Column Willem Vissers

Sari, de perfectionist, dacht: als ik ga keepen, kan ik niemand anders de schuld geven van een doelpunt

Sari is altijd op zoek naar de beste Sari die ze kan zijn, zei ze onlangs in een interview. Dat was een typische zin voor Sari van Veenendaal, tijdens dit WK. Dus daar staat op een zondag in Lyon na de verloren WK-finale opeens een vrouw met een oranje bandje in het haar op het podium, met een hele grote, gouden handschoen. Sari van Veenendaal is uitgeroepen tot beste keeper van het WK. Ze heeft de aller-, allerbeste Sari van zichzelf gevonden.

Als hij dan toch zo graag een muur wil, president Trump, laat hem dan Sari inhuren, de eenvrouwsmuur, zo was de grap op social media. Tja, zonder Van Veenendaal was de finale in een nulletje of vier geëindigd. Ze is zonder club, reageerden buitenlandse verslaggevers verbijsterd. Hoe kan de beste doelvrouw van de wereld nu werkloos zijn? Simpel, dat zit zo.

Sari wilde weg bij Arsenal. Daar zat ze ook een tijdje op de bank, want Arsenal wil een keeper die het spel met overleg opbouwt. Daarvan is ze niet zo. Dat kan ze niet zo goed. Sari houdt vooral ballen tegen. Hoe, dat maakt niet zoveel uit. Haar stijl is te omschrijven als soms wat chaotisch, doch efficiënt.

Ze deed bovendien iets wat mannen vaak doen. Grofweg: mannen met aflopende contracten spelen eerst een WK. Zij gokken. Zij zijn over het algemeen vol zelfvertrouwen, al dan niet gespeeld. Stel dat zij uitblinken, dan gaan ze na dat WK een ontzettend dik contract tekenen. En als ze niet zo goed zijn als ze hadden gehoopt, vinden ze ook wel weer een aardige club.

Vrouwen doen dat anders. Zij willen vooraf zekerheid. Zij overleggen meer met zichzelf. Velen van hen, ook de Nederlandse internationals, tekenden al voor het WK een nieuw contract. Hadden ze dat alvast op zak, konden ze zich helemaal richten op het WK. Behalve Sari. Sari besloot af te wachten. Ze kon meegaan met de theorie van journalisten, dat zij daarbij een mannentactiek hanteerde. Ze was er vast van overtuigd dat ze een club zal vinden. Ze heeft gelijk. Ze kan oogsten nu. Ze is de beste.

Sari heeft een goede uitstraling. Ze volgde Sherida Spitse op als aanvoerder. Ze stond altijd voor de anderen in de kring voor de aftrap, en dan moedigde ze aan, terwijl ze keihard in haar handschoenen klapte. En ze keepte dus voortreffelijk. Zo goed, dat ze er een gouden handschoen voor kreeg.

Sari deed vroeger aan alle sporten, maar ze ging uiteindelijk op voetbal. Haar ouders vonden dat goed. Ze eisten alleen dat ze haar uiterste best zou doen. Sari ging in het doel staan, omdat ze niet tegen verlies kon en perfectionist was. Ze dacht: als ik ga keepen, kan ik misschien wel alle ballen tegenhouden. Dat bleek een illusie. Ook een keeper maakt fouten en soms vliegt een onhoudbare bal in het doel.

Als kind dacht ze ook dat ze de wereld kon redden in het doel. Ook dat is een illusie, weet ze inmiddels. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden