Kai Verbij.

Profiel Kai Verbij

Schaatser Kai Verbij, ‘onze’ troef bij de WK sprint, kind van twee culturen

Kai Verbij. Beeld Klaas Jan van der Weij

Schaatser Kai Verbij geldt als ‘onze’ troef dit weekeinde bij de WK sprint in Heerenveen. Maar zo heel vanzelfsprekend is dat niet voor de zoon van een Nederlandse vader en een Japanse moeder. ‘Hij kan helemaal door zijn knieën zakken, zijn schaatsen helemaal uitschuiven naar rechts, in een soort spagaat. Dat hoef je een Nederlandse jongen niet te laten proberen.’

Japanse ogen, Nederlandse neus. Je hoeft maar naar het gezicht van Kai Verbij (24) te kijken om te zien dat hij twee landen in zich verenigt. Zijn vader ontmoette zijn moeder in Japan, toen hij daar als Nederlandse molenbouwer aan de slag ging. Niet veel later waren ze getrouwd.

Over zijn identiteit zei Verbij twee jaar terug in de Volkskrant: ‘Ik voel me eigenlijk meer Nederlander.’ Maar in welke karaktertrekken is de Japanner in hem terug te vinden?

Zijn jeugd

Het buitenbeentje van Hoogmade

Op warme zomerdagen varen de plezierjachtjes over de Kromme Does, langs de kerk van Hoogmade. Als de winters streng genoeg zijn, staat het hele dorp op schaatsen. Je rijdt via de Wijde Aa zo naar het Braassemermeer. In deze Hollandse idylle groeide molenmakerszoon Kai Verbij op.

‘Kai Shanghai’, noemden de kinderen hem op de basisschool. Of ‘Loempia Kai’. Hij viel uit de toon omdat hij de Japanse trekken van zijn moeder heeft. Zijn twee jaar oudere zus, Mai, kreeg met dezelfde pesterijen te maken. Ze weet dat het niet gemakkelijk was. Niet voor haar, niet voor Kai. ‘Je gaat twijfelen over je identiteit en je uiterlijk.’

Wat niet hielp, was dat ze thuis veel Japans spraken, zeker na de scheiding van zijn ouders, en hij zich in het Nederlands niet altijd even goed kon uitdrukken. Hij werd in groep 8 teruggezet naar groep 7 en deed daardoor een jaartje langer over de basisschool.

Ondertussen was hij verslingerd geraakt aan schaatsen. Wat begonnen was als een eenmalig wedstrijdje van zijn basisschool op een slootje in de buurt – hij won die race – groeide uit tot een serieuze hobby. Verbij kon goed uit de voeten op de smalle ijzers en putte daar zelfvertrouwen uit.

Hij was bloedfanatiek, herinnert Dick van Goozen, zijn trainer bij IJsclub Hoogmade, zich. ‘Hij zat de hele tijd op internet te kijken hoe anderen het deden. Aziaten waren zijn voorbeelden. Hiroyasu Shimizu, de Japanner die als eerste onder de 35 seconden reed, was iemand naar wie hij graag keek.’

Verbij was verlegen, onzeker over zijn Nederlands, maar ook over zijn Japans, merkte Van Goozen. ‘Als we in Heerenveen Japanners tegen kwamen, moest ik het woord doen.’

Ondanks zijn duidelijke talent was hij op de ijsbaan altijd bescheiden. Dat was een deugd die hem door zijn moeder werd bijgebracht, net als hard werken. Mai Verbij: ‘Onze moeder heeft altijd gezegd dat je beter stil succes kunt boeken, dan heel uitbundig.’

Wie zichzelf op de borst klopt, walst over de teleurstelling van anderen heen. Dat is onbeleefd. ‘Kijk om je heen en houd rekening met je omgeving, dat hebben we wel meegekregen.’

Zo zit haar broer nog altijd in elkaar, merkt zijn zus. ‘Hij houdt niet zo van grootspraak. Tegelijkertijd legt hij zichzelf veel druk op, maar houdt dat ook bij zichzelf. Dat is zijn kracht.’

Jong Oranje

De ontluikende winnaar

Verbij spreidt zijn armen. De ene slaat hij om Thomas Krol heen, de andere om een andere ploeggenoot. Hier staat hij dan, in gedachten, op het hoogste schavot van het podium. Het is een oefening die hij van de mental coach van Jong Oranje kreeg opgedragen: beeld uit, zonder woorden, waar je jezelf over acht jaar ziet staan. Daar dus, op de top van de Olympus.

Hij mag dan een sluier van dromerigheid en onverschilligheid om zich heen dragen, daaronder gaat wel degelijk een ambitieus sportman schuil. Zijn toenmalige coach, Erik Bouwman: ‘Kai wist toen al precies waar hij naar toe wilde.’

16 jaar is Verbij als hij, als tweedejaars B-junior, naar Heerenveen verhuist om in Jong Oranje te gaan schaatsen. Daar ontmoet hij Thomas Krol. Urenlang zitten ze bij elkaar op de kamer. Ze weten alles van elkaar, meer dan hun vriendinnen waarschijnlijk ooit zullen weten.

Krol verwondert zich geregeld over de enorme luiheid van zijn ploeggenoot. Trainen? Verbij rekt zich uit. ‘Moet dat écht?’ Jaren later, als hij met Verbij op vakantie is in Japan, ziet Krol Japanners op de gekste plekken hun ogen dichtdoen. Aha, denkt hij. ‘Dat komt me bekend voor.’

Tegelijk is die luiheid ook ‘een houdinkje’ merkt Krol op. Het hoort bij een sprinter. Zoveel mogelijk rusten om in één keer te kunnen exploderen. ‘Als het startschot klinkt, is Kai een beest.’

Trainen, eten, slapen. Het is een fijn, overzichtelijk leven. Maar dat leven kent ook een keerzijde, merkt Verbij. De scheiding van zijn familie valt hem zwaar. In een interview, dat zijn zusje Mai, werkend als journalist voor BNNVara, met hem afneemt voor de Vara Gids, erkent hij: ‘We zijn heel hecht, maar ook weer niet.’

Verbij merkt dat sinds zijn verhuizing naar Heerenveen iedereen zich aan hem moet aanpassen. Alles draait altijd maar om hem, zelfs op feestdagen die vaak midden in het seizoen vallen. Hij voelt zich een egoïst.

Dat familie een gevoelig onderwerp is, merkt ook Radio 1-presentator Roelof de Vries die Verbij in de zomer van 2018 interviewt. Het is een vrolijk gesprek, maar zodra een bandje wordt ingestart waarin zijn vader zegt trots op hem te zijn en zijn moeder hem in het Japans op het hart drukt gezond te leven, schiet hij vol. ‘Ze zijn er altijd voor me’, zegt hij, in een poging zijn tranen te verklaren. ‘Het is zeker niet perfect, maar we zijn als familie uniek.’

Van de vier kinderen is hij het meest Japans. Niet alleen qua uiterlijk, ook in zijn doen en laten. ‘Als topsporter kun je zelden uit de band springen. Het komt overeen met Japanners. Die kleuren ook niet snel buiten de lijntjes.’

Verbij heeft een Japans paspoort. Logisch dus dat er in zijn Jong Oranje-tijd vanuit de Japanse schaatsbond interesse komt. Maar Verbij heeft geen interesse om voor Japan uit te komen en wijst het verzoek, beleefd, af. In Nederland kan hij trainen met de besten. Hij weet: als hij wereldkampioen wil worden, moet hij hier zijn. Niet in Japan.

Pyeongchang

De ambitieuze ‘hafu’

Uitbundig zul je Verbij niet snel zien. Waarom juichen voor een Nederlandse of Europese titel? Dat is toch niet het hoogst haalbare? ‘We kunnen moeilijk van succes genieten, dat hebben we allebei meegekregen van onze Japanse opa’, zegt zijn zus Mai. ‘Als je een 8 haalde, dan vroeg hij: waarom geen 10?’

Die 10 moet Verbij in februari 2018 halen in Pyeongchang, op de Olympische Spelen. Al zijn hele leven droomt hij van een gouden medaille. Het is de enige prijs waar hij zonder reserve voor zou kunnen juichen.

Maar in de aanloop naar de Spelen, bij het OKT, voelt hij bij de start een pijnscheut in zijn lies. Hij scheurt een spier. De blessure blijft hem kwellen, tot aan Pyeongchang. Niet hij, maar Kjeld Nuis, staat op de hoogste trede van het podium. Verbij wordt negende (500 meter) en zesde (1.000 meter). Weg droom.

In zijn vrije tijd maakt hij muziek. Het is zijn uitlaatklep, al was het maar omdat hij meer wil zijn dan alleen Kai, de schaatser. Producer worden van grote artiesten, dat lijkt hem wel wat. ‘Kai dacht serieus na over een carrièreswitch’, zegt Kenji Takai, schaatspakkenimporteur en vriend van de familie. ‘Dat vertelde hij me voor Pyeongchang. Eerst goud halen, daarna professioneel muzikant worden, dat was het plan.’ Maar dat kan dus mooi de prullenbak in.

Na de Spelen gaat hij, zoals elk jaar, op vakantie naar Japan, samen met Thomas Krol, die zich intussen ook ‘een halve Japanner’ is gaan voelen. Lopend door Tokio merkt Krol dat er slechts weinig mensen zijn vriend herkennen. Takai beaamt: ‘In Japan kent iedereen Nao Kodaira. Ze is een soort filmster. Kai is alleen bekend bij de echte schaatsliefhebbers.’

Verbij voelt zich thuis in Japan, net als zijn zus, die er een aantal jaar geleden een zangcarrière nastreefde. Ze worden als halve Japanners met bewondering begroet. Mai: ‘Ze noemen ons ‘hafu’. Dat is echt de term, halfies. Dat is positief. Wij worden best wel bewonderd omdat we voor Japanse begrippen charismatisch zijn. Daarom vinden wij het extra leuk vinden om in Japan zijn.’

Inzell

De ingetogen acrobaat

Verbij wandelt van de kleedkamer naar de ijsbaan in Inzell, het is meer sloffen dan lopen. Zijn rug een beetje krom, de ogen op de grond gericht. Verbij oogt sloom. Alleen zijn nationale tenue verraadt dat hij sportman is.

Als hij op het ijs staat is er niets meer traag aan hem. ’Het is bijna acrobatiek’, zegt Bouwman vol bewondering. ‘Ik zie zijn Japanse achtergrond terug in zijn lenigheid. Hij kan helemaal door zijn knieën zakken, zijn schaatsen helemaal uitschuiven naar rechts, in een soort spagaat. Dat hoef je een Nederlandse jongen niet te laten proberen. Zijn bochtentechniek is ongelofelijk.’

Zijn stijl is letterlijk onnavolgbaar, weet oud-ploeggenoot Krol uit ervaring. ‘Van alle mensen waar ik ooit mee gereden heb, is hij de snelste in de bocht. Het is dan heel lastig om achter hem te blijven rijden.’ Hij probeerde het vaak genoeg, net als de andere trainingsmakkers. Allemaal gingen ze bij zo’n poging wel een keer onderuit. Verbij tart de natuurwetten.

Van zijn kracht moet hij het niet hebben, maar hij kan als geen ander efficiënt met zijn energie omspringen. Het bracht hem begin februari in Inzell naar de wereldtitel op de 1.000 meter. Tussen veel gespierdere mannen krijgt hij het goud omgehangen.

Het is de eerste keer dat hij wel voluit durft te juichen. Hij is uitbundiger dan hij toen hij in 2017 wereldkampioen sprint werd. Dat had hij zich na het olympisch seizoen voorgenomen. ‘Ik vind het spijtig dat ik de titels die ik daarvoor won niet heel serieus nam. Pakken wat je pakken kan, zeg ik nu. Winnen wat je winnen kan.’

Zo zal Verbij ook aan de start van het WK sprint van dit weekeinde Thialf staan. Zijn grootste fan, zijn moeder, zal op de tribune zitten. Als haar zoon hard rijdt, zal ze proberen haar blijdschap niet al te breed uit te meten. Maar wanneer hij wint, zal dat waarschijnlijk niet meer lukken, denkt zijn zus. ’Als hij echt goed rijdt, dan springt zij ook op.’

CV

Kai Verbij

25 september 1994Geboren in Leiderdorp

Persoonlijke ­records:

500 m: 34,13

1.000 m: 1.06,73

Palmares:

3de WK sprint 2016

1ste WK sprint 2017

1ste EK sprint 2017

3de WK sprint 2018

1ste EK sprint 2019

1ste 1.000 m WK afstanden 2019

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden