Interview Ron Vlaar (34)

Routinier Ron Vlaar: ‘Ik voel me vijf jaar jonger. Alleen mijn knie is vijf jaar ouder’

Anderhalf jaar geleden schrok AZ-verdediger Ron Vlaar van de beelden. Hij oogde stram en stijf, ook vorig seizoen overwoog hij te stoppen. Nu beleeft de routinier een tweede jeugd. ‘Alleen mijn knie is vijf jaar ouder.’ Zondag speelt AZ uit tegen PSV.

Ook tegen Astana vraagt Ron Vlaar donderdag tijdens het ­Europa Leagueduel met Astana het uiterste van zijn lichaam. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Vorig seizoen was Ron Vlaar al het gezicht van de wederopstanding van AZ. Tijdens het ­Europa Leagueduel met Astana (6-0) is de routinier donderdagavond zelfs verdediger en aanvaller tegelijk. Hij is weer ‘Ron Beton’, waar de betonrot nog niet zo lang geleden zichtbaar was. ‘Ik ben 34 jaar, niet super oud. Werken met al die jonge gasten bij AZ is zo verfrissend. Ze houden me jong.’ En lachend: ‘Ik voel me vijf jaar jonger. Alleen mijn knie is vijf jaar ouder.’

Vlaar maakte in 2014 in de halve finale van het WK tegen Argentinië sterspeler Lionel Messi onzichtbaar, al miste hij ook een strafschop. ‘Zo beleef ik het voetbal, alsof die wedstrijd de norm is van gisteren. En dat probeer ik over te brengen op mijn teamgenoten. Gisteren was top, vandaag moeten we verder. En wordt dat de nieuwe norm, de lat moet altijd hoger. Zo lang ik voetbal zoek ik ruimte voor verbetering. Anders heeft het geen zin meer.’

Hoe scherp was het contrast met de tobbende verdediger van anderhalf jaar geleden? ‘Ik zag beelden van mezelf en dacht: Ronnie, dit ziet er niet uit. Kom op man, waar ben je mee bezig? Dit is toch niet hoe jij op het veld wil staan? Ik ­bewoog slecht, was onzeker in de duels. Ik schrok ervan.’

Ook vorig seizoen zag Vlaar voor de winterstop een stroperige versie van zichzelf acteren. En moest hij wederom afrekenen met de twijfels. ‘Ik stond te veel in de denkstand. Kwam ik weer ­terug na een blessure en ontbrak de vorm. Het ging aan me knagen. Het was soms funest voor mijn spel. Telkens revalideren, opnieuw terugvechten na een blessure; het is zwaar geweest.

‘Juist die mentale weerbaarheid heeft me er doorheen gesleept. Ik leef ook voor mijn sport, anders had ik nu niet meer gevoetbald. Ook ik heb soms een arm om mijn schouder nodig en dan weer een schop onder mijn kont. Het voelt alsof ik mijn bonusjaren beleef en in die verlengde tijd begin ik ook weer echt goed te voetballen. Het maakt me trots. Het is prachtig om onderdeel te zijn van dit AZ.’

Personal trainer

Hij moest zichzelf opnieuw uitvinden om een voortijdig einde van zijn carrière te voorkomen. ‘Ook ik constateerde dat ik minder goed bewoog’, aldus Vlaar. ‘Ik ben iets anders gaan trainen. Bij de krachttraining ligt het accent voor mij op explosiviteit en mobiliteit. Het werpt zijn vruchten af.

‘Je hebt soms de bevestiging nodig dat je het nog kan, zoals in het Europa Leagueduel met Manchester United. Ik doe er alles aan om topfit te zijn en ik ben blij dat de club me de ruimte geeft voor extra investeringen.’

Een keer per week werkt Vlaar met zijn personal trainer Hans Kroon, die ook judoka’s als Ron Meyer en Marhinde Verkerk begeleidt. ‘Ik train niet meer zo intensief als vroeger, Hans geeft me die extra conditionele prikkels. Hij kent mijn lichaam en weet hoever hij kan gaan. Hans ziet echt hoe ik in mijn vel steek. Door zijn trainingen krijg ik meer vertrouwen in mijn lijf.’

Vrijdag volgt Vlaar het vertrouwde ­ritueel na een Europese wedstrijd. Uit voorzorg is hij tegen Astana na 70 minuten gewisseld. De teamarts had trainer Arne Slot al een seintje gegeven. ‘Hij vond dat Ron wat stijf oogde.’ Vlaar, instemmend: ‘Mijn kuit liep vol, nu volg ik de bekende riedel.’

Ron Vlaar donderdag na een wissel op de bank. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Altijd aan het herstellen

‘Ik ben eigenlijk altijd op de club om hersteltrainingen te volgen. Ik kan geen dag overslaan. De testen moeten uitwijzen of ik zondag tegen PSV kan spelen en of het verstandig is. Mensen hebben vaak geen idee wat erbij komt kijken. ­Zeker voor mij is voetbal een fulltime job. Ik mag nooit verslappen.’

Thuis op de bank zit hij nog in een speciale ‘compressiebroek’, die de bloedcirculatie in de benen stimuleert en daarmee het herstel bevordert. ‘En werk ik met bepaalde apparaatjes voor de doorbloeding. Ik let ook scherp op mijn voeding. Naarmate je ouder wordt, worden die details steeds belangrijker. Het is niet altijd even chill om er thuis zo bij te zitten, maar ik heb er alles voor over om op dit niveau te blijven voetballen.’

En dan is er nog de knie, zowel in 2008 als in 2009 moest Vlaar een kruisbandoperatie ondergaan. Elke dag luistert hij naar zijn lichaam, voelt hij pijntjes, zijn de spieren stijfjes? ‘Het is continu monitoren en finetunen, zeker met drie wedstrijden in een week. Wat voel ik nou precies? Doe ik een hele training mee of een deel? De staf bij AZ speelt een cruciale rol, ik moet anders worden belast dan mijn overwegend jonge teamgenoten.

‘Ze kennen mijn programma, het wordt geaccepteerd. Het helpt als ik lever om het zo te zeggen. Als ik niet lever op het veld vraagt iedereen zich af wat die gozer doet. Profvoetbal is een harde wereld. In een groepsproces moet het wel passen, maar die gasten weten dat ze op me kunnen bouwen.’

Het kind van de club loopt in de perskamer langs oude foto’s en realiseert zich hoe zijn carrière bij AZ begon. Vlaar: ‘Zie ik een portret van Michael Buskermolen die zijn gehele carrière bij AZ speelde. Hij was mijn teamgenoot in 2005, het jaar van mijn Europese debuut in de halve finale van de Uefa Cup tegen Sporting Lissabon. Bizar hoelang geleden dat al is.’

Vlaar omschrijft zichzelf als ‘jong en onbevangen’, dat jaar bleek de aanzet tot de opmars van AZ met als hoogtepunt de landstitel in 2009. Herkent Vlaar de contouren van een nieuwe bloeiperiode? ‘Het is mooi om mee te maken. Toen ik vertrok, moest het stadion nog worden gebouwd. Vier jaar geleden had ik geen club en kon ik uiteindelijk terugkeren bij AZ, onze ambities pasten perfect bij elkaar. Nu ben ik ouder en wijzer, ik heb de nodige levenslessen in mijn bagage.’

Hij vergeleek de ‘flow’ bij AZ met de uitstraling van Oranje tijdens het WK in 2014 in Brazilië. ‘Je ruikt die flow op een of andere manier. Het is een gevoel van onoverwinnelijkheid. We hebben niet de allerbeste selectie, maar we zijn als team tot veel in staat. Ik kan me voorstellen dat het leuk is om naar AZ te kijken. Het is een boost voor de gehele organisatie. Iedereen bij AZ kan momenteel met de borst vooruit lopen. Het moeilijkste is om het een heel seizoen vol te houden.

‘Zo’n tegenslag als tegen Heerenveen hoort erbij, nu moeten we bewijzen dat we ermee om kunnen gaan. In die zin is de uitwedstrijd tegen PSV een mentale test, kunnen we ook dan onszelf blijven? Ik heb het aanvoerder Teun Koopmeiners ook geadviseerd. Het valt niet mee om op 21-jarige leeftijd aanvoerder te zijn. Ik zei: blijf dicht bij jezelf, dan kun je het niet verkeerd doen. Teun is al heel stabiel, met de rust in zijn kop. En dat is knap.’

Gedwongen altijd uit

De tragiek van de gedwongen verhuizing van AZ, nadat eind juli een deel van het dak in het stadion in Alkmaar ­instortte, lijkt de saamhorigheid juist te hebben versterkt. Niemand klaagt over een seizoen met alleen uitwedstrijden. Vlaar: ‘Tijdens de voorbereiding voerden we gesprekken over hoe we moesten omgaan met tegenslagen. Het stadion was een extreem voorbeeld, dit had ik in mijn ergste nachtmerrie niet voorzien.

‘Eerst zag ik alleen de foto’s van het ingestorte dak en die tribunes, het was een onwerkelijke aanblik. Je denkt: dit klopt niet. Er is iets gruwelijk misgegaan, maar we hadden er geen invloed op. Wij moesten voetballen en hadden het voordeel dat we niet in het stadion trainen. Zo word je er niet dagelijks mee geconfronteerd. Maar we reizen wel ­geregeld naar Den Haag, we ondervinden wel de gevolgen.

‘Natuurlijk is het jammer dat we in Den Haag tegen Manchester United moesten spelen. Je wil ook over twintig jaar kunnen zeggen: weet je nog, die wedstrijd tegen Manchester United? Het is op dit moment niet meer de topclub van weleer, maar United is nog altijd een van de grootste clubs ter wereld. Die hadden we uiteraard in ons stadion in Alkmaar willen ontvangen.’

Vlaar relativeerde de onvrede bij ­Manchester United over het kunstgras. ‘Een van de slechtste velden die ik heb gezien’, zei coach Ole Gunnar Solskjaer. Vlaar speelde bij Aston Villa en kent de weerzin tegen het ‘astroturf’ bij Britse clubs. ‘In de Engelse Premier League wordt niet op kunstgras gespeeld, ik ben er ook geen fan van. Maar de situatie is niet anders, we moeten blij zijn met de gastvrijheid in Den Haag.

‘Het was niet anders op te lossen. We moesten wel uitwijken naar kunstgras, een veld van natuurgras wordt te zwaar belast met soms twee wedstrijden van AZ en ADO in een weekend. Ik was trots dat we ook tegen Manchester United op kunstgras geen concessies hebben gedaan aan onze speelwijze.’

Na de zege op Feyenoord in de Kuip kan AZ zondag in het Philips Stadion ­tegen PSV opnieuw een barrière overwinnen. Vlaar: ‘Wat mij betreft is de sky the ­limit. Ajax en PSV hebben in principe meer kwaliteit, maar dat hoeft niet alles te zeggen. Wij zijn verder dan vorig seizoen en dat moeten we bij PSV laten zien. In dat leerproces houden spelers en staf elkaar scherp.’

De routinier die in gedachten al een paar keer was gestopt, heeft de finishlijn nu bewust verlegd. ‘Mijn levenswijze vreet energie en het vraagt ook veel van mijn omgeving. Ook vorig seizoen dacht ik voor de winterstop: ik maak het seizoen af en dan is het klaar. Maar in de tweede seizoenshelft draaide ik als een tierelier. En realiseerde ik me opnieuw hoe leuk ik het voetbal nog vind.

‘Daarom wacht ik af hoe ik uit de winterstop kom. Ik zie hoe Roger Federer op zijn 37ste nog een Wimbledonfinale speelt, hoe Cristiano Ronaldo op zijn 35ste nog steeds een topatleet is. Het kan ook wel op latere leeftijd. De vraag is of je het wilt opbrengen, want je gaat pijn lijden. Maar ik krijg er voor veel terug. Het is heerlijk om nog op topniveau te kunnen spelen. Dan ben ik weer even die jonge, onbevangen speler uit 2005.’

Met een glimlach: ‘Als iemand weet hoe een topsporter zijn lichaam moet verzorgen, ben ik het. Calvin Stengs is hersteld van een zware knieblessure, hij moet voortdurend op zijn hoede zijn. Voetbal is zo snel en explosief geworden, je hebt nu atleten op het veld. Er wordt meer van je gevraagd dan tien, twintig jaar geleden. Ik zeg altijd tegen mijn teamgenoten: je hebt maar één lijf, wees er zuinig op.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden