Reportageaanloop schaatsseizoen

Schaatsers zijn er even helemaal uit op het ijs van Inzell in plaats van de sleur van Thialf

Tientallen internationale topschaatsers zijn neergestreken in Inzell. De hoogte (690 meter), de omgeving (magisch) en de overkapping (2011) maken de ijsbaan in het kneuterige Zuid-Duitse dorp tot een ideale trainingslocatie.

Team Reggeborgh van coach Gerard van Velde  dendert in polonaise over het ijs van Inzell. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Team Reggeborgh van coach Gerard van Velde dendert in polonaise over het ijs van Inzell.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Voor Kjeld Nuis hoeft het niet. In Heerenveen heeft hij alles wat hij als schaatser begeert en toch zit hij al bijna twee weken in Inzell. En niet alleen. Het is dezer dagen hartstikke druk op het ijs van de Max Aicher Arena. Nagenoeg alle Nederlandse teams zijn in het Beierse schaatsdorp en zwieren er in lange slierten over de baan.

‘Wat een circus’, zegt Nuis. ‘Als je nu in Heerenveen bent, lach je de ballen uit je broek. Dan heb je daar privé-ijs.’ Toch is geen van de commerciële teams in Friesland achtergebleven. De enige ploeg die niet in Inzell was de afgelopen twee weken, is Team Zaanlander van coach Jillert Anema. Zij schaatsen in Erfurt, een stukje noordelijker in Duitsland.

Dat de bevolking van Thialf nagenoeg volledig naar Zuid-Duitsland is getrokken, komt voort uit kopieergedrag, denkt Nuis. Als één team het doet, volgen de andere. En Inzell is sowieso een traditioneel decor voor de laatste weken voor de seizoenstart. Op de snelweg naar Zuid-Duitsland zag Nuis diverse collega’s dezelfde kant op rijden. ‘En nu rijden we hier in polonaise achter elkaar.’

Toch snapt Nuis (31) de aantrekkingskracht van Inzell wel. ‘Het heeft ook iets magisch’, zegt hij. Het is de herinnering aan vroeger. Toen de baan nog onoverdekt was en hij er met zijn schaatsclub op trainingskamp ging, lol maakte op het ijs en even verderop ging sleetje rijden.

Het zonnetje van Inzell

Dat romantische gevoel deelt hij met Gerard van Velde (49), zijn coach bij Team Reggeborgh. Ruim dertig jaar geleden kwam hij er als jonge sprinter voor het eerst. ‘We kennen Inzell met een zonnetje, de blauwe lucht en de bergen op de achtergrond. Dat is voor een schaatser gewoon een droom. Hoeveel mooier wil je het hebben?’

Minder romantisch was dat het in het najaar vaak slecht weer kon zijn, net als de afgelopen dagen. Niet voor niets kozen na de eeuwwisseling steeds minder ploegen voor een verblijf in Beieren. Sinds de overkapping in 2011 keerden de teams maar wat graag terug naar hun oude stek.

Net als Nuis prijst Van Velde de omstandigheden in Nederland. ‘Er gaat niets boven Thialf.’ Toch heeft het zin om eropuit te trekken, vindt hij. Om de sleur van altijd maar hetzelfde decor te onderbreken, niet alleen op de baan maar ook buiten. ‘Als je elke dag in Friesland moet fietsen, is dat niet echt een pretje. Niets tegen Friesland, maar dit is mooier.’ Hij wijst naar de bergtoppen in de verte waar deze week de eerste sneeuw gevallen is.

Daarbij biedt Inzell kalmte, merken Martin (37) en Erwin (39) ten Hove telkens weer. De twee broers zijn coaches bij Team IKO en komen er van kinds af aan vrijwel elk jaar. Het dorp heeft wat kneuterigs, vinden ze. Er verandert niet zoveel. Dat is niet erg. Het is juist een deel van de aantrekkingskracht. ‘Als je Inzell binnenrijdt, geeft dat meteen rust’, zegt Martin ten Hove. ‘Het is gewoon heel lekker.’

De rompslomp van het dagelijks leven blijft achter in Nederland. Dat moet zelfs Nuis toegeven. ‘Het is hier eten, slapen en trainen. Je hebt oogkleppen op en dat is chill.’

Op 690 meter

De ijsbaan heeft ook snelheid te bieden. Inzell ligt op 690 meter boven zeeniveau en daardoor is de luchtweerstand er lager. Dus gaan de schaatsers er harder dan in Heerenveen. Dat betekent meer druk op de benen in de bochten, een ander ritme op het rechte eind. Het is goed om dat te ervaren.

Dit jaar viel de snelheid tegen. Vanwege de hoge energieprijzen, ook in Duitsland, stonden de vriesmachines aanvankelijk op halve kracht. Het ijs was zachter en daarmee trager dan gehoopt. Na klachten werd er afgelopen weekend bijgeschakeld en was het weer naar wens.

De Nederlanders staan niet alleen in hun voorliefde voor Inzell. Bijna heel schaatsend Europa is er. Een ochtend turven langs de baan levert bijna twintig nationaliteiten op. Van Spanje tot Belarus en van Noorwegen tot Roemenië.

Wedstrijdspanning

Volgens Jac Orie (53), coach bij Jumbo-Visma, is de internationale context een belangrijke factor. Vooral op vrijdagen, zaterdagen en zondagen, als de trainingswedstrijden gepland staan. Door de confrontatie met buitenlandse concurrenten slaat wedstrijdspanning toe.

Zo vormt de tijd in Inzell een brug tussen de zomerse trainingen en de serieuze wedstrijdwinter, die dit jaar begint met de NK afstanden (29-31 oktober). In Thialf is het moeilijker om die wedstrijdspanning op te roepen. Orie: ‘Daar zit je steeds maar weer in de baan naast diegene waar je al honderd keer tegen hebt gereden.’

Het is de vraag of de herfstreis naar Inzell traditie blijft. Voor de Spelen van 2026 in Milaan wordt de ijsbaan in Baselga di Piné overdekt. Deze baan ligt op 1,030 meter boven zeeniveau, een garantie voor snelheid. Het is een aanlokkelijk vooruitzicht, vindt Erwin ten Hove. ‘Dan heb je Calgary in Europa en ga je daarnaartoe.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden