Schaatsenanalyse

Schaatsers beginnen op NK afstanden aan lang gevecht om beperkt aantal olympische tickets

De NK afstanden vormen vanaf vrijdag het officiële begin van het schaatsseizoen. Toch ligt de focus van de toppers al op de Spelen van Beijing in februari. Het NK is niet meer dan een eerste stap in een zware hindernisrace op weg naar een olympisch kwalificatie.

De Nederlandse ploeg bij de opening van de Olympische Winterspelen in Pyeongchang in 2018. Toen nog met twintig schaatsers, in februari in Beijing met maximaal achttien.  Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
De Nederlandse ploeg bij de opening van de Olympische Winterspelen in Pyeongchang in 2018. Toen nog met twintig schaatsers, in februari in Beijing met maximaal achttien.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Er worden medailles uitgereikt, nationale titels gewonnen, maar toch zal bij de NK afstanden iedereen met zijn hoofd ook al ergens anders zijn. De ogen zijn vol verwachting en vrees gericht op eind december, als bij het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) de tickets voor de Spelen van Beijing worden verdeeld. Wat is een nationale afstandstitel in dat licht waard?

Een blik op het verleden leert dat de uitslagen op de afstandskampioenschappen, lang niet alles zeggen over olympisch succes. De rijders die op de NK het podium bezetten, zijn wel vaak degenen die later tijdens het OKT ook een ticket voor de Spelen veroveren, maar een garantie voor olympisch succes is een nationale titel niet.

Bij de vorige Spelen in Pyeongchang waren er twee goudenmedaillewinnaars die eerder dat seizoen ook Nederlands kampioen geworden waren: Jorien ter Mors, op de 1.000 meter en Sven Kramer op de 5 kilometer. Maar het tegenovergestelde gebeurt ook: goud op de NK, maar geen ticket voor de Spelen. Rhian Ket, kampioen op de 1.500 meter eind 2009, was er in Vancouver in 2010 niet bij.

Ook Dai Dai N’tab is een van de NK-medaillewinnaars die faalden op het OKT. Eind 2017 werden twee valse starts op de 500 meter Nederlandse kampioen de sprinter fataal en miste hij als nationaal kampioen Pyeongchang.

Top-5-klassering

‘Het OKT en de Spelen zijn de twee momenten waar ik dit jaar heel goed wil zijn’, zegt hij nu. ‘Daar hebben we de hele zomer voor getraind. Maar het is wel lekker als je een aantal wedstrijden daarvoor al goed bent.’

Het belang van de NK afstanden zit hem voor de deelnemers vooral in het schaatsen van een top-5-klassering. Dat geeft toegang tot de wereldbekerwedstrijden in het Poolse Tomaszow Mazowiecki (12-14 november), het Noorse Stavanger (19-21 november), Salt Lake City (3-5 december) in de VS en het Canadese Calgary (10-12 december).

Tijdens die wedstrijden kunnen de Nederlandse schaatsers zien hoe hun buitenlandse concurrenten ervoor staan. Bovendien kunnen ze daar, via een ingewikkeld klassement waarin uitslagen en tijden meetellen, de toegangsbewijzen voor de Spelen in Beijing verdienen.

‘Uiteindelijk word je afgerekend op wat je in februari doet’, zegt sprinter N’tab. ‘Maar ik denk dat het NK ook wel belangrijk is. Je wil wel een beetje in je wedstrijdritme zitten met wereldbekers.’

Slecht op NK, goud bij Spelen

Noodzakelijk is het niet. Er zijn ook rijders die op de NK matig presteren en later via het OKT alsnog een triomf op de Spelen mochten beleven. Zoals Carlijn Achtereekte, die op de 3 kilometer van de NK afstanden van 2018 als vierde eindigde en later olympisch goud op die afstand veroverde.

Kjeld Nuis eindigde op diezelfde NK zelfs als zesde op de 1.500 meter, maar kwam uit Pyeonchang terug als olympisch kampioen. Het was een genoegdoening voor vier jaar eerder, toen hij als Nederlands kampioen op de 1.000 meter niet naar Sotsji mocht.

Ook Esmee Visser maakte het mee. Zij eindigde vier jaar geleden vijfde op de 5 kilometer bij de nationale titelstrijd. Drieënhalve maand later was ze olympisch kampioen. Het was een titel die haar de jaren erna vaak in de weg zat. Mede daarom benadert ze de NK afstanden ontspannen. ‘Ik hoef op deze NK niet per se wereldbekertickets te halen.’

Haar beste afstand, de 5 kilometer, wordt maar één keer verreden in wereldbekerverband, in Stavanger. Dat maakt de urgentie voor Visser al minder, maar ook de wetenschap dat een mindere uitslag op de NK niets hoeft te betekenen. Het gaat immers om het OKT. ‘Daar ligt de focus.’

Meer schaatsers dan tickets

Als de Nederlanders in de wereldbekercyclus goed presteren, kunnen ze olympische tickets verdienen, maar die zijn niet op naam. Hoeveel races een individuele schaatser ook wint, de plek wordt toegewezen aan Nederland.

De KNSB en NOCNSF hopen op achttien plekken in totaal. Meer is er niet te behalen, want er mogen per land maximaal negen vrouwen en negen mannen naar Beijing. Dat is twee personen minder dan in Pyeonchang in 2018, toen de maximale ploeggrootte nog twee keer tien was.

Dat betekent dat het nog spannender wordt op OKT, van 26 tot en met 30 december, dan voorheen. Pas daar kunnen de schaatsers hun naam aan een startplek verbinden. Een uitgekiende prestatiematrix en aanwijsvolgorde moet uitkomst bieden bij het samenstellen van de ploeg.

Het OKT is in zeker opzicht het belangrijkste toernooi van het jaar, als voorportaal voor de Spelen. Stressvol wordt het sowieso, want er zullen daar veel olympische dromen al sneuvelen, nog voor de Winterspelen begonnen zijn.

Maar eerst dus de NK, waar de titels mooi meegenomen zijn en de top-5 het zelfvertrouwen een kontje geeft. En waarbij de verliezers zich zullen troosten met de gedachte dat het echt nog goed kan komen.

Het laatste kunstje van
Kramer en Wüst?

Het vorige coronaschaatsseizoen was sowieso bijzonder, met veel minder toernooien en zonder publiek, maar voor Ireen Wüst en Sven Kramer was het helemaal wennen. Voor het eerst in vijftien jaar wonnen gedurende het seizoen geen individuele titels, zowel nationaal als internationaal grepen ze naast goud.

35 jaar zijn ze allebei en in de herfst van hun carrière. Kramer, die in Beijing zijn vierde olympisch goud op de 5 kilometer wil winnen, werd in het voorjaar geopereerd aan zijn rug. Het seizoen moet uitwijzen of de operatie hem vrijwaart van de klachten die hem afgelopen jaren zo plaagden en tot de slechte uitslagen van vorig seizoen leidden. Hij heeft het nodig als hij de strijd aan wil kunnen gaan met Patrick Roest.

Kramer wil nog niet onomwonden zeggen dat dit zijn laatste schaatswinter is, bevreesd dat dit seizoen dan de aard van een afscheidstournee krijgt. Wüst doet daar niet moeilijk over. Zij stopt er straks mee en haalt juist kracht uit die wetenschap. Ze vergeleek het met een training waarbij je nog één keer diep moest gaan. ‘Zo’n laatste keer kan je vaak nog net iets meer.’

Dat ze vorig jaar matig presteerde had weinig met het klimmen der jaren te maken, maar meer met de onnatuurlijke coronabubbel in Thialf. Nu er weer publiek welkom zal zijn bij wedstrijden laait het vuur weer op bij Wüst. Ook voor de negentiende NK afstanden van haar loopbaan. ‘Ik heb er vertrouwen in.’

Opvallend voorseizoen voor
Otterspeer en Michelle de Jong

Hein Otterspeer won nationale titels op de sprintvierkamp en zilveren medailles op het EK en WK sprint, maar nog nooit werd hij afstandskampioen. Ook plaatste hij zich nog nooit voor de Olympische Spelen. Dit jaar moet het gebeuren, want in Beijing is hij 33.

Na jaren bij Jumbo-Visma switchte Otterspeer deze zomer naar Reggeborgh, waar hij is herenigd met zijn eerste proftrainer Gerard van Velde. Het is een gok, juist in een olympisch seizoen, maar vooralsnog lijkt die goed uit te pakken, zeker op de 1.000 meter, de afstand die hem het beste ligt.

Otterspeer verraste in Inzell door een dijk van een kilometer te schaatsen. Zijn 1.07,55 is de tweede tijd van dit seizoen, alleen de Canadese topper Laurent Dubreuil was nog 0,26 sneller, maar hij schaatste op de snelle hooglandbaan in Calgary.

Otterspeers teamgenoot Michelle de Jong (22) staat juist aan het begin van haar carrière. Het sprintende zusje van Antoinette, wereldkampioene 3 kilometer, was begin oktober in Inzell met 38,07 op de 500 meter sneller dan leeftijdsgenoot Jutta Leerdam (38,25) die vorig jaar zilver won op de NK.

Het gat met Femke Kok (21), die op de WK tweede werd, is ook niet al te groot. Zij reed als enige Nederlandse al onder de 38 seconden dit seizoen: 37,88.

Op de NK moet blijken of De Jong, die vorig jaar door een coronabesmetting ontbrak, in de medailles zal rijden en haar plekje in de jonge sprintgeneratie zal opeisen.

Gaan Krol en Schouten
verder op oude voet?

In de jaren na zijn overstap naar Jumbo-Visma in 2018 groeide Thomas Krol (29) uit tot de te kloppen man op de 1.000 en 1.500 meter. In de laatste twee jaren pakte hij op beide afstanden de nationale titel en vorig jaar werd hij wereldkampioen op de 1.500 meter, nadat hij ook beide wereldbekerwedstrijden had gewonnen.

Dat biedt perspectief met het oog op de Spelen in Beijing. Thomas Krol viel vier jaar geleden net buiten de boot. Op het OKT eindigde hij op de 1.000 meter als derde, maar de geblesseerde Kai Verbij werd op basis van zijn eerdere prestaties geselecteerd. Als het nu weer zo zou lopen, zou juist Krol aanspraak kunnen maken zo’n uitzonderingspositie.

Een grotere verrassing was stayer Irene Schouten (29). Zij reed wel al jaren mee in de top van de 3.000 en 5.000 meter, maar pas vorig seizoen pakte ze ook titels op de NK en WK. ‘Ik rijd nog niet zo als in februari en dat is ook logisch’, zei ze onlangs bij de presentatie van haar ploeg Zaanlander. ‘Het gaat allemaal prima, maar 6.48 schud ik nog even niet uit mijn mouw.’

Met dat persoonlijke record haalde ze goud op de 5.000 meter WK-goud. Schouten rijdt ook marathons, die anderhalf jaar werden afgelast. Maar dat is volgens haar niet de reden dat ze zo goed was op de langebaan. ‘Mensen hebben geen idee wat voor training ik doe, daarin reed ik gewoon een soort kleine marathon, misschien lag daar wel de kracht.’ Dus was ze er vorige week gewoon weer bij toen de eerste marathon in 602 dagen werd verreden. En ze won.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden