Schaatscoach Jac Orie zoekt al 40 jaar naar perfectie

Schaatscoach Jac Orie (50) heeft sinds 2002 op elke Winterspelen een olympisch kampioen afgeleverd. De bewegingswetenschapper maakt met Sven Kramer en Kjeld Nuis in Korea goede kans dat succes vast te houden. Hoe doet hij dat toch?

Jac Orie Beeld anp

Een jongetje van 11 heeft in de huiskamer van een woning in Loosduinen de schaatshouding aangenomen en duwt het bovenlichaam van links naar rechts. Hij staart in de spiegel, die hij tegenover hem rechtop in een stoel heeft gezet. Gisteren, aan het eind van de middag, heeft hij nog getraind op De Uithof in Den Haag, onder aanwijzingen van zijn bijna twintig jaar oudere broer. Maar dat was niet genoeg. Hij wil meer. Het moet beter.

Op het glas heeft hij met zeep over de breedte een streep getrokken. Zo kan hij zien dat hij diep genoeg zit en dat zijn schouders horizontaal blijven als hij zich op de plavuizen zijwaarts beweegt. Van links naar rechts, van rechts naar links. Laag. Recht.

Bijna veertig jaar later is de zoektocht naar de perfectie van Jac Orie (50), intussen schaatscoach en kampioenenmaker, nog niet voorbij. Zie hem maar eens op een doordeweekse trainingsdag in Thialf in de weer naast de baan. Stilzitten is er niet bij. Hij zet zich af tegen de balustrade voor wat rek- en strekoefeningen. Hij begint een potje te schijnboksen met een assistent. Hij buigt zich over Sven Kramer, de grootvorst van het langebaanschaatsen en de blikvanger van zijn ploeg Lotto-Jumbo, als die wat ongeduldig aan zijn ijzers sleutelt.

Ploffers, wringers en perfectie

En dan galmt de echo van het zeepstreepje op de spiegel. Hij stapt het ijs op en keert trainende schaatsers op het ijs de rug toe. Weet je wat mooi zou zijn, zegt hij, tegen niemand in het bijzonder in zijn staf, dat je ongezien weet wie er zo langskomt.

Er valt veel op te maken uit het geluid, namelijk. De categorieën heeft hij al. Je hebt ploffers, die weten niet eens waar het ijs zit; hij kijkt er een beetje misprijzend bij. Er zijn wringers, die zitten te veel naar voren of naar achteren, dan krast het. Een enkeling - en dat zijn de besten - hoor je helemaal niet. Kramer bijvoorbeeld. Stefan Groothuis, die was ook muisstil.

Is hij soms in gedachten alweer bezig aan een nieuw experiment om de slag op het ijs nog verder te vervolmaken? De inzet van een decibelmeter misschien? Louter speculatie natuurlijk, maar de veronderstelling past in het beeld dat zijn omgeving van hem schetst: een gedreven coach die met niet aflatende energie - een burn-out in 2005 daargelaten - zoekt naar gegevens en methoden op basis waarvan hij zijn team denkt te kunnen opstuwen naar nog snellere tijden, met als gehoopt gevolg eremetaal deze maand op de Olympische Spelen in Pyeongchang.

Met Mark Tuitert. Beeld ANP

Lotto-Jumbo is hofleverancier van de schaatsdivisie, met Kramer, Kjeld Nuis, Jan Smeekens, Patrick Roest en Carlijn Achtereekte. De prijzenkast is al goedgevuld. Vier keer was er olympisch goud voor een schaatser onder zijn hoede: Gerard van Velde (als assistentcoach), Marianne Timmer, Mark Tuitert, Groothuis. Hij maakte Timmer, Gianni Romme, Erben Wennemars, Smeekens en Nuis wereldkampioen. Vorig jaar waren alle titels op de WK afstanden voor zijn ploeg, zulke dominantie was niet eerder vertoond.

Hoe flikt hij dat toch? Ga maar eens met hem in de auto zitten, zeggen leden van het team, in de zomer, achter de schaatsers aan die op de fiets aan de conditie schaven. Na 1 kilometer weten alle inzittenden dat Orie de afgelopen nacht weer wetenschappelijke artikelen heeft geraadpleegd, over voedingssupplementen, een inspanningstest, een blessurebehandeling.

Moet je horen, hoe interessant dit, wisten jullie dat? Moeten we het eens proberen? Wat denken jullie? Na een rit van drie uur is het gesprek nog in volle gang. Nico Hofman, al zestien jaar als fysiotherapeut verbonden aan Ories team: 'Het houdt nooit op. Je moet het zelf ook leuk vinden, anders word je helemaal gek. Zeg zeker nooit dat iets niet kan of dat je iets niet wil. Hij haat discussiekillers.'

Stap zijn voormalige tuinderswoning in Poeldijk binnen, waar hij woont met zijn vrouw en twee zoons van 13 en 7 en waar ook zijn ouders hun intrek hebben genomen. Gegarandeerd dat hij achter zijn laptop zit, verdiept in schema's, cijfers en grafieken. Fysiologie, anatomie, biomechanica. Meten is weten. Schaatsen is immers uiterst complex, vindt hij zelf. Tegennatuurlijk bijna: om vooruit te gaan moet je je zijwaarts afzetten.

Proefschrift

Samen met Hofman werkt hij aan een proefschrift over testen als voorspellers van resultaten. Beiden voltooiden de studie bewegingswetenschappen aan de VU in Amsterdam, nadat Orie in Den Haag hbo bewegingstechnologie had gevolgd. Op weg naar hun promotie publiceerden ze al over een fietstest in de zomer waaruit veel kon worden afgeleid voor de resultaten op de 1.500 meter in het winterseizoen.

Een tweede artikel bevatte een vergelijking van de trainingsopbouw in het schaatsen over een periode van 38 jaar, tot 2010, met als conclusie dat er niet eens zo veel meer uren in worden gestoken, maar dat de intensiteit, omvang en vorm sterk zijn gaan variëren. Dat weten ze dan maar vast.

Kampioenen Jac Orie met olympisch kampioen Stefan Groothuis (Sotsji, 2014). Beeld ANP

Hofman: 'Vroeger hielden we die kennis liever voor ons. De concurrentie leest mee. Maar nu vinden we het juist leuk transparant te zijn. Nieuwe bevindingen komen op jouw naam te staan. Bovendien jaagt het ons op: we moeten onszelf blijven ontwikkelen om de voorsprong te behouden.'

Informeer eens naar Ories bezieling bij teamarts Gee van Enst, met wie de coach sinds 2006 samenwerkt. 'Hij zit er altijd bovenop. Als een schaatser zegt dat hij zich niet zo lekker voelt, wil ik het nog weleens even aanzien. Jac heeft het liefst dat ik een dag eerder al een bloedje doe. Dan weet hij in elk geval zeker wat er loos is.'

Ze zijn geestverwanten: wetenschappelijke kennis als middel om de prestatie te verbeteren. Ze sparren. Als de arts zich ergens heeft laten ontvallen dat de lactaatdrempel, het moment waarop melkzuur zich in het lichaam sneller ophoopt dan het wordt afgevoerd, misschien wel iets gekunstelds is en hij een wielrenner kende die er geen last van had, hangt Orie op een zondagmorgen om 9 uur aan de lijn. Hoe zit dat? Is het te trainen? Kunnen Sven en Patrick er iets mee?

Van Enst doet onderzoek naar zuurstoftekort bij sprinters, hij betwijfelt of zich dat wel voordoet. Als hij Orie op de hoogte stelt van zijn eerste bevindingen, volgt meteen een appje met een opgestoken duim. 'Maar reken maar dat als ik hem later ontmoet, er meteen een hele reeks zinvolle tegenwerpingen volgt.'

Is hij soms meer wetenschapper dan coach? Van Enst: 'Dat zou hem als coach tekort doen. Hij is ontegenzeggelijk de aanvoerder van het team, met een zorgvuldig uitgewerkt plan. Noem hem dan maar een wetenschappelijke coach. Maar dit is hij ook: hij kan in de aanloop naar een belangrijk toernooi de boel op scherp zetten door een bijna agressieve sfeer te kweken. Dan begint hij bijvoorbeeld een tirade over het selectiebeleid van de bond. Dan is het: aanvallen!'

Fysiotherapeut Hofman: 'Hij is toch vooral trainer, maar dan wel een trainer die snapt dat hij de wetenschap moet benutten. Daar vindt hij waar er winst is te halen. Daar vindt hij antwoorden op de vraag waarom een blessure niet eerder is opgemerkt en waarom iemand onder zijn kunnen presteert.' Met de aantekening dat hij zich niet gedraagt als een geleerde die louter denkt in getallen en graden. 'Hij kan in drieletterwoorden enorm uitvaren tegen schaatsers die zich niet aan zijn opdracht houden. Hij is allergisch voor types die de kantjes er van af lopen.'

Mark Tuitert, Europees en olympisch kampioen, had als schaatser een hoofdrol in de ontdekkingsreis van Orie. Hij was naar eigen zeggen 'nul, nuller dan nul' toen Orie zich over hem ontfermde, als opvolger van de Amerikaan Peter Mueller bij Spaar Select. Talent te over, maar het kwam er veel te weinig uit. Tuitert was overtraind, kampte met de naweeën van de ziekte van Pfeiffer en met privéproblemen.

Acht jaar hebben ze gepuzzeld. Zelf was Tuitert al bezig met trainingsschema's, de ideale afzet, het optimale gebruik van het lichaamsgewicht. 'De komst van Jac was mijn redding. We konden gelijk tennissen, zeg maar.' De overgang was groot. Mueller had een losse hand van regisseren en dronk 's avonds Jack Daniels, Orie trok de teugels aan en nam meestal een glas warme melk.

Uiteindelijk viel het besluit Tuitert niet langer allrounder te laten zijn, maar volledig te kiezen voor de 1.500 meter. In zware trainingen werd wat eerder gas teruggenomen om te voorkomen dat de schaatser in rust te ver terugviel. Hij moest dan wel weer wat meer de belasting opzoeken als een toernooi naderde. Volgens Tuitert was er wat minder aandacht voor zijn psyche, hij zocht hulp op dat terrein buiten het team. 'Ik wilde weten wie ik was, waar ik naartoe moest. Jac is wel van: oké Tuitert, kappen nu. De baan op.'

In 2010 betaalde de ontleding zich uit in goud in Vancouver. Er waren tranen zichtbaar bij de coach, die zich tot dan toe tijdens wedstrijden vooral profileerde door langs de baan met de handen in de zakken van de trainingsbroek tamelijk stoïcijns het verloop te volgen. Wilde gebaren en hartstochtelijke aanmoedigingen ontbreken in het repertoire.

Tuitert was niet verbaasd over de emoties. 'Als je weet hoeveel energie erin is gestoken en dat ineens alles past, dan doet dat iets met je.' Toen Tuitert twee jaar later verder ging in een andere ploeg, heeft dat beide partijen pijn gedaan. Fysiotherapeut Hofman: 'Als je naast zijn gedrevenheid een tweede eigenschap moet noemen, is het wel loyaliteit. Die verwacht hij ook van anderen.'

Fanatiek ventje

Als schaatser haalde Orie nooit de wereldtop. Een uitstekende junior, totdat malheur verdere ambities smoorden. Zijn oudste broer Nico, onder wie hij als puber trainde bij de schaatsclub Hardrijvereniging Den Haag-Westland, kreeg met Jac een fanatiek ventje in handen. Hij deed altijd net wat meer dan de anderen. Samen bekeken ze eindeloos video-opnamen van Ard Schenk, Kees Verkerk en Hans van Helden.

Ze baarden opzien op De Uithof door Jac starts te laten maken waarbij hij zijn broer vanuit stilstand aan een elastiek voorttrok. Op het strand van Kijkduin of in het park Ockenburg maakte hij schaatsbewegingen met oude fietsbanden om zijn middel, vastgehouden door de meerennende Nico. Dat was goed voor de weerstand. In de uren die overbleven was er de spiegel met de zeepstreep.

Met Marianne Timmer Beeld ANP

De liefde voor het ijs zat in het hele gezin uit Loosduinen, waar vader een loodgietersbedrijf had. Zodra het ondergelopen weitje in het park was dichtgevroren, stonden ze op de ijzers, hockeyschaatsen voor de oudste broers en houten schuitjes voor het veel jongere zusje en de allerkleinste, Jac.

Het was een harmonieus en stabiel gezin, zegt Nico, en dat is het nog altijd. Net als vroeger, gaan ze elke zomer op vakantie naar dezelfde camping op de Veluwe, kinderen en kleinkinderen verdeeld over huisjes en caravans. Het is er schoon, zegt Nico, en 's avonds heerlijk rustig.

Wim den Elsen (69) was zijn schaatsmentor. De trainer van het gewest Zuid-Holland herinnert zich een harde werker, fysiek sterk, maar ook een sporter met een weinig verfijnde motoriek. Een poging om hem minder op kracht te laten rijden mislukte - het patroon was er bij een verblijf in Jong Oranje te veel ingesleten. 'Maar je kon met hem altijd diep in de materie duiken. Hij schreef veel op, hij zag hoe ik al met schema's werkte. Hij zei laatst nog een keer: Wim, jij was je tijd vijftien jaar vooruit. Hij is nu ver boven me uitgegroeid.'

Er zaten meer Hagenaars in de groep. Bart Veldkamp, Thomas Bos, Marnix ten Kortenaar. Den Elsen: 'Ze trainden als bezetenen. Daarbuiten waren het wilde jongens. Op trainingskamp in Inzell aten ze eens in een restaurant drie hoofdgerechten achter elkaar op. De avond eindigde in een polonaise onder het zingen van Duitse teksten. Wir haben es nicht gewusst.

Dat soort dingen. En dat in Beieren. Ik hield mijn hart vast.' Maar het draaide niet alleen om feestvieren. Je had ook Jac, de loodgieterszoon, die bij zijn coach het lekkende dak van diens schuurtje kwam repareren.

Tot een schaatscarrière kwam het niet. Broer Nico: 'Op belangrijke momenten zat het tegen.' In het park was hij aan het stoeien met een rottweiler. Twee vingers zaten per ongeluk even klem in de bek van de hond. Het was een klein wondje. 's Avonds had hij 41 graden koorts. Een zware kuur met antibiotica moest de bloedvergiftiging beteugelen. Weg toernooi.

Trombose

Op weg naar De Uithof, een dag voor een nationale titelstrijd, zette hij op de oude fiets van zijn moeder aan om over te steken. Het pedaal brak af en hij viel met zijn schouder op het stuur. Hij schaatste nog twee afstanden, maar moest opgeven toen bleek dat er een ader was beschadigd. Het was trombose, drie weken ziekenhuis en niet naar de EK.

Daarna speelde geregeld zijn rug op. Dat was uiteindelijk de duw die hem op zijn 20ste definitief van het startschot verloste. Het was nu aan anderen om onder de streep op de spiegel te blijven.

Hij had het niet eens willen worden, schaatscoach. Bioloog, dat leek hem wel wat. Hij was nog wel geregeld op De Uithof te vinden, waar hij B-junioren begeleidde. Maar verder moest het niet gaan.

Het was Martin Hersman, een voormalig schaatser, met als specialiteit de 1.500 meter, en al jarenlang co-schaatscommentator bij de NOS, die hem in 2000 toch het vak introk. Docenten van de opleiding die Orie aan het volgen was, hadden ontdekt dat de rugklachten waarmee Hersman worstelde, hun oorzaak vonden in een blessure aan het onderbeen. Door een valpartij was daar bot gefixeerd geraakt. Hij sprak erover met Orie op de baan. Toen die hem ook nog eens adviseerde over zijn ijzers en schaatshouding, besloot Hersman hem aan te bevelen bij zijn toenmalige ploeg TVM. 'Jac bracht kennis binnen die voor ons nieuw was, een aanpak die stoelde op data.'

Op schema's van Orie haalde Gerard van Velde in 2002 olympisch goud in Salt Lake City, in een wereldrecord op de 1.000 meter. Het was de geboorte van de kampioenenmaker uit Loosduinen.

Nico Orie ziet zijn broertje nog weleens voor zich, op de plavuizen van de huiskamer, met de spiegel tegenover zich. Als hij hem nu ziet coachen, in de mooiste schaatsarena's van de wereld, op het allerhoogste niveau, herkent hij nog af en toe die beweging en ja, dan is hij trots. Vooral trots omdat Jac het helemaal zelf heeft gedaan.


Het cv van Jac Orie

Inzet/kader

Geboren op 23 januari 1968

Schaatser

1987 5de bij NK allround

1988 15de bij NK allround

1990 17de bij NK allround

1991 10e bij NK allround

1993 9de bij NK allround

Coach

2000 assistent-coach TVM

2002 - heden hoofdtrainer van diverse ploegen

Erelijst

Olympisch goud

2002 Gerard van Velde (assistent) 2006 Marianne Timmer

2010 Mark Tuitert 2014 Stefan Groothuis

Wereldkampioen

2003 Gianni Romme

2003-2005 Erben Wennemars

2004 Marianne Timmer

2012 Stefan Groothuis

2015-2017 Sven Kramer

2017 Jan Smeekens

2017 Kjeld Nuis

2017 Sportcoach van het jaar

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden