Analyse Wielerseizoen 2021

's Wereld beste renner Pogacar is in alles een exponent van het nieuwe wielrennen

Het wielerseizoen 2021 zit er voor de toprenners op, met de Ronde van Lombardije zaterdag als formele afsluiting. Tadej Pogacar won dat monument en sluit het seizoen af als de beste renner van de wereld.

Tadej Pogacar demonstreert zijn macht door eerder deze maand in het Italiaanse San Luca een wheelie te doen. Beeld Getty Images
Tadej Pogacar demonstreert zijn macht door eerder deze maand in het Italiaanse San Luca een wheelie te doen.Beeld Getty Images

Vele renners zijn Tadej Pogacar voorgegaan als ‘de nieuwe Eddy Merckx’, maar hij is de enige die zo door De Kannibaal zelve is geridderd. De 76-jarige Belg, die alles en altijd wilde winnen, wist het na de Ronde van Lombardije, afgelopen zaterdag, zeker. ‘Ik hoor vaak dat een nieuwe Merckx is opgestaan’, zei de oude Merckx maandag bij een sponsorevenement tot de 23-jarige Sloveen naast hem, ‘zonder dat zo'n renner aan de voorwaarden voldeed. Maar met Tadej denk ik dat we er deze keer echt zijn.’

Pogacar won dit seizoen twee van de vijf zogenoemde monumenten – wielerkoersen die al ruim een eeuw tot de belangrijkste van het jaar worden gerekend – én voor de tweede opeenvolgende keer de Ronde van Frankrijk. Hij is pas net 23 jaar, zei Merckx, ‘ongelooflijk’. De Sloveen sloot het wielerseizoen af als beste renner van de wereld op basis van de puntenlijst van de internationale wielerunie UCI.

Domineren

Pogacar is in alles een exponent van het nieuwe wielrennen dat aspecten kent als: jong, datagedreven, het hele seizoen goed en weinig koers-, maar veel trainingsdagen. ‘Ze pakken ineens alles over en duwen de ouderen naar achteren’, sipte de 34-jarige Belg Thomas De Gendt over al die jongeren, zoals Pogacar, die zijn sport nu domineren. De Gendt zag in de Tour op zijn metertjes dat hij sterker was dan ooit, maar voor hem reden 70 renners bij hem weg. ‘Het algemene niveau ligt gewoon veel hoger.’

Jong talent wordt eerder dan voorheen ontdekt en ze hebben keihard bewijs voor hun talent: data. En dat over alles wat menselijkerwijs gemeten kan worden aan fysieke mogelijkheden. Uitzonderlijk goede cijfers bezorgen een ingetogen koorknaap meteen een plek bovenin de ploeghiërarchie.

Ook nieuw: het hele seizoen goed. Pogacar won in februari de eerste koers op het hoogste, WorldTour-niveau, de UAE Tour en in oktober de laatste, het monument Il Lombardia. In maart zette hij de Tirreno-Adriatico naar zijn hand, in april won hij zijn eerste monument, Luik-Bastenaken-Luik.

Trefzekere aanval

Eind juni zegevierde hij in de eerste tijdrit van de Tour, die hij drie dagen later al in de achtste etappe (van 21) volledig naar zijn hand zette met een trefzekere aanval op de voorlaatste klim van de dag. In september veroverde Pogacar een bronzen medaille in de olympische wegwedstrijd, het eerste olympische wielermetaal voor Slovenië. Vier dagen later volgde nummer twee: goud voor Primoz Roglic op de olympische tijdrit.

Aan het laatste kenmerk van de nieuwe, jonge, datahongerige, constant presterende wielergeneratie voldoet Pogacar evenzeer: hij reed opvallend weinig wedstrijden. Voor zijn goede resultaten had hij afgelopen seizoen slechts zestig koersdagen en 9.408 wedstrijdkilometers nodig. Op de wedstrijddagenranglijst staat hij op de 316de plek. Koploper is de Poolse Italiaan Cesare Benedetti met 90 koersdagen - ook een aantal waarvoor voorbije generaties hun neus ophalen.

‘Mijn doel is niet alleen meedoen, mijn doel is winnen’, zegt de ondanks die stevige uitspraak wat schuchtere Pogacar vaak. ‘Tadej’, vertelde zijn moeder, lerares Frans, vorige maand aan de Volkskrant, ‘waarvan je de laatste lettergreep overigens uitspreekt als de laatste lettergreep van het Franse detail, wil elke bekende wielerwedstrijd een keer winnen.’

Kannibalesk

Elke koers op je naam schrijven is een slagje minder kannibalesk dan elke dag als eerste over de finish willen gaan. ‘Het is simpelweg onmogelijk om net zoveel te winnen als Merckx’, zei Pogacar nerveus tegen ‘deze legende’ naast hem, die geen zwakheden bij de Sloveen kan ontwaren. ‘Het zal moeilijk voor me zijn om één ​​Milaan-Sanremo te winnen, laat staan ​​zeven, zoals hij.’ Maar een keer goud pakken op de Olympische Spelen, een keer de Giro winnen, een keer de Vuelta, dat wil Pogacar allemaal wel. ‘En ik zou ook graag eens wereldkampioen worden.’

Zo had Marietta Pogacar de ambities van haar zoon ook begrepen, al verraste hij haar in de achttiende etappe van de Tour dit jaar. Ze stond die dag met haar man Mirko langs de kant op de slotklim, keek in het gezicht van haar glimlachende zoon en taxeerde dat hij de ritoverwinning vandaag aan een ander zou schenken. Per slot had hij een dag eerder al de etappewinst gepakt, was zijn Tourzege zeker en hadden zijn ouders hem geleerd genereus te zijn.

Met een sprint bergop, die het uiterste vergde van Pogacar, won hij toch. ‘Waarom’, vroeg zijn moeder hem, ‘dat was toch niet nodig?’ Jawel, lachte haar zoon, want daardoor heb ik ook de bolletjestrui gewonnen. ‘Die kans liet ik natuurlijk niet liggen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden