ProfielenNederlandse schaatscoaches

Schaatskennis als exportproduct: gaat dat ten koste van Nederlands succes?

Schaatsers uit Japan, Canada en Rusland wonnen dit seizoen 10 wereldtitels, mede dankzij de inbreng van hun Nederlandse coaches Geert Kuiper, Kosta Poltavets en Johan de Wit. Hoe gaan ze te werk? En moet Nederland (9 titels) zich zorgen maken?  

Kosta Poltavets, de Russisch-Nederlandse coach van Rusland. Beeld Klaas Jan van der Weij

Johan de Wit, Japan
4 wereldtitels

Johan de Wit mag dan sinds 2015 werkzaam zijn in Japan; om bepaalde zaken kan hij zich nog altijd verwonderen. Het respect dat ouderen genieten bijvoorbeeld. ‘Als er twee schaatsers op één kamer liggen, bepaalt de oudste hoe laat ze gaan slapen. Natuurlijk denk ik dan weleens: kom op zeg. De kunst is om je er niet mee te bemoeien. Het is hun cultuur, ze zijn er mee opgegroeid en zijn er tevreden mee. Dat moet je als buitenstaander lekker zo laten.’

De Wit is een 40-jarige Noord-Hollander, wiens carrière in Nederland op dood spoor was geraakt nadat Team New Balance werd opgeheven. Japan zocht een bondscoach. Hij trof een groep schaatsers aan bij wie het geloof in eigen kunnen was verdwenen, zegt hij. ‘Er waren geen resultaten, de mentale weerbaarheid was laag en iedereen werkte op eigen houtje. Met die zaken ben ik aan de slag gegaan.’

Drie jaar na zijn aanstelling behaalde Japan op de Spelen van Pyeongchang drie gouden medailles en was het achter Nederland het tweede schaatsland. Op de WK sprint, vorige week in Hamar, zegevierden Tatsuya Shinhama (mannen) en Miho Takagi (vrouwen). Op de WK afstanden in Salt Lake City won Nao Kodaira de 500 meter. Over de hele breedte bloeit het Japanse schaatsen.

Misschien wel het belangrijkste dat hij samen met zijn staf inbracht, was competitiedrang. ‘Schaatsen is heel simpel: je vergelijkt jezelf constant met anderen om te zien wie er beter is. Dat wilde ik in alles laten terugkomen: in de competitie met andere landen, maar ook onderling, op de fiets, in het krachthonk, noem maar op. Ze moesten weer uitgedaagd worden. Alleen op die manier word je beter.’

Johan de Wit, de Nederlandse coach van Japan.Beeld Klaas Jan van der Weij

‘Beste van de wereld’

Hij is gepromoveerd tot de algeheel technische baas en stuurt hij een groep van 35 mensen aan. Hij voelt zich niet aangesproken door de opmerking van Sven Kramer dat het voor het Nederlandse schaatsen geen goede zaak is dat zoveel Nederlandse kennis naar het buitenland wegvloeit.

‘Er lopen genoeg goed opgeleide coaches rond in Nederland, maar sponsoren kiezen vaak liever voor een grote naam met minder ervaring. Ik heb wel aanbiedingen gehad na het opheffen van New ­Balance, maar het was gewoonweg niet zo interessant als het aanbod uit Japan.’

Hij voelt zich niet per se geroepen om het Nederlandse schaatsen van advies te dienen, al was het maar omdat hij de zaken slechts vanuit de buitenkant beziet. Zijn visie: alles valt en staat bij een sterke organisatie. ‘Veel ploegen zijn geneigd eerst te denken: welke goede schaatser kan ik aantrekken in plaats van: hoe komt mijn staf er uit te zien? Kijk ik naar Japan, dan staat alles in het teken van de beste van de wereld worden. Bij Jumbo-Visma zie je die ­visie ook. Maar je hebt ook kleinere ploegen met minder budget. Daar is, om een voorbeeld te noemen, ruimte voor slechts één fysio voor honderd ­dagen per jaar. Daar betaal je uiteindelijk de rekening voor als het gaat om herstel of revalidatie.’

De Wit draait er niet omheen: ‘Ik weet zeker dat mijn aanpak ook in Nederland werkt.’ Maar nee, zijn handen jeuken niet. ‘De verdiensten in het buitenland zijn over het algemeen beter en de contracten langer. Zeven jaar geleden zou ik nog een moord voor hebben gedaan voor een job in Nederland, nu hoef ik niet meer per se terug.’

Kosta Poltavets, Rusland
3 wereldtitels

Hij kwam in 1994 als politiek vluchteling ­vanuit Oekraïne naar Nederland en in 2010 werd Kosta Poltavets (57) door Rusland aangetrokken als bondscoach. Het idee was dat hij de Russen zou klaarstomen voor de Winterspelen van Sotsji van 2014 met behulp van de kennis die hij als trainer had opgedaan bij de Nederlandse ploegen DSB en TVM. ‘Die vier jaar was te kort’, blikt hij terug.

Het is ook niet eenvoudig om in een nieuwe omgeving snel resultaat te boeken. Voor zover de ­typisch Nederlandse aanpak bestaat, is die niet een op een te plakken op een ander land. ‘Elk land heeft zijn cultuur en structuur. Je kunt geen kopie maken van wat er in Nederland is.’

De truc is om open te staan voor de eigenheden van het andere land en een methode te ontwikkelen die daar werkt, leert Poltavets. ‘Je wordt gedwongen anders te denken en je eigen ideeën te ontwikkelen.’

‘Je bent creatief bezig, probeert met de beste kenmerken van de Nederlandse situatie iets te doen’, zegt hij. Neem het Nederlandse model met commerciële ploegen. Poltavets vertaalde dat naar Rusland. Onder de supervisie van de schaatsbond fungeren er nu vijf groepjes als elkaars concurrent. ‘Elk van die vijf groepen heeft een coach met een eigen visie.’

Zo’n verandering – Rusland was één nationale selectie gewend – vereist mentale lenigheid . Het was dus belangrijk om de begeleidingsstaf, van bestuurders tot schaatsers, te overtuigen. Daar had Poltavets langer voor nodig dan die eerste vier jaar. ‘Het was moeilijk om een nieuwe structuur te organiseren en tegelijkertijd coach te zijn.’

Het Russische schaatshuis staat nu behoorlijk stevig. Poltavets leerde veel van zijn voormalige TVM-collega Gerard Kemkers. De Russen zijn uitgegroeid tot misschien wel de grootste plaaggeesten van de Nederlanders. ‘Van buiten ziet de ploeg er misschien een beetje chaotisch uit, maar het is een superstrak georganiseerde eenheid’, zegt Poltavets.

Een strakke opzet is één, maar de echte winst ligt ergens anders, denkt de Oekraïense Nederlander. ‘Schaatsen is meer dan dat. Het is net als ons leven, dat is ook niet alleen maar strak en georganiseerd. Er moet een balans zijn tussen structuur en chaos. Er moet ruimte zijn voor creativiteit en vernieuwend denken, grensverleggend denken.’

‘Denk vernieuwend’

Daarin onderscheiden de Nederlandse coaches in buitenlandse dienst zich, denkt hij. Het is niet zozeer de nationaliteit die het verschil maakt, of hun opleiding in Nederland. Het is hun karakter. ‘Ze denken vernieuwend. Ze zijn anders.’

Het ziet er niet naar uit dat de Nederlandse rijders hun heerschappij weer snel terug zullen krijgen. Niet omdat ze het slecht doen of achterlopen, maar omdat de concurrentie het gat gedicht heeft. Er is weer strijd om de belangrijkste prijzen.

Niemand kan meer achteroverleunen, de Nederlanders niet en ook de Russen niet, waarschuwt hij. ‘Zelfs Koelizjnikov is op de 500 niet meer zeker van zijn overwinning.’

Het schaatsen is veel leuker geworden, vindt hij. ‘Ik geniet van het grensverleggend denken, dat het niveau wereldwijd omhoog is gegaan. Ik geniet ervan om te zien hoe de schaatser zich door kan ontwikkelen. En ik sta ook niet stil. We moeten weer grenzen verleggen. Het is niet te stoppen.’

Geert Kuiper, Canada
3 wereldtitels

Geert Kuiper (59) had nog maar net afscheid genomen als bondscoach bij de KNSB, toen in zijn mailbox een berichtje van de Canadese bond binnenkwam. De hele mail betrof slechts één woord: headcoach?

Eigenlijk had hij net besloten om het wat meer op zijn boerderij in Oldeholtwolde te gaan doorbrengen, iets meer afstand te nemen. Maar dit aanbod deed hem aarzelen. ‘Al mijn ervaring kwam eigenlijk samen in de deze functie. Coaching, beleid maken, mijn netwerk. Ik wilde alleen niet emigreren, maar dat hoefde ook niet.’ En zo ging Kuiper in de zomer van 2018 aan de slag als technisch adviseur bij de Canadese bond.

Twee jaar later kan niet anders dan geconcludeerd worden dat Canada grote stappen heeft gemaakt. Met name op de lange afstanden is Canada Nederland voorbijgestreefd als oppermachtige natie. Op de WK afstanden in Salt Lake City won Graeme Fish de 10 kilometer in een wereldrecord, nadat Ted-Jan Bloemen een dag eerder al op de 5 kilometer had gezegevierd. Achter drie van de eerste vijf namen op de 5 kilometer stonden Canadese vlaggetjes.

De credits voor dat succes gunt Kuiper vooral aan de coaches op het ijs, Bart Schouten en Remmelt ­Eldering, die ‘een Nederlands sausje over het Canadese schaatsen hebben gegoten’. Zijn inbreng ligt op andere vlakken, zegt Kuiper. Het verbinden van de twee trainingscentra in Canada bijvoorbeeld, Calgary en Quebec. Maar ook het ontwikkelen van een nieuwe matrix met kwalificatietijden die nodig waren voor plaatsing voor de wereldbekerwedstrijden. ‘De norm ging omhoog.’

Geert Kuiper, de Nederlandse coach van Canada. Beeld Klaas Jan van der Weij

‘Calimerogedrag’

En hij rekende af met wat hij ‘Calimerogedrag’ noemde. Het idee van Canadezen dat in Nederland toch alles beter is, omdat er nu eenmaal veel meer geld beschikbaar is. ‘Er was op allerlei vlakken enorm veel kwaliteit, zoals een prachtig topsportcentrum in Calgary. Ze hadden het alleen niet in de gaten.’

Na de WK afstanden liet Sven Kramer optekenen er geen voorstander van te zijn dat Nederlandse coaches naar het buitenland gaan. Met hun kennis zouden ze de concurrentie helpen, aldus Kramer. Kuiper deelt die kritiek niet, al was het maar omdat er meer coaches dan banen zijn. ‘Je zou ook kunnen zeggen: Nederland heeft er weinig moeite voor gedaan om mij hier te houden. Ik heb geen aanbod van een merkteam gehad.’

Volgens hem is de uitstroom van expertise naar andere landen juist wél een goede zaak. ‘Wij doen in het buitenland ook weer kennis op die we anders niet hadden gehad. Het kan op termijn betekenen dat er een heel nieuwe lichting trainers komt die juist door hun ervaring iets nieuws toevoegen aan het Nederlandse schaatsen.’

Het contract van Kuiper loopt tot augustus van dit jaar, maar hij hoopt en verwacht tot de komende Spelen door te gaan. ‘Ik voel me heus geen Canadees of zo, maar ik voel me wel heel betrokken bij de Canadezen.’ En het Nederlandse schaatsen? Kuiper gelooft niet dat er crisis is. ‘In sport zijn er altijd golfbewegingen. Maar feit is dat Canada, Japan en Rusland een aantal dingen hebben gedaan waardoor het niveau omhoog is gegaan. In Nederland moet men kijken waar nu nog de rek zit. Wat ik denk? Dat mogen ze zelf uitzoeken.’

In vreemde dienst

Japan, Rusland en Canada bleken dit seizoen de grootste tegenstrevers van Nederland, maar het zijn niet de enige landen met Nederlandse coaches. Ook China heeft ingezet op Nederlandse kennis, met het oog op de Winterspelen van Peking (2022). Voormalig technisch directeur Arie Koops is er werkzaam, oud-schaatser Bob de Jong (eerder werkzaam bij Zuid-Korea) tot voor kort ook. Erik Bouwman, eerder ook werkzaam in Zuid-Korea, is bondscoach van Duitsland. In Noorwegen werkt Bjarne Rykkje als bondscoach.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden