Vonk

'Schaatsen is een Nederlands feestje, maar wel op hoog niveau'

Langebaanschaatsen is een klein Nederlands feest. Betekent het geringe aantal schaatsers dat de topprestaties van de Nederlanders weinig voorstellen, vraagt Mark van Driel zich af. 'Een voor de hand liggende, maar te simpele redenering.'

Ireen Wüst tijdens de 3000 meter.Beeld ap

De wereld is een dorp: zou Sven Kramer die uitdrukking kennen? Hij mag zich de beste schaatser op aarde noemen, omdat hij vorig jaar de snelste was van de 312 mannen die een vierkamp volbrachten, junioren en bejaarden meegerekend. Zijn geboortedorp Oudeschoot (1.500 inwoners) telt meer mannen dan er wereldwijd allrounders zijn.

Op de olympische afstanden is de tegenstand nauwelijks groter. Vorig jaar reden 1.982 mannen de 5 kilometer, de afstand waarop Kramer zaterdag zijn olympische titel hoopt te prolongeren. De 10 kilometer, zijn doel over twee weken, werd uitgereden door 619 mannen. Dat betrof niet alleen topsporters. Over de 10 kilometer deed de Fin Martti Kuosmanen in de categorie 75-plus bijvoorbeeld 29.26 minuten.

Tegenstand is klein
De tegenstand op de vierkamp is niet alleen klein voor Kramer, de zesvoudig wereldkampioen. Viervoudig wereldkampioene Ireen Wüst heeft nog minder competitie. Vorig jaar reden 210 vrouwen een vierkamp. De afstanden waarop Wüst bij de voorgaande Winterspelen olympisch goud veroverde en waar ze in Sotsji opnieuw haar zinnen op heeft gezet, zijn beduidend sterker bezet dan de allroundtoernooien. Vorig jaar reden 3.482 vrouwen de 1.500 meter en 2.017 de 3 kilometer.

De schaatscijfers zijn afkomstig van een club schaatsliefhebbers die zich in 1971 hebben verenigd in de WSSSA: de World Speed Skating Statisticians Association. Via een uitgebreid netwerk van vrijwilligers weten ze nagenoeg alle wedstrijden te registeren: op kunst- en natuurijs, in schaatshallen en de buitenlucht, van Argentinië tot China.

Uit de cijfers komt een duidelijke trend naar voren: hoe korter de afstand, hoe groter de concurrentie. De 500 meter, de afstand waarop tweevoudig wereldkampioen sprint Michel Mulder maandag de olympisch favoriet is, werd vorig seizoen door 11.551 mannen gereden. De 1.000 meter was al minder geliefd, met 7.476 schaatsers. Bij de vrouwen ging het om 7.483 sprinters op de 500 meter en 5.014 op de 1.000 meter.

De aantallen zijn tamelijk stabiel. De sprintnummers zijn tijdens de afgelopen vier olympische jaargangen (van 1998 tot 2010) altijd het meest beoefende onderdeel geweest. Voor de lange afstanden, waarop de Nederlandse mannen steevast uitblonken, was de interesse altijd karig.

Jan Blokhuijsen, Sven Kramer en Jorrit Bergsma op het podium na de rit op de 5000 meter tijdens de Olympische Winterspelen.Beeld anp

Mexico
Wat ook opvalt is dat veruit de meest wedstrijden in Nederland plaatsvinden. Nederlandse schaatsers rijden meer dan de helft van alle races over 500, 1.000 en 1.500 meter. Alleen op de lange afstanden slinkt dat aandeel tot ongeveer eenderde. In de lijsten van de WSSSA zijn 42 landen opgenomen. In sommige landen heeft slechts één schaatser een of meerdere afstanden gereden, bijvoorbeeld India, Mexico, Argentinië en Ierland. Vorig jaar werd in dertien landen een allroundtoernooi gehouden.

Is schaatsen de kleinste van de vijftien olympische wintersporten? Waarschijnlijk niet. Die twijfelachtige eer gaat naar bobsleeën, een dure, gevaarlijke sport, waaraan tot voor kort alleen volwassenen mochten meedoen. De meeste topsporters leggen zich in hun vroege puberteit serieus toe op één discipline.

Oud-wereldkampioen Nicola Minichiello, de Britse bondscoach van de Nederlandse vrouwen, werkte eerder als ontwikkelingscoach bij de internationale federatie. Zij schat dat er wereldwijd 120 mannenploegen actief zijn in het wedstrijdcircuit en 60 vrouwenploegen. 'Bobsleeën doe je niet recreatief. Het kan om leven en dood gaan. Je doet het goed, of helemaal niet.'

Dat geldt voor meer kleine wintersporten. Anders dan volkssporten als ijshockey, skiën of langlaufen telt het free- style skiën, skeleton, of skispringen voor vrouwen (een nieuw onderdeel op de Winterspelen) nauwelijks recreanten. Buiten Nederland geldt hetzelfde voor de langebaan.

Recreatieve sport
Schaatsen is alleen in Nederland een grote recreatieve sport, al steken de ledenaantallen van de KNSB karig af bij de honderdduizenden schaatsers die zich op het natuurijs begeven als het vriest. De schaatsbond telt ruim vijftienduizend licentiehouders: leden die mogen meedoen aan wedstrijden op de langebaan, het shorttrack, de marathon of het kunstrijden. De helft van die leden is jonger dan 18 jaar.

Betekent het geringe aantal schaatsers dat de topprestaties weinig voorstellen? Dat geluid valt vaak te horen onder andere sporters en coaches, die de overvloedige aandacht van media en sponsors voor het langebaanschaatsen niet in verhouding vinden staan tot de mondiale waarde van de sport.

Het is een voor de hand liggende, maar te simpele redenering. Het aantal recreanten zegt vooral iets over het aantal talenten dat in aanraking kan komen met een sport. Maar er is meer nodig om topsport te boefenenen: faciliteiten, coaches, sponsors, (para-)medische ondersteuning, sportbeurzen om voltijds te kunnen sporten.

Ireen Wust juicht na het behalen van de gouden medaille op de 3000 meter op de Olympische Winterspelen.Beeld anp

Professionals
Al die voorwaarden zijn in Nederland de afgelopen twintig jaar geschapen, vooral dankzij de toevloed van geldschieters die jaarlijks rond de 15 miljoen euro in de sport steken. Op dit moment telt Nederland zo'n 50 (semi-)profs. Het nationale niveau is flink gestegen. En ook op mondiaal niveau is Nederland toonaangevend.

Zou er nog harder gereden worden als er wereldwijd tienmaal zo veel schaatsers aan wedstrijden zouden meedoen? Of honderd maal zo veel? Of tienduizend keer zo veel? Zou de 5 kilometer dan wel onder de 6 minuten zijn gereden, de 10 kilometer onder de 12 minuten, en de 500 meter onder de 33 seconden? Het valt niet uit te sluiten.

Maar het staat evenmin vast. Nederland brengt toonaangevende sporters voort in het voetbal en zwemmen: sporten die verankerd zijn in de nationale cultuur, maar ook sporten die mondiaal veel meer beoefenaars tellen dan schaatsen. Als de beste voetballer uit Betondorp kan komen (Johan Cruijff) en de beste zwemster uit Sauwerd (Ranomi Kromowidjojo), waarom zou de beste schaatser dan geen dorpsjongen uit Oudeschoot kunnen zijn?

Mark van Driel is sportverslaggever van de Volkskrant

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden