Schaatser Angenent blijft doordouwer Hulzebosch één slag voor

De noordoostenwind was zaterdag scherprechter in de belangrijkste lange-afstandsrace die het schaatsen kent. Tegen de wind in, op de Blikvaart, kwam de schifting in de kopgroep van twaalf Elfsteden-cracks die in de duisternis van de zuidwesthoek was ontstaan....

Henk Angenent wint met een kleine voorsprong van Hulzebosch (achter hem) de Elfstedentocht in 1997.Beeld anp

Vóór de wind, terug van het noordelijkste punt Dokkum naar finishplaats Leeuwarden, kon geen durfal, zelfs niet van het kaliber-Verduin, de omklemming van de zes man grote kopgroep doorbreken en was de Elfstedentocht gedoemd tot een sprint à deux tussen een schaatser en een doordouwer. De man van de langebaanslag, Henk Angenent, won van de rammer, skeelerkoning Erik Hulzebosch.

De lengte van de sprint en de kwaliteit van het ijs waren daarbij van beslissende invloed. Verduin ging extreem vroeg aan. De machtige Angenent, als steeds direct antwoordend, had daardoor 250 meter lang een gangmaker en richtpunt. Op de laatste tweehonderd meter kreeg hij de explosieve Hulzebosch naast zich, maar diens versnelling reikte niet ver genoeg.

Zwaar en curieus

Op het zwarte glij-ijs van de Bonkevaart kreeg Angenent steeds meer snelheid - tegen de zestig in het uur - en dat was te veel voor de sputterende Hulzebosch die op de punten belandde, twee misperen incasseerde en zijn technische onvolkomenheid duur moest betalen. De allrounder, opgevoed op het kunstijs maar net zo vaardig op het natuurijs, versloeg de man die in het verleden indruk maakte met overwinningen op het fondantijs van Weissensee ('94) en het dooi-ijs van Maasland ('93).

Voor beide concurrenten was de vijftiende Elfstedentocht een kennismaking met de zware en curieuze omstandigheden van de Friese 200-kilometerwedstrijd. Van Hulzebosch gaat het verhaal dat hij in '85 als veertienjarig jongetje, op de kaart van zijn broer, de toertocht heeft gereden. Angenent was op de Zwette een werkelijke debutant.

Beide marathonrijders hadden grote angst voor de eerste drie uren, van half zes tot ver na achten, waarin in het duister moest worden gereden. De verwachting luidde dat een pelotonnetje van veertig rijders elkaar in alle voorzichtigheid zou opzoeken.

De realiteit was dat in het donker - tegen tractorverlichting en fotoflitsen in - een moordend tempo werd onderhouden en een vroegtijdige breuk ontstond. Hagen, al weken getroffen door maagklachten, en de onverschrokken Hulzebosch, bepaalden de jacht over het zwart bevroren water.

Op het Slotermeer ontstond de eerste werkelijke schade. Peter de Vries, een Fries met de reputatie van brekebeen, brak zijn schouderblad. Hij lag op kop met Hagen, routinier Henri Ruitenberg en de outsiders Jan Bakker en Rob van Meggelen. In Hindeloopen, toen de hemel licht werd, bleek de slag gevallen.

Twaalf rijders hadden elkaar gevonden, met een overmacht voor de attente Wehkamp-ploeg. De twee Ruitenbergs en Hagen maakten een kwart van de kopgroep uit, maar moesten voortijdig afhaken. Verder waren er drie duo's, Verduin en Van Meggelen (Dasia), Kramer en Kleine (Klerk's) en Van Benthem en Hulzebosch (Buiter). De eenlingen, Angenent, Stam en Bakker, voelden zich echter niet buitengesloten.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Doorkomst van de kopgroep in Harlingen nabij de Oosterbrug.Beeld anp

De samenwerking was voorbeeldig en de groep van twaalf achtervolgers, met getipte kanshebbers als Huitema, Kromkamp, Pieterse en Borst, verloor in het lastige tussenstuk tot Franeker minuut na minuut. Bij het ingaan van de beslissende etappe, over Blikvaart, Finkumervaart en Dokkumer Ee, was de achterstand opgelopen tot negen minuten.

Bij die negende stad van doorkomst had Hagen al moeten afhaken. De Haarlemmer kluunde net zo matig als Kleine, het onderdeel waarop opvallend genoeg de lange Stam excelleerde. Daarna vielen door beperktere inhoud, valpartijen, straf blazende wind en een tactische zet van teamgenoten Hulzebosch enVan Benthem nog vijf rijders af: Bakker, de twee Ruitenbergen, Van Meggelen en Kramer.

De laatste werd het belangrijkste slachtoffer van een stilletjes geplaatste demarrage van Van Benthem die profiteerde van een gaatje dat teamgenoot Hulzebosch liet vallen. De gretige Verduin reageerde als eerste, Stam sloot aan. Hulzebosch tartte de anderen door stil te gaan staan en drong Angenent in de achtervolging, met Kleine en voor even Van Meggelen.

De beste benen

Kramer, door gekneusde ribben al vijf dagen niet op het ijs gesignaleerd, kon niets terugdoen. Hulzebosch wist zijn doel bereikt. Hij wilde de sprinter Kramer per se kwijt, waarna hij meer prikkend dan schaatsend de koplopers achterhaalde. Tot de Dokkumer Ee was er wapenstilstand. De eenling die wilde ontsnappen, vreesde teruggeblazen te worden.

Op weg naar Dokkum probeerde Verduin nog één keer te ontsnappen, maar Hulzebosch riep Van Benthem toe de vluchter te arresteren. De uitlooppogingen van Kleine, met de wind in de rug naar Leeuwarden, waren te weinig explosief om een echt gat te slaan. De actieve Angenent toonde bovendien de macht om telkens te reageren.

Hij voelde toen al dat hij de beste benen had. 'Ik heb me de afgelopen week op het NK in Ankeveen en in Maasland in vorm gereden. Ze noemen Kleine wel een diesel, maar ik ben er zeker een.' De Alphenaar die met de overwinning Zuid-Holland aan zijn eerste winnaar sinds 1947 (Jan van der Hoorn uit Ter Aar) hielp, miste op 1.34 het wedstrijdrecord van 1985, 6.47.44.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden