RUGNUMMER 52

Voor Erik Dekker zit de Tour de France er na drie dagen al op. Maandagochtend was hij nog vol goede moed, maar op weg naar Cork bleek dat hij teveel hinder ondervond van de wond aan zijn knie die hij een dag eerder bij een valpartij opliep....

DAG 1 heeft Erik Dekker pech (de proloogspecialist reed in de regen), dag 2 heeft Erik Dekker pech (een Saeco-renner valt, Dekker loopt een diepe vleeswond op) en op dag 3 heeft Erik Dekker wederom pech 'want met één been kun je niet fietsen'.

Halverwege de derde etappe geeft Erik Dekker op. Hij laat zich vervoeren door assistent-ploegleider Van Houwelingen en stapt vervolgens over in de auto van verzorger Van Engelen. 'Ik weiger in de bezemwagen te gaan zitten. Daar heb ik nog nooit in gezeten en dat ben ik in de toekomst ook niet van plan.'

Maandagmiddag in het Ierse Cork, Erik Dekker heeft als eerste renner de douches bij het zwembad bereikt. Toch nog een keer eerste geweest in zijn driedaagse Tour.

Er moet een gebroken renner zitten, daar in de gastenauto van de Rabobank (chauffeur Hennie Kuiper), maar dat blijkt reuze mee te vallen. 'De echte klap had ik gisteren al. Eigenlijk wist ik zelf ook wel dat ik de etappe van vandaag niet kon uitrijden. Maar je weet het nooit. Als er nou de hele etappe héél héél langzaam was gereden.'

Hoe klein de heuveltjes in het Ierse land ook waren, voor Erik Dekker voelen ze maandag aan als Alpenreuzen. De gehechte wond onder de linkerknie maakt het onmogelijk dat hij op de pedalen gaat staan. 'Ik fietste met één been. Nog nooit heeft iemand de Tour met één been uitgereden.'

Dinsdag is hij weer thuis en dan kruipt hij onmiddellijk weer op de fiets. Kan dat dan, trainen? 'Waarom niet? Ik heb vandaag toch ook een paar uurtjes meegereden?' Hij wrijft zich eens verlekkerd in de handen. Ja fijn, morgen weer fietsen.

Zittend in de gastenauto kijkt Erik Dekker met een half oog naar een mini-tv met rechtstreekse beelden van de etappe. Meer aandacht heeft hij voor de Wielergids 1998 van de Rabobank-ploeg. In dat handige klappertje staan alle wedstrijden die er dit jaar nog te verrijden zijn. Dekker, al jarenlang in juli in Frankrijk ('Ik ben in de Tour nog nooit uitgevallen.'), kijkt of er een dezer dagen een aardige wedstrijd in Nederland of België is.

Het voorjaar ging ook al de mist in (blessure als gevolg van een iets hogere 'zit' op de fiets) en dus kan het seizoen '98 gevoeglijk als een teleurstelling worden beschouwd? Dekker: 'Ben je gek! We krijgen nog de Ronde van Nederland, de Ronde van Spanje, de Ronde van Denemarken, het WK! Als ik die nou eens allemaal win is het toch nog een leuk seizoen geworden.'

Erik Dekker kijkt naar de tv-beelden van de slotfase van de derde etappe en peinst hardop: 'De Tour wacht op niemand' Voegt daaraan toe dat de zon de ene dag schijnt en de andere niet, dat geluk en tegenspoed dicht bij elkaar liggen, nou ja, een heel arsenaal aan wandtegelzinnen. Wat hij maar bedoelt te zeggen is:

'Kijk nou naar Boardman. De ene dag heb je de gele trui en ben je de koning, de andere dag lig je in de ambulance en moet je uit de Tour.'

Het moet Dekker tenslotte van het hart dat ook De Volkskrant deze Tour de nodige pech heeft door uitgerekend hem als rugnummer-renner voor een serie te kiezen. Inderdaad, ploeggenoot Koos Moerenhout is misschien een leuke opvolger. Rugnummer 52 plus 4.

Marcel van Lieshout

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.