Saints krijgen hulp van sportmiljonairs en oud-presidenten

New Orleans Saints verloor zijn stadion en supporters na ‘Katrina’. De sportwereld wil de footballclub en de slachtoffers helpen, wat vooral te merken is in New York, ‘partner-in-lijden’....

Van onze medewerker en Diederik van Hoogstraten

De Superdome was nooit een podium voor grootse successen. De plaatselijke American Football-ploeg, New Orleans Saints, droeg flitsende clubkleuren, dat wel, maar toonde zelden flitsend spel. Toch was het stadion tot 29 augustus een opgewekte plaats waar je kwam voor topsport en hotdogs.

Toen sloeg Katrina toe. Evacuees uit laaggelegen delen van de stad zochten een veilig heenkomen. De dagen na de orkaan werd de gehavende Superdome een symbool van menselijk lijden en falende hulpverlening. Nu ruikt het er niet meer naar barbecue, de kenmerkende geur bij elke American Football-wedstrijd in de VS. Het ruikt er naar vuil en dood.

De Superdome is leeg, net als New Orleans zelf. En het football-team is op drift, net als de inwoners van de stad.

Zodoende deed zich maandagavond een unieke situatie voor in New York. Saints speelde zijn eerste thuiswedstrijd van het seizoen, maar ‘thuis’ is voor iedereen uit New Orleans een relatief begrip geworden. New York Giants ontving de zwervende Saints in Meadowlands, een sportcomplex in New Jersey, net buiten New York.

Alles werd gedaan om Saints een thuisgevoel te geven. De ploeg speelde in de zwart-goude ‘thuiskleuren’, terwijl Giants het witte ‘uit-tenue’ droeg. In de eindzone, waar de touchdowns worden gemaakt, was SAINTS in plaats van GIANTS geschilderd. De eigen cheerleaders sprongen en gilden also ze thuis waren. Oud-president George Bush wierp de munt. De musici Branford Marsalis en Harry Connick speelden het volksklied. En dat live op de tv-zender ABC, een eer die New Orleans nooit ten deel valt; er zijn op de veelbekeken maandagavond – ‘Monday Night Football’ is een begrip – wel boeiender teams en wedstrijden.

Maar de ontmoeting van twee partners-in-rampspoed was natuurlijk perfect voor tv. ‘We love New YOrleans’, stond op een spandoek.

‘New Orleans en New York zijn broeders en zusters, steden die pijn en lijden begrijpen als geen ander’, schreef Ian O’Connor in USA Today. ‘Giants was de gepaste gastheer die zijn huis openstelde en de Saints naar binnen liet marcheren.’ Hij was een van de talrijke scribenten die refereerden aan When The Saints Go Marching In, de klassieker van Louis Armstrong uit New Orleans.

De sfeer in het stadion was zwanger van emotie: Saints is ‘America’s Team’ geworden, een vertegenwoordiger van de stad die beschadigd maar niet verloren is, ontheemd maar niet opgegeven.

Helaas kon New Orleans niet aan de verwachtingen voldoen. Vorige week werd verrassend gewonnen van favoriet Carolina Panthers, tijdens de eerste en emotionele uit-wedstrijd na ‘Katrina’. Maar maandag was New York te sterk. Onder leiding van quarterback Eli Manning, geboren en getogen in New Orleans, domineerde Giants: 10-27.

De nationale omhelzing van New Orleans’ football-team zegt iets over de plek die sport heeft in de Amerikaanse samenleving. Steden, universiteiten en scholen ontlenen hun identiteit mede aan het succes van lokale clubs. Daarom verbaast het niet dat de sportwereld, net als na ‘11/9’, zich het lot van de slachtoffers aantrekt.

Tijdens honkbalwedstrijden wordt aandacht gevraagd voor de ramp, en de website van Major League Baseball heeft een bescheiden advertentie voor het Rode Kruis toegevoegd. Maar New Orleans heeft geen honkbalclub in de topdivisie, en misschien is dat de reden voor het lauwe medeleven.

Basketballers zijn meer betrokken. Tal van lange mannen zijn gesignaleerd in opvangcentra in Louisiana en Mississippi. Ze geven geld, scheppen eten op, poseren voor foto’s, bieden troost. Criticasters hebben opgemerkt dat het slechts publiciteitsstunts zijn voor Kobe Bryant en anderen topspelers. Maar zoals sportcolumnist Harvey Araton schreef: ‘Er zijn tijden dat liefdadigheid en eigenbelang een wederkerige en noodzakelijke band vormen.’

De National Football League (NFL) gaat voorop in de competitie-brede hulp. De Saints-spelers moesten zelf vluchten voor het water en wonen nu tijdelijk in San Antonio in buurstaat Texas. De spelers hebben ontheemde stadsgenoten bezocht, vooral in het Astrodome-stadion in Houston. Ze lachten, speelden, praatten en huilden met de evacuees.

De wedstrijd van maandag was de climax van een heel ‘Orkaan Hulp-weekend’ vol vlagvertoon en liefdadigheid – altijd twee een grote kwaliteiten van de Amerikanen. Veel van de reclametijd was opgekocht door biermaker Coors, maar werd gevuld door het Bush Clinton Katrina Fund. De twee oud-presidenten gaan voor in de geldinzameling en hebben de football-liga op meesterlijke wijze betrokken bij de hulpverlening.

Broederschap, daar gaat het om, volgens de NFL. Tussen ploegen en steden, spelers en slachtoffers. Dat veel stedelingen niet genoeg geld hadden om te evacueren, terwijl de Saints-sterren miljoenen verdienen om een rugbybal te vangen? Het is scherp zichtbaar wanneer de spelers een armlastig kindje in een opvangcentrum optillen.

Tegelijkertijd komen de professionals voor een deel uit de ghetto’s en binnensteden; plekken zoals Ninth Ward, de arme en zwarte wijk die onder water verdween. Dus was het nog niet zo gek toen een jochie van een jaar of tien, zittend op een stretcher in de Astrodome, met grote ogen opkeek naar Saints-ster Joe Horn. ‘Ik wil ook een football-speler worden’, zei hij. Horn knikte: ‘Je kunt het.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden