Samen wel wereldtop

Remco en Wouter Olde Heuvel zijn schaatsende broers. De oudste (23) gold als een groot talent, de jongste (21) is het nog steeds....

Mark van Driel

Buiten hun Twentse geboortedorp Losser worden ze door schaatsliefhebbers vaak door elkaar gehaald. De naam Olde Heuvel komt wel bekend voor. Maar wie nu Remco is, en wie Wouter?

Niet dat ze op elkaar lijken. Afgezien van hun donkere stemgeluid, waarin het platteland doorklinkt, zijn er weinig overeenkomsten tussen de gespierde 23-jarige sprinter en de lange 21-jarige allrounder. De naamsverwarring hangt samen met hun status. Ze zijn (nog) niet goed genoeg om geheel onafhankelijk van elkaar te bestaan.

Alleen als broers behoren ze tot de allersterkste schaatsers. De 500 en 1500 meter van Remco en de 5 en 10 kilometer van Wouter leveren tezamen de 11de plaats op de wereldranglijst aller tijden op. Individueel komen ze minder ver. Op de wereldranglijst staat Remco 70ste bij de sprinters. Wouter is bij de allrounders 21ste.

De Olde Heuvels zijn ervan overtuigd dat ze ook zonder elkaar naam kunnen maken. Ze zijn jong, ze geloven in hun mogelijkheden. Al zijn ze niet allebei even overtuigd van hun talent. Hoewel het leeftijdsverschil verwaarloosbaar is, bevinden ze zich in zeer verschillende fases van hun loopbaan.

Remco heeft een grote toekomst achter zich. Wouter geldt als veelbelovend.

Over het onderlinge verschil spreken de Olde Heuvels hooguit terloops. De metselaarszoons zijn schaatsers, geen praters. Ze hebben al meer bereikt met hun sport dan ze als opgroeiende tieners voor mogelijk hielden. Over het winnen van wereldtitels, of juist de onhaalbaarheid daarvan, gaat het zelden.

Geen wonder dat het even stil wordt in de nette rijtjeswoning van Remco als het over winnen gaat. Behoort een wereldtitel tot de mogelijkheden voor de Olde Heuvels?

Remco, na enige aarzeling: ‘Als alles meezit, als alles op zijn plek valt, dan kan het: op de 1000 of 1500 meter.’

Wouter, met overtuiging: ‘Zeker weten van wel. Op de 5 of 10 kilometer, of allround. Sven Kramer is nu wel heer en meester, maar het gaat niemand altijd voor de wind.’

Die laatste constatering is Remco uit het hart gegrepen. Hij gold in zijn jeugd als een van de grootste schaatstalenten. Als schooljongen haalde hij al de regionale pers, omdat hij met zijn ouders op de Weissensee de 100 kilometer volbracht. Bij juniorentoernooien behoorde hij steevast tot de titelkandidaten. Op zijn 18de verruilde hij Jong Oranje voor de toenmalige commerciële schaatsploeg DSB.

Een jaar later werd hij met overmacht wereldkampioen junioren. Hij had drie wereldrecords (1500 meter, 3 kilometer en kleine vierkamp) op zijn naam staan. Er lag een gouden toekomst voor hem in het verschiet.

Nu, na zes jaar als schaatser zijn geld te hebben verdiend, moet de oudste broer zijn debuut bij een WK voor senioren nog maken. In de World Cup is hij geen vaste deelnemer. Twee seizoenen geleden boekte hij op de 1000 meter zijn enige zege.

Dat het zo moeizaam kon gaan, had Remco niet durven denken. Hij behoort tot een nieuwe generatie, die is ontstaan door de toevloed van sponsorgeld. Hij is een profschaatser zonder aansprekend palmares. ‘Ik had het me anders voorgesteld’, beaamt hij schoorvoetend, na een lange opsomming van de blessures, de valpartijen en de honderdsten van seconden die zijn loopbaan hebben getekend.

Wouter lijkt de tegengestelde weg te bewandelen. Hij moest als kind weinig hebben van schaatsen. In Oostenrijk, op de Weissensee, ging hij liever sleetjerijden. Later verkoos hij de wielersport boven het schaatsen, totdat bleek dat hij als gevolg van zijn wielertraining op het ijs tot de beste stayers behoorde.

Plotseling laaide de liefde voor het kunstijs op. Hij ging serieus trainen en zag aan Remco waartoe dat kon leiden. Hij kan zich nog precies herinneren dat zijn broer voor het eerst thuiskwam met een lease-auto. ‘Hij kwam met zijn mooie rode Polo van DSB achter het huis. Geweldig was dat. Wij meteen rondjes rijden. Daar droomde ik ook van.’

Als junior bleef Wouter achter bij zijn broer. Hij moest genoegen nemen met twee tweede plaatsen bij het WK, al snoepte hij zijn broer wel twee wereldrecords af (3 kilometer en kleine vierkamp). Bij de senioren is zijn carrière voorspoediger verlopen. Hij heeft al tweemaal meegedaan aan de WK allround (vorig jaar zevende) en aan de WK afstanden (zevende op de 5 kilometer).

De onderlinge balans tussen de broers sloeg al in 2005 door in het voordeel van de jongste. Bij zijn eerste NK allround versloeg Wouter zijn broer op de 5 kilometer in het enige rechtstreekse duel uit hun loopbaan. Met de allround-ambities van Remco, die diep in zijn hart al een voorkeur had voor de sprint, was het vrijwel meteen gedaan.

Wouter: ‘Ze zeggen wel dat het van de junioren naar de senioren een heel grote stap is. Ik heb er niks van gemerkt.’

Remco: ‘Jij vond meteen aansluiting, terwijl ik nog steeds merk dat er een gat is.’

Dat verschil heeft meerdere oorzaken, denken de broers. Remco is door zijn lichaamsgebouw en spiertype veroordeeld tot de 1000 en 1500 meter, de afstanden waarop de concurrentie in Nederland het grootst is. Hij heeft bovendien zijn eigen weg moeten zoeken in het schaatscircuit. Wouter heeft veel kunnen opsteken van die ervaringen. Hij heeft al vroeg geleerd wat de offers en de opbrengsten van het profbestaan zijn.

Maar de verschillen in hun karakter zijn vermoedelijk ook van invloed op hun tegengestelde ontwikkeling. Wouter is onverstoorbaar. Hij trekt zijn eigen plan, is niet snel onder de indruk van andere schaatsers en verdiept zich in de finesses van zijn vak, zoals het buigen en benden van zijn schaatsijzers. Hij is harder dan Remco, die weliswaar een natuurlijke aanleg voor snelheid heeft, maar ook vatbaar is voor druk van buitenaf.

De sprinter is een gevoelsmens en laat zich gemakkelijk beïnvloeden door zijn omgeving. Hij is bij belangrijke wedstrijden meermaals gevallen. Wouter gaat nooit onderuit.

Remco: ‘Ik ben een sociaal type.’

Wouter, grijnzend: ‘En ik een a-sociaal type.’

Remco: ‘Nee, dat niet. Maar ik moet harder zijn. Meer rust in de kop houden. Dat gaat elk jaar beter.’

Wouter: ‘Ik heb nooit tegen andere jongens opgekeken. Ook niet in Jong Oranje. Dat schiet niet op. Rintje en Gianni? Natuurlijk, ze hebben wat bereikt. Maar dat was vroeger.’

Ook hun trainers en ploegen hebben een stempel gedrukt op hun ontwikkeling. Remco is bezig aan zijn vierde seizoen onder Ingrid Paul, bij Team Telfort. Wouter begint aan zijn tweede jaar bij de succesvolste schaatsploeg van dit moment, TVM van Gerard Kemkers.

De cultuurverschillen tussen beide teams zijn fors. De ploeg van Remco laat zich voorstaan op een oer-Hollandse, niet-zeuren-maar-aanpakken-mentaliteit. Bij wijze van teambuilding is tijdens een trainingskamp in tenten geslapen. Krachttraining werd gedaan in een stal van Ids Postma, een voormalige ploeggenoot. Trainster Paul werkt met een kleine staf. De internationale successen zijn schaars.

Bij de ploeg van Wouter wordt weinig aan het toeval overgelaten. TVM heeft een mobiel krachthonk in een vrachtwagen, dat met de schaatsers meereist. Als de bedden in een hotel niet voldoen, worden nieuwe matrassen aangerukt. Dit jaar is er voor het eerst een eigen kok meegereisd. De ploeg van Kemkers telt meer stafleden dan schaatsers. Vooral dankzij Sven Kramer en Ireen Wüst won de ploeg vorig jaar zeven wereldtitels.

Remco heeft zijn werkgever nooit kunnen uitkiezen, Wouter wel. In zijn laatste jaar bij Jong Oranje kon hij terecht bij de ploeg van zijn broer, waar hij een wekenlange stage afwerkte, en bij TVM.

Remco: ‘Hij had een luxe probleem. Hij kon kiezen, als enige dat jaar.’

Wouter: ‘Dat was zeker een luxe probleem. Ik heb er behoorlijk slapeloze nachten van gehad.’

De jongste Olde Heuvel koos na rijp beraad voor TVM. Hij maakte dezelfde keuze als Sven Kramer en Ireen Wüst, die een jaar eerder ook werden begeerd door Team Telfort.

Remco: ‘Ik heb me erbuiten gehouden. Ik heb gezegd dat hij op zijn eigen gevoel moest afgaan, niet moest luisteren naar mij of wie dan ook. Ik vind het heel knap dat hij dat heeft gedurfd. Hoewel hij met ons op trainingskamp is geweest, heeft hij toch voor TVM gekozen.’

Wouter: ‘Ik kon kiezen uit twee teams, dus ik kon ze nooit allebei tevreden stellen. Ik zou er altijd één teleurstellen. Geld speelde geen rol. Bij Telfort zou ik meteen de aangewezen kopman bij de allrounders zijn geweest. Bij TVM kon ik me rustig in de schaduw van Sven ontwikkelen. Bovendien hadden Sven en ik elkaar in Jong Oranje naar een hoger niveau getrokken. En ik zag TVM als een geoliede machine.’

Zijn keuze is uitstekend uitgepakt, vindt de jongste Olde Heuvel. Zijn gedachten gaan zelden meer uit naar Telfort. Hij gaat gestaag vooruit. Hij kan vrijuit dromen over topprestaties. Waar zijn grenzen liggen, is ongewis.

Remco heeft meer reden om te fantaseren over een alternatieve loopbaan. Hoe zouden de afgelopen jaren zijn verlopen als hij bij TVM had kunnen tekenen? Zou hij wel zijn doorgebroken? Of was hij door een zijdeur afgegaan, zoals andere sprinters die niet tot wasdom zijn gekomen in de ploeg van Kemkers?

Remco: ‘Natuurlijk ben ik benieuwd hoe ik bij TVM zou rijden, hoe die aanpak bij mij zou werken. Het liefst zou je alle trainers eens proberen. Je moet open staan voor andere dingen. Maar ik geloof in de aanpak van Ingrid. Het is bewezen dat het bij mij werkt. Ik word nog steeds beter. Ik heb alleen een beetje geluk nodig.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden