AnalyseTom Dumoulin als ronderenner

Rondewinst wordt er voor Dumoulin niet eenvoudiger op

Tom Dumoulin werd tweede in de tijdrit op de voorlaatste dag van de Tour de France.Beeld ANP

Zijn eigen kansen offerde Tom Dumoulin al op na een week in de Tour. Dat was begrijpelijk na een koersloos jaar. Maar is hij nog in staat een grote ronde winnend af te sluiten, nu de nieuwe generatie zich razendsnel aandient?

Tom Dumoulin (29) eindigde zondag in Parijs als zevende in de Tour de France van 2020, op een achterstand van 7.48 minuut op de geletruidrager Tadej Pogacar. Hij klom zaterdag twee plaatsen in het klassement door als tweede te eindigen in de tijdrit naar La Planche des Belles Filles. 

Het was niet het resultaat waarop hij na zijn tweede plaats in 2018 had gehoopt en gerekend. Hij startte eind augustus in Nice voor niets minder dan de winst. Een week later, op de Port de Balès in de Pyreneeën, kwam het inzicht: hij is goed, maar niet goed genoeg. In enkele honderden meters op de daarop volgende Col de Peyresourde transformeerde hij van kopman tot meesterknecht door even hard op kop te rijden en dan weg te sturen.

Tom Dumoulin in de tijdrit naar La Planche des Belles Filles.Beeld EPA

Nadien begon het grote speculeren. Heeft hij niet te vroeg de handdoek geworpen? Was het een besluit om aan de hoge verwachtingen te ontsnappen? Speelde zijn onzekerheid over eigen kunnen hem parten? 

Druk was er wel degelijk. Zijn optreden in de Tour lag onder het brandglas nadat hij zijn vorige team Sunweb had verruild voor Jumbo-Visma. De betrokkenen zelf deden er aan mee. Ploeg en renner straalden uit dat er maar één doel was: het geel in Parijs. Hoewel Dumoulin in de aanloop voortdurend herhaalde dat hij het zo prettig vond niet meer de enige kopman in een ploeg te hoeven zijn – Roglic en Steven Kruijswijk zouden net zo goed de uit te spelen troeven in Frankrijk zijn – was het onvermijdelijk dat alle ogen op hem waren gericht. Hier rijdt een gewezen Girowinnaar en de nummer twee in de Tour van 2018.

Er was munitie voor twijfel over zijn actie op de Peyresourde. Jumbo-Visma zelf plaatste vraagtekens. Dumoulin was beter dan hij zelf dacht, zei ploegleider Frans Maassen. Die twee minuten verlies in de veelbesproken etappe duidde niet op volledig ineenzijgen. Wie hem later zag rijden op de flanken van de Puy Mary en de Col du Colombier, waar hij kopman Primoz Roglic bijstond, ontwaarde een renner die weer deed denken aan zijn beste dagen. Sommigen meenden te zien dat hij lekkerder reed, bevrijd van een loden last. Kijk eens hoe ontspannen hij is, na de finish.

Het waren observaties die hem ergerden. Waarom zouden de anderen het beter weten dan hij? Hij voelde zelf wel hoe het zat. Het ging al vanaf de eerste week niet naar wens. Ook nadat hij zich opzij zette op de Peyresourde werd het er dagenlang niet beter op. Het was een worsteling. Tegen De Telegraaf, vorige week: ‘Er is een beeld gecreëerd van me dat ik zoveel meer kon. Dat ik me heb opgeofferd, terwijl het niet had gehoeven. Daar word ik een beetje moe van.’ Pas in de derde week noteerde hij daadwerkelijk vooruitgang.

Tom Dumoulin troost ploeggenoot Primoz Roglic, die zojuist de leiding in de Tour de France uit handen heeft gegeven.Beeld Reuters

Het beeld in vergelijking met de dagen ervoor veranderde nauwelijks. Hij handhaafde zich in de voorste rijen van de groep met de grote favorieten, reed geregeld op kop, maar zodra de topfavorieten in de laatste kilometers versnelden, haakte hij af. Dan was het vooral aan teamgenoot Sepp Kuss om voor Roglic de kastanjes uit het vuur te halen. Maar telkens bleef het tijdverlies voor de Maastrichtenaar beperkt. Goed, heel goed misschien wel, maar net niet goed genoeg.

De vraag is wat deze Tour hem nu heeft opgeleverd. De situatie was verre van normaal, gelet op al die maanden zonder wielerkoersen door knieblessures en covid-19. Dumoulin reed in augustus voor het eerst sinds juni 2019 weer een etappewedstrijd. Op z’n minst is er de bevestiging dat hij nog altijd een uitstekende ronderenner is en een excellente tijdrijder, al kon hij zelf het gat van 1.21 met ritwinnaar Tadej Pogacar op La Planche des Belles Filles nauwelijks bevatten.

Die achterstand illustreert tegelijkertijd zijn probleem. Het wordt er niet eenvoudiger op ooit nog een winnaar van een grote ronde te worden. Hij heeft niet alleen meer af te rekenen met de voor hem bekende concurrenten uit zijn generatie, maar zeker ook met zich aandienende jonge supertalenten, zoals Pogacar en Remco Evenepoel. Ook Egan Bernal zal weer van de partij zijn. Een volgende kans op rondewinst dient zich aan in oktober, als hij de Vuelta gaat rijden. Dit keer is hij afgevaardigd als enige kopman van de ploeg. Wegsturen kan niet meer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden