Rugnummer 52

Erik Dekker begint vandaag aan zijn vijfde Tour de France. In deze serie wordt de komende weken verslag gedaan van zijn belevenissen, met een frequentie van driemaal per week....

VOOR rugnummer 52 zijn de eerste 5,6 kilometer van de Tour misschien wel de belangrijkste. Hij wordt geacht te vlammen in de korte proloog door Dublin. Want een plaats in de toptien, de topvijf of wellicht zelfs op het erepodium brengt de gele trui in de eerste Tour-week binnen het bereik van de Raboploeg.

Een rustig begin van de Tour zit er voor Erik Dekker dus niet in. En dat beseft hij maar al te goed. De 27-jarige Drent vraagt zich nog geregeld af waar hij het talent voor 'die tijdritellende' in hemelsnaam aan te danken heeft. Want het zijn niet alleen de verwachtingen die zijn taak zwaar maken; zijn gave is ongrijpbaar.

Hoe graag zou hij niet trainen op de proloog. Met 55 kilometer per uur een kort parkoers afleggen, de bochten scherp aansnijden en de finish in gedachten met een wereldtijd passeren.

Maar nee.

In de training willen de benen niet, zelfs niet als het hoofd uit alle macht wil. Een magere vijftig kilometer per uur, meer zit er nooit in. 'Als ik tijdens een training 80 procent van mijn wedstrijdniveau haal, heb ik goed gereden.'

Of het tengere lijf presteren wil, zal vanmiddag dus pas blijken. Als het startschot in Dublin valt, de aerodynamische fiets van het plankier rolt en de eerste meters zijn weggetrapt, weet Dekker of de glorie op de eerste dag van de Tour in het verschiet ligt. 'Ik rijd niet op de hartslagmeter, maar op mijn gevoel. Net iets te rap beginnen, en dat 5,6 kilometer volhouden. Zo moet het gaan.'

Dat rugnummer 52 tijdrijden kan, staat vast. Twee jaar geleden was hij nationaal kampioen op dat onderdeel, vorig jaar werd hij verrassend vijfde in de lange Tour-tijdrit rond Eurodisney en ook in kleinere ronden heeft hij hoge klasseringen gehaald sinds hij in 1992 profrenner werd. Vorig jaar won hij de Ronde van Nederland dankzij een tijdrit waarin hij ook Tourwinnaar en erkend specialist Jan Ullrich versloeg.

Bij zijn ploegmaten heeft Dekker dan ook gezag, ondanks de tegenvallende prestaties van dit jaar. Hij let op de dingen die minder getalenteerde tijdrijders ontgaan. Zo weet hij dat de bidonhouder voor een proloog verwijderd moet worden om niet onnodig tijd te verspelen.

En wat nog veel belangrijker is: een renner moet zijn hoofd tijdens de proloog stilhouden. 'We rijden tegenwoordig met helmen die van achteren een lange punt hebben. Die zijn heel mooi, en je kunt er harder door fietsen. Maar dan moet je wel je hoofd recht houden. Niet zoals Michael Boogerd laatst deed, drie of vier keer per kilometer naar beneden kijken. Dan steekt die punt omhoog. Dat geeft weerstand. Als je op die manier rijdt, kun je net zo goed meteen een remparachute aan je hoofd hangen.'

Details maken de Tour, weet rugnummer 52. Dus als onderzoek in de windtunnel uitwijst dat strips op het scheenbeen de luchtweerstand verminderen, plakt hij ze graag op. Hij weet zeker dat Chris Boardman, de uitgesproken favoriet voor de proloogwinst, hetzelfde zou doen. Want een seconde verschil kan bepalen welke van de 21 wielerploegen de eerste Tourweek ontspannen ingaat.

Mark van Driel

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden