voorbereiding op de Olympische Spelen van Rio.Beeld Klaas Jan van der Weij/de Volkskrant

De Amerikaanse vlag wappert hoog boven de azuurblauwe atletiekbaan als Dafne Schippers zich opmaakt voor een proefstart. Ze plaatst haar spikes zorgvuldig tegen het blok. Ze spreidt haar vingers vlakbij de witte streep. Ze bolt haar rug. Dan schiet ze weg, met korte, felle bewegingen, nog sneller dan ze op televisie lijkt.

'Aaaah', schreeuwt ze al na vier of vijf passen. Ze onderbreekt haar acceleratie en wendt zich abrupt tot haar coach, Bart Bennema, die glimlachend achter het startblok staat.

'Je tweede pas, je zet je voet plat neer. Toen was-ie weg', zegt hij terwijl Schippers hoofdschuddend terugloopt naar het startblok. Ze neemt opnieuw plaats, komt traag omhoog en knalt dan weer verbazingwekkend rap naar voren, ditmaal zoals het hoort, met trefzekere stappen die zowel krachtig als lichtvoetig klinken.

Loopt hier de snelste vrouw ter wereld? Over 111 dagen, in Rio de Janeiro, kan Schippers die prestigieuze bijnaam opeisen door de olympische 100 meter als eerste Nederlandse atlete te winnen sinds Fanny Blankers-Koen (in 1948). Veel zal afhangen van haar start, de vliegensvlugge eerste passen die als een waas aan het ongeoefende oog voorbij trekken, in minder dan een seconde, een flits die geen fout verdraagt.

Twaalf weken op stage

Ongeveer dertig Nederlandse atleten gaan elke winter driemaal op buitenlandse stage. Middellange afstandslopers zoals Sifan Hassan (wereldkampioene 1.500 meter) verblijven circa vier maanden op hoogte, in Amerika en Zuid-Afrika. Meerkampers als Nadine Broersen (oud-wereldkampioene indoor) en Eelco Sintnicolaas (oud-Europees kampioen indoor) zijn ruim tien weken van huis, vaak in Spanje en Zuid-Afrika. Sprinters als Dafne Schippers en Churandy Martina gaan al snel een week of twaalf op pad. In december waren ze in Zuid-Afrika, in januari op Tenerife en deze maand in Florida. Volgens Roskam kost een kamp per dag per atleet zo'n 80 tot 130 euro, exclusief de vliegtickets.

Het luistert nauw, weet Schippers. In de schaduw van een tentdak aan de zijkant van de baan, legt ze uit dat dit haar eerste starts in de openlucht waren, twee weken na haar tweede plaats op de 60 meter bij de WK indoor. Het ritme is even zoek, het lichaam een beetje uit balans. 'Het is elke keer weer even wennen. Mijn benen bewegen nog niet snel genoeg.'

Dat gaat veranderen in Florida, waar de wereldkampioene 200 meter en twaalf andere Nederlandse atleten voor drie tot vijf weken zijn neergestreken voor een cruciaal pre-olympisch trainingskamp. Ze zijn te gast bij de IMG Academy in Bradenton, aan de westkust van de Sunshine State, vlakbij de Golf van Mexico, op een grotendeels nieuw complex waar vooral bevoorrechte tienerkinderen worden geschoold in tennis, honkbal en golf. Een jaartje op de moderne campus kost ruim 60 duizend euro.

Voor de atleten is het een ideale omgeving, meent Ad Roskam, de technisch directeur van de Atletiekunie. Alles wat ze nodig hebben, is binnen een straal van een kilometer te vinden. Schippers en co zijn in zestallen ondergebracht in riante villa's met uitzicht op de atletiekbaan. Het restaurant met verantwoorde sportvoeding ligt een steenworp verder op. Het krachthonk, iets verder weg, is per golfkar bereikbaar. Langer dan tien minuten wandelen atleten liever niet, om hun spieren niet onnodig te belasten.

Beeld Klaas Jan van der Weij/de Volkskrant

Een trainingskamp als dit is geen overbodige luxe, menen Roskam en Bennema. Het is naar hun overtuiging een voorwaarde om in de atletiek te kunnen uitblinken, zoals verschillende Nederlandse atleten tegenwoordig doen. Het is de laatste noodzakelijke stap: na een centrale trainingslocatie als Papendal, voltijds bondscoaches, dagelijks beschikbare medici en fysiotherapeuten, en een overdekte trainingshal.

Voor de sprinters is de warmte een van de belangrijkste redenen om Florida op te zoeken. Iedere sprinter heeft baat bij temperaturen van 25 tot 30 graden. Schippers laadt volgens Bennema in de zon op als 'een batterijtje'. Haar Jamaicaanse en Amerikaanse concurrenten trainen permanent in een warm klimaat.

De coach: 'De zon geeft je zo een paar tienden van een seconde cadeau, afhankelijk van de afstand. Dat is gewoon wat mijn klokje zegt. Het is het verschil tussen een Nederlandse hal en hier. De intensiteit ligt gewoon hoger. En je herstelt ook beter. Je zou bijna zeggen: je moet in Florida gaan wonen. Dat zou een enorm effect hebben. Maar sociaal is dat onhaalbaar.'

Slim trainen, hard herstellen

Rust is een ander voordeel van een buitenlands trainingskamp. Afgezien van een enkel uitstapje naar het strand is het dagelijks leven tot de essentie teruggebracht: trainen, eten, slapen. Verplichtingen zijn er niet, familie en vrienden storen hooguit via de smartphone.

Vooral voor Schippers is afzondering van belang. Sinds haar wereldtitel is rust een schaars goed. Fans, pers en sponsors krijgen geen genoeg van haar. Zelfs Chinese media willen haar dagenlang op de huid zitten. 'Pittig' noemde ze al die belangstelling eerder. Ze mijdt de schijnwerpers de komende tijd zoveel mogelijk, met instemming van haar begeleiders.

'In een sport als atletiek zou ik haast zeggen dat rust nog belangrijker is dan de training zelf', meent Roskam. 'De basis is slapen. Uit allerlei onderzoek blijkt dat het gewoon het beste herstelmechanisme is dat je lichaam heeft. Het herstel bepaalt volledig hoe intensief je kan trainen en wat het rendement van de volgende training is. Het is bij wijze van spreken hard werken om uitgerust te zijn voor de volgende training.'

Beeld Klaas Jan van der Weij/de Volkskrant

Slim trainen en hard herstellen: dat is het motto van de Nederlanders. Die keuze leidt in Florida tot een trainingsregime dat niet strookt met het stereotiepe beeld van buitenlandse sportstages: dat van zwoegende jongelui die pas stoppen als ze de uitputting nabij zijn. Zelfs zijn eigen atleten verwachten soms een 'Rocky Balboa-achtige' aanpak, zegt Bennema. Zijn opvatting: minder is meer.

De bondscoach: 'Ik had eens een atlete die dacht dat ze geen goede stage had gedraaid. Ik zit helemaal niet stuk, zei ze. Dat is een van de mooiste complimenten. Je moet niet kapot zijn aan het einde, je moet beter zijn.'

In de praktijk betekent dit dat Schippers in Florida gemiddeld tienmaal per week traint: in de ochtend meestal twee uur op de baan, 's middags wat korter in het krachthonk.

Weinig herhalingen is het devies bij alle sessies. In het krachthonk doet ze allerlei oefeningen met gewichten en halters, soms tientallen kilo's zwaar. Maar of ze nu bankdrukt of squat, voorslaat of heft: ze herhaalt de beweging vrijwel altijd minder dan vijf keer, soms slechts eenmaal. Steeds zijn de bewegingen kort en explosief, met veel aandacht voor de techniek.

Op de atletiekbaan geldt hetzelfde. Aan de start waagt ze zich hooguit tweemaal per week, per sessie meestal maar een handvol keren. Veel vaker heeft geen zin, meent Bennema, hoe essentieel het ook is dat ze zich optimaal bekwaamt in de starttechniek. Op de sprint draait het om maximale power. Na een keer of vijf kan het lichaam dat niet meer opbrengen, dus wordt het trainingseffect vanzelf minder.

Ritme van de toppers

Het is gemakkelijk de intensiteit van de korte krachtexplosies te onderschatten. 'Vanmiddag kracht, morgen een beetje hardlopen', zegt Bennema aan het eind van een ochtendsessie tegen Schippers. Dat laat ze zich niet zeggen. 'Beetje hardlopen! Beetje hardlopen! Doe je mee?', zegt ze uitdagend. De oud-tienkamper grijnst. Zijn beste tijd op de 100 meter mag dan sneller zijn dan die van Schippers (10,69 om 10,81), de vaart is allang uit zijn 38-jarige lijf verdwenen.

Dat Schippers recht van spreken heeft, blijkt de volgende ochtend. De wind blaast over de zonnige atletiekbaan, zo hard dat de training onwillekeurig een extra dimensie krijgt. Vijfmaal 150 meter heeft Bennema in gedachten, met acht minuten pauze tussen elke sprint.

Schippers loopt tegen Tianna Bartoletta, de tweevoudig wereldkampioene verspringen die op de 100 meter nagenoeg hetzelfde persoonlijke record heeft als zij. De Amerikaanse maakt deel uit van de trainingsgroep van Rana Reider, de Amerikaanse coach in Nederlandse dienst. Hij begeleidt naast sprinter Churandy Martina en verspring Ignisious Gaisah ook enkele Amerikaanse en Britse topatleten.

Beeld Klaas Jan van der Weij/de Volkskrant

Via Reider konden de Nederlanders met korting terecht in Florida. Maar ze profiteren ook van het hoge niveau van zijn buitenlandse atleten. Die tonen zijn atleten dagelijks wat van ze wordt geëist, zegt Bennema. 'Zij zijn de wereldstandaard. Je ziet hoe iemand traint die 7 meter ver springt, of 10,85 sprint. Wat meteen opviel, was de werkethiek. Het geeft een richting aan.'

De directe duels zijn een andere trainingsvoordeel. Schippers en Bartoletta willen niet voor elkaar onder doen op de 150 meter. Ze scheuren door de halve bocht en laten zich op het rechte stuk door de wind in circa 16 seconden naar de finish blazen. Uit foto's blijkt later dat ze onbewust synchroon lopen, met identieke passen, contacttijden en snelheid.

'Het ritme van de toppers', noemt Bennema dat. Hij weet uit metingen dat Schippers de grond per pas hooguit eentiende van een seconde mag aanraken. Anders gaat ze te traag. 'De lat ligt hoog. Dat hoort bij topsport. Als je de lat lager legt, ga je niet hoger springen.'

Tot vijf sprints komt het niet. Na driemaal grijpt Bennema in. Schippers ligt languit op de grond, op een matje, uitgeput van het 'beetje hardlopen'. Door de extreme rugwind en de directe competitie van Bartoletta, rende ze harder dan de bedoeling was.

De coach: 'Ze geeft hier geen honderd procent, maar het is toch een honderd procent belasting doordat ze wordt voortgeblazen. Het zijn rake klappen, op hoge snelheid. Dan is drie keer 150 meter gewoon een zware training.'

Als Schippers is uitgehijgd, komt ze langzaam overeind voor wat lichte uitloopoefeningen en een evaluatie met Bennema. Dan zit de eerste week Florida erop. De olympische vorm is nog in de maak, maar de voortekenen zijn gunstig. Net voordat een tropische storm losbarst, verlaat ze de atletiekbaan, met rechte rug en lome tred, zoals alleen een snelle vrouw kan slenteren.

Beeld Klaas Jan van der Weij/de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden