InterviewSchaatscoach Kosta Poltavets

Schaatscoach Poltavets waarschuwt Nederland: de lat mag wel wat hoger

Kosta Poltavets (58) is een man met een scherpe mening. Afgelopen voorjaar keerde de voormalige bondscoach van Rusland na tien jaar terug naar Nederland en het viel hem op dat de tijd stilgestaan leek te hebben. Hij waarschuwt nu dat Nederland de voorsprong op de andere schaatslanden dreigt kwijt te raken.

Koen Verweij in actie op de 5000 meter tijdens het NK Allround in Thialf. Links coach Kosta Poltavets.Beeld ANP

Het belangrijkste probleem volgens Poltavets? Het gebrek aan wereldrecords. Op dit moment is Kjeld Nuis de enige Nederlandse wereldrecordhouder op een individuele afstand: 1.40,17 op de 1.500 meter.

Poltavets, die in 1994 vanuit Oekraïne naar Nederland vluchtte, begon in 1997 aan zijn loopbaan als schaatstrainer. Eerst als shorttrackcoach van onder anderen een piepjonge Sjinkie Knegt. Later werkte hij bij DSB (2001-2004) met Ids Postma en Jan Bos, daarna volgden vijf jaar bij TVM (2005-2010) waar hij Sven Kramer, Rintje Ritsma en Gerard van Velde begeleidde. Het zijn de jaren die hem hebben gevormd.

Hij gebruikte de Nederlandse visie in zijn tijd bij de Russen. Hij modelleerde het systeem naar Nederlands voorbeeld: hij creëerde kernploegen die met elkaar de strijd aan gingen, zoals de merkenteams in Nederland. Zo stuwde hij het niveau van het Russische schaatsen in een decennium flink omhoog met Pavel Koelizjnikov (wereldrecordhouder op de 500 en 1.000 meter), Denis Joeskov en Natalja Voronina (wereldrecordhoudster op de 5 kilometer) als belangrijkste representanten.

Zijn werk in Rusland zat erop, oordeelde hij aan het eind van de vorige winter. Hij wilde terug naar Nederland en vond emplooi bij het door Jutta Leerdam en Koen Verweij opgerichte Team Worldstream. De verrassende wereldkampioene op de 1.000 meter was verguld met zijn komst. Zij noemt hem haar droomcoach. Hij betitelt haar als de vrouwelijke Pavel Koelizjnikov. Samen willen ze het Nederlandse schaatswereldje opschudden.

Op de Spelen in Pyeongchang, in 2018, wonnen de Nederlandse langebaanschaatsers 16 medailles, in 2014 zelfs 23. Dat is toch een veel betere indicatie voor de stand van zaken dan hoeveel wereldrecords Nederlanders hebben?

‘Ik denk dat het met elkaar te maken heeft. Neem Sven Kramer. Hij reed aan het begin van zijn carrière meerdere keren wereldrecords op de 5 kilometer. Dat drukte zich later uit in olympisch goud. Nu zie je dat wereldwijd tijden worden verbeterd, maar dat het Nederlandse niveau op een plateau blijft.

‘Het kunnen ook wereldrecords op laagland zijn. Neem het olympisch kwalificatietoernooi van 2013, vlak voor de succesvolle Spelen van Sotsji. Toen werden er supersnelle tijden gereden, bijna allemaal wereldrecords laagland. Een belangrijk aspect daaraan is dat zulke tijden de buitenlandse concurrentie onzeker maken. Sindsdien is het een beetje minder, een beetje wisselvalliger geworden en zie je dat andere landen verder staan: Japan, Rusland, Canada. Die hebben ambities. Daar gaat het om in de sport. Om grenzen verleggen.’

Maar Nederland wint nog altijd veruit de meeste medailles. Wat is het probleem?

‘Je kunt winnen en blijven winnen, dat is te danken aan het Nederlandse concurrentiesysteem. En concurrentie is de motor van de sport. Maar er moet ook een nieuwe generatie komen. Als Sven Kramer afscheid neemt, komen Patrick Roest en Marcel Bosker, maar er moeten veel meer jonge schaatsers komen die het overnemen.

‘Je moet op een andere manier denken, zoals je dat ziet bij de Japanners en de Canadezen. Zij ontwikkelen zich sneller dan de Nederlanders en dichten hun achterstand. Nederland moet durven ambitieus te zijn. We moeten zeggen: we gaan het succes van Sotsji nog een keer herhalen. Het is  heel wat anders of je tevreden bent met 13 medailles of dat je mikt op 23. Dat laatste moet de maatstaf zijn.’

‘Dat deed ik ook in Rusland. Toen ik er kwam was het maar de vraag met wie ik medailles kon winnen. Ik durfde die druk op mijn schouders te nemen en te zeggen: we gaan ervoor. Niet voor een of twee medailles, maar voor meer. Daar kwam een nieuwe generatie uit voort met een nieuwe mentaliteit, met een totaal andere aanpak. Je moet verder, de lat hoger leggen.

‘Ik zie in Nederland dat die drive duidelijk aanwezig is bij Patrick Roest. Hij gaat er vol in op de 5 kilometer om te proberen het baanrecord te verbeteren. Dat is de drive die meer mensen zouden moeten hebben.’

Collega-trainers reageerden lacherig op je uitspraken over de wereldrecords en de stilstand in Nederland. Trek je je daar iets van aan?

‘Let op, wat ik zeg is mijn eigen subjectieve mening. Die is gebaseerd op mijn levens- en sportervaring. Ik wil niet stilstaan bij de reactie of de mening van anderen. Die mogen ze hebben. Het is geen statement van mij. Ik wil niet in een discussie belanden. Ik ben gewend om niet te veel te praten, maar de taal van de prestaties te laten spreken.

‘Ik bespreek het niet met andere coaches. We praten wel met elkaar, maar niet inhoudelijk. Je wil ook niet alles delen in de sport. Ik heb meer contact met coaches uit andere sporten, bijvoorbeeld de triatlon. Dat is makkelijker, ook omdat je geen concurrent van elkaar bent.’

Je jaren in Rusland werden overschaduwd door de olympische dopingaffaire in Sotsji (2014), waar gesjoemeld bleek te zijn met dopingstalen. Jij en je pupillen zijn nooit in verband gebracht met dat vals spel, maar denk je dat het toch je reputatie heeft geschaad?

‘Nee, niet echt. Ik heb bewondering met mijn werk afgedwongen en met resultaten bevestigd. Daardoor krijg ik respect van schaatsers, collega-coaches en bestuurders.’

Rusland, Canada en Japan hebben een kernploegstructuur met een sterk sturende schaatsbond. Is dat een systeem waar Nederland naar terug moet?

‘Nee. Het model met commerciële teams is nog steeds een heel goed systeem. Dat moeten we behouden, maar de teams moeten wel professioneler worden. Een duidelijkere visie hebben op de toekomst.

‘We moeten bedenken hoe de 12-jarigen van nu straks 33-laag rijden op de 500 meter. Welke faciliteiten creëren we? Of laten we het zoals het is? Wat kunnen we doen om over 8 jaar hard te rijden? Hoe moeten die jonge schaatsers op het juiste spoor gezet worden? Ik heb zelf Koelizjnikov er ook als tiener al uit gepikt.

‘Vroeger had je Jong Oranje en was Leen Pfrommer daar coach. Hij had ervaring met wereldtoppers als Ard Schenk en Kees Verkerk. Hij wist wel wat noodzakelijk was voor de jeugd om de wereldtop te bereiken. Onder zijn leiding braken Marianne Timmer, Jan Bos en Erben Wennemars door. Leen had visie, dat is nodig bij die top.’

Ontbreekt die visie nu?

‘Elke coach heeft zijn eigen strategie en filosofie. Dat is goed, want alle schaatsers zijn anders. Die individuele benadering moet blijven bestaan, maar coaches kunnen creatiever aan de slag, zeker met het oog op de toekomst. Jac Orie heeft duidelijk een eigen aanpak, maar dat hebben ze niet allemaal.

‘Als je ziet hoe het materiaal zich heeft ontwikkeld en de ijskwaliteit omhoog is gegaan, dan moet het harder gaan. Dat betekent dat je misschien wel tijden als in Salt Lake City en Calgary hier op Thialf kan rijden. Zeker op de langere afstanden moet het mogelijk zijn om op een laaglandbaan een wereldrecord te rijden.

‘Je moet onmogelijke doelen stellen. Iets is eerst een droom, dan een idee en vervolgens ga je dat uitwerken. Vroeger hield niemand het voor mogelijk dat je op alle banen 34’ers kon rijden op de 500 meter. Nu kom je zonder 34’er nauwelijks bij de eerste 20. Wij moeten niet in de slaapstand. We moeten verder groeien.

‘Michel Mulder reed in december 2013 in Thialf 34,38. We zijn zeven jaar verder en heb je in Rusland vijf mannen die dat kunnen en vijf in Japan. Dat is om aan te geven wat er over nog eens zeven jaar mogelijk zou kunnen zijn. Je kunt nu wel tevreden zijn met een tijd van 34,5 in Thialf, maar dat telt niet op wereldniveau.

‘Ik denk dat sommige coaches het niet helemaal eens zijn met mij, maar het dwingt mensen erover na te denken. Dat is het begin van het proces.’

‘Winnen is optelsom van geluk en vaardigheden’

Jac Orie, die Nuis naar zijn wereldrecord coachte, reageert schamper op de observaties van Poltavets. Op de digitale persconferentie van zijn Jumbo-Vismaploeg, voorafgaand aan de NK sprint, slaakt hij een diepe zucht als hem het gebrek aan Nederlandse wereldrecords wordt voorgelegd. ‘Ik dacht altijd dat we medailles telden’, zegt hij. ‘Maar als hij dat denkt, dan vind ik dat prima.’

De succesvolste coach van de afgelopen Winterspelen heeft duidelijk weinig zin om op Poltavets in te gaan, maar na enig aandringen wordt hij wat serieuzer. ‘Volgens mij probeert iedereen zich elk jaar te verbeteren’, zegt hij. ‘Ik ben verder niet met andere coaches bezig. Dat we beter kunnen en moeten, dat is zo. Dat is elke olympische cyclus, elke periode zo.’

Daarbij horen volgens Orie jaren van meer en minder succes. ‘Er zit een golfbeweging in. Winnen is de optelsom van geluk en vaardigheden. Daar zit een balans in en soms hangt die een beetje naar links en de andere keer een beetje naar rechts.’

Hij kan zich wel vinden in de gedachte dat een wereldrecord op de 10 kilometer in Thialf haalbaar moet zijn. Dat record staat nu met 12.33,86 op naam van de Canadees Graeme Fish. Orie: ‘Een wereldrecord in Heerenveen is niet zo moeilijk te voorspellen als er een baanrecord van 12.42 staat. Dat is evident bijna.’

Groter nog acht hij de kans in Inzell, dat bijna 700 meter boven zeeniveau ligt. De luchtweerstand is er iets lager, maar de lucht is niet zo ijl dat de stayers in de problemen komen, zoals dat Patrick Roest vorig jaar bij de WK afstanden op de hooglandbaan in Salt Lake City overkwam. ‘Als je het met goed weer in Inzell probeert, dan heb je ‘m meteen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden