Schaatscoach Gerard Kemkers wil aan voetbal sleutelen, het verder helpen

Hoe krijgen we het Nederlandse voetbal weer aan de praat?

Probleem: Voetbal kijkt te zeer naar het teambelang en te weinig naar de unieke kwaliteiten van het talent. Oplossing: Profclubs zouden pas met jeugdspelers vanaf 17 jaar moeten werken.  

Gerard Kemkers, prestatiemanager bij FC Groningen. Beeld Harry Cock

In 2015, een jaar na zijn glanzende coachcarrière in het schaatsen, trad Gerard Kemkers als prestatiemanager toe tot de technische staf van FC Groningen. Hij, coach van het jaar 2013, had het heilige voornemen een constructieve bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van het voetbal en dat van Noord-Nederland in het bijzonder.

Zijn respect voor voetbal is groot. Hij speelde tot de B1 bij Actief, was een Gronings selectievoetballertje. Hij was intens teleurgesteld, toen het Nederlands elftal in 1974 de WK-finale verloor. En hij kan nog altijd de bal met één voetbeweging dood leggen. Zo’n jongen is de schaatscoach die ‘vreemdging' na zijn eerste liefde.

Dienstbaar in de schaduw

Drie jaar later, een teleurstelling verder, is Kemkers nog steeds van plan deze grote, respectabele sport verder te helpen. Hij is nu eenmaal ‘dienstbaar’. Altijd geweest. Liefst in de schaduw. Niet de trainer of de coach, laat staan de seconderende wetenschapper of specialist, hoort in de schijnwerpers te staan. Het gaat om de voetballer, het talent.

Kemkers is vooral de man van de grote verbetering, de doorontwikkeling. ‘Het mooie van olympische sporten is dat je elke dag bezig bent met verbeteren, met iets anders proberen. Dat was volkomen normaal. Toen ik het voetbal binnenkwam, was ik ineens de grote innovator.’

Het Nederlandse voetbal moet innoveren. ‘Want ergens is de voorbije jaren een afslag gemist.’ Het lijkt een pittige uithaal. Onterecht. ‘Dit is niet bedoeld als schoppen. Ik ben niet in voetbal terecht gekomen om het onderuit te halen. Ik wil aan voetbal sleutelen, verbeteren, het verder helpen.’

Hij is niet van het terugkijken, zoals vele voetballers in Nederland. ‘Ik wil weten: wat is over vier jaar het model van het Nederlandse voetbal? En over acht jaar? Die vraag stellen we ons veel te weinig.’

Innovatie

Als in het Nederlandse voetbal van innovatie wordt gesproken, Peter Blangé doet het in Zeist, Kemkers deed het in Groningen, dan zijn daar verkeerde associaties. ‘Innovatie wordt vaak verkeerd begrepen in het voetbal. Ze denken in data, ICT, bits en bytes. Maar ik vind innoveren een andere trainingsvorm, een ander weekritme, een andere coachstijl. Wat anders is dan in mijn vorige sport, het schaatsen, is dat voetbal een beetje stilstaat.’

Meer trainen zou een innovatie horen te zijn. ‘Ik laat in dat geval graag de crème de la crème van de Nederlandse topsport zien. Van Sven Kramer tot Arjen Robben. Van Epke Zonderland tot Max Verstappen. Die willen elke dag beter worden. Kramer en Wüst moest ik afremmen bij TVM. Andere sporten dan voetbal werken harder. Die willen het gevoel van groei ervaren, ontwikkeling hebben.’

Mensen langs de lijn bij Groningen spraken hem de laatste jaren daarop aan: zouden hun voetballers niet harder moeten trainen? Moesten die niet bikkelen? ‘Het gaat om de basisgedachte. Openstaan voor de gedachte dat je jezelf wilt ontwikkelen. Ik kan naar het trainingscomplex Corpus gaan en eisen: we gaan elf in plaats van negen keer trainen. Dat is voetbal. In voetbal leg je dingen op. Ik wil juist dat het een vraag wordt. Ze moeten dat niet voor mij doen. Maar het moet uit henzelf komen. Willen weten hoe je moet eten, of die sportpsycholoog een toevoeging is.

Tevredenheid

‘Dat mis ik te veel in voetbal. Op alle niveaus, spelers en trainers. Er is een te grote mate van tevredenheid. Ik speel toch bij de FC Groningen, zegt dan zo’n speler. WTF, je wilt toch bij Ajax spelen? Hard werken jongen, beter worden. Ik neem ze niks kwalijk hoor. Het is de heersende cultuur.’

De meest gemaakte fout is dat voetbal een teamsport is en dat daarom de jeugdopleiding, waar Kemkers als manager topsport en talentontwikkeling verantwoordelijk voor was, op het team is afgestemd. Het kampioenschap van de onder 15 of onder 17 jaar wordt als belangrijk gezien. Fout. Resultaat in de jeugd is een bijproduct. In de opleiding gaat het om het individu, de individuele ontwikkeling.

‘Er schuift geen heel jeugdteam naar het eerste elftal door. En voor dat eerste elftal is de opleiding bedoeld. Die hele opleiding is wat mij betreft een individuele sport. En daar hoort een individuele route bij. Maar wat doen we: we sleutelen alle karaktereigenschappen van de individualist, het unieke van die persoon, eruit. Dit mag niet en dat mag niet. Want we willen als team presteren.’

Genivelleerde voetballers

De jonge voetballer moet dat niet accepteren. ‘Die moet, de regie over zijn eigen carrière ter hand nemen. Die loopbaan is zijn eigendom. Je kunt altijd die ander in je elftal wel willen helpen. Of het resultaat van het team voorop stellen. Maar zij die doorkomen naar het eerste zijn echt voor zichzelf opgekomen. Tot het niveau van de eredivisie is voetbal een individuele sport, met een individueel traject. Talent X is het worst of talent Y het haalt. X wil het halen. Wij zitten nu in Nederland, uitzonderingen daargelaten, met te veel genivelleerde voetballers. Waar zijn onze briljantjes? Daar zit de crux. Die toppers die voor zichzelf vechten, dat moet je kopiëren naar voetbal.’

Ontwikkelen is het toverwoord van Kemkers. Leiderschap en coaching van hoog niveau – van alle stijlen en scholen wat meegekregen – zouden daarin volgens zijn opvatting de hoofdrol moeten spelen. Vaak is het startpunt verkeerd. ‘We zouden niet moeten doen aan talentherkenning, althans zoals die nu wordt uitgevoerd. Want het gaat er niet om wie nú het team sterker kan maken. Het gaat erom wie straks de eredivisie kan halen.

Mentaal talent

‘Scouts kijken altijd naar het technische talent. Niet naar het mentale talent. Waarop de grote wedstrijden worden beslist. In kolkende stadions overeind blijven, dat zijn de bijzondere jongens en meisjes. Scouts kijken ook te weinig naar fysiek talent. Ze loeren naar het technische jongetje dat zes goals maakt, niet naar de Jaap Stam van de toekomst. En talent 3 en 4 voor de positie van midmid laten we lopen, want we zoeken een tweede rechtsback. Om alle posities in de jeugdteams dubbel te bezetten.’

Als hij het voor het zeggen had, dan mochten de profclubs de laatste drie jaar tot de eredivisieleeftijd voor de rekening nemen en dan zouden de topamateurs plus de KNVB (‘Zeist’) jongens tot hun 14de, 15de opleiden. Daar komt de menselijke kant van Gerard Kemkers boven. Hard als prof, maar zacht als de vader die ziet hoe jongens die het niet halen een ernstige dip in hun leven kunnen beleven. Dat is voetbalsucces dan ook weer niet waard.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.