Peiling

Schaatsen Jan, niet nadenken

Jan Blokhuijsen, de Europees kampioen van 2014, ontbreekt komend weekeinde in Rusland bij het EK allround. Hij leverde in een half jaar fors aan niveau in. Hoe is dat mogelijk?

28 december 2014. Jan Blokhuijsen in actie op de 1.500 meter tijdens het NK allround in Heerenveen. Beeld anp

Ronald van den Ing, materiaalman: 'Ik denk niet dat Jan het goed heeft aangepakt. Hij is deze zomer zelf gaan sleutelen aan zijn schaatsen. Zeker als je niet in vorm bent, is dat lastig. Hij heeft niet de ervaring, zoals ik. Ik weet dat bepaalde dingen veranderen niets oplevert. Die wijzigingen sluit je bij voorbaat uit. Jan is iets te zelfstandig bezig geweest. Hij kwam pas na de NK afstanden in november bij me. Al die jaren ervoor prepareerde ik zijn schaatsen. Nu deed hij het zelf. Dat moet je niet doen.'

Peter Kolder, assistent-coach Corendon: 'Het is eenvoudig. Bij schaatsen draait het om drie dingen, techniek, fysiek en mentaal. Plus als vierde, je materiaal. Dat heeft invloed op elkaar. Je krijgt vertrouwen omdat het loopt. Loopt het niet, dan verlies je vertrouwen. Dat is een wisselwerking die elkaar versterkt. Er zijn maar een paar schaatsers die het gevoel hebben wat materiaal doet. Sven Kramer en Lotte van Beek pakken een paar nieuwe buizen en weten na tien minuten of het goed is. Er zijn er die zes weken doorrijden op materiaal dat niet geschikt is. Dan moeten ze zes weken hard werken om die achterstand weg te krijgen. Dat is twaalf weken, een hele herfst.'

Koen Verweij, teamgenoot bij Corendon: 'Schaatsen is je lichaamsgewicht overbrengen op een smal stukje ijzer. Na zo'n reisdag naar Tsjeljabinsk denk ik ook: wat is dit? Maar een dag later heb ik mijn techniek weer terug.'

Sven Kramer, olympisch kampioen: 'Schaatsen is meer dan een weekendje wedstrijden rijden. Het is voortdurend gemotiveerd blijven, plezier houden, graag trainen. Het is liefde voor het schaatsen hebben.'

Gianni Romme, coach van Continu: 'Jan, maar ook Koen (Verweij, red.), is in de bloei van zijn sportleven. Hij heeft van zijn 16de tot 24ste jaar geïnvesteerd. Nu moet het oogsten beginnen. Hij moet nu de aanval op Sven Kramer openen. Die grote aap moet van de top van de berg worden getrokken. Ik heb daar zelf ook gezeten. Ik heb ook meegemaakt wat Jan meemaakt nu. Mijn techniek kwijt, in 1999. De olympisch kampioen werd dertiende op het EK. Het publiek floot me uit. Ik ging met Engelse rugbyers trainen op Lanzarote. Toen merkte ik weer wat sportbeleving was, waarom ik sport zo mooi vond. Ik kwam terug en werd in dat seizoen toch nog wereldkampioen op de 5 kilometer. Ik wil niet denigrerend over Jan doen, maar ik vind het lastig dat hij nu halverwege het seizoen eruit is gestapt. Hij moest hier zijn Europese titel verdedigen. Hij is er niet. Zonde. Hij zat in zijn TVM-jaren echt heel dicht tegen Kramer aan. Die gast is echt goed.'

Geert Kuiper, bondscoach: 'In twee jaar tijd van 6.12 naar 6.29, dat is een enorm verlies. Het draait om de effectiviteit van zijn afzet, ook wel efficiëntie. Daarmee verlies je snel een seconde per rondje. Dat is twaalf seconden op de 5. Dit gaat bij Jan om bijna anderhalve tel. Er is meer, het is deels mentaal. De schaatser gaat altijd maar van zijn toptijd uit. Daar rekent hij dan weer op. Als het dan niet lukt, dan kwadrateert alles. Hij zakt weg.'

Hardy Menkehorst, sportpsycholoog: 'Schaatsers worden onzeker, als zij te veel hun techniek gaan monitoren. Daardoor wordt die slechter. Ze zoeken naar het afzetmoment, het valmoment. Ze zijn bezig met bewust bekwaam te zijn. Terwijl een topschaatser onbewust bekwaam hoort te zijn. Ze praten niet over de goede slag te pakken hebben. Ze hebben het over ritme. Je mag niet nadenken. Speerwerpers hebben het over de 'woesj'. Het moment dat de speer langs de oor fluit, zonder nadenken. Alle informatie is weg. Het is, als bij schaatsen, ritme. Je kunt een verloren techniek weer opbouwen, in stukjes. Maar op zeker moment moet het er helemaal zijn. Dan raak je 'm, zoals schaatsers dat noemen.'

Kramer: 'Ik heb Jan een goed 2015 toegewenst. Ik vind het jammer. Ik houd van competitie. Dat is ook goed voor mij. Zo'n crisis gun je niemand. Hij is zijn slag kwijt door een opeenstapeling van gebeurtenissen. Ik hoop dat hij er snel weer bij is.'

Menkehorst: 'Met tien Europese sportpsychologen hebben we vastgesteld dat vele atleten een naolympische dip hebben. Dat leidt tot een motivatiecrisis. Ga er vijf maanden uit, als sabbatical. Langzaam opbouwen tot je weer trek hebt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden