Rolf Sörensen ziet aanvalslust beloond

'En nu kunnen we alleen nog maar hopen', zei Theo de Rooy zondagmorgen nadat hij Léon van Bon vlak voor de start van de Ronde van Vlaanderen nog een laatste keer bemoedigend had toegesproken....

Van onze verslaggever

Bart Jungmann

MEERBEKE

De Ronde van Vlaanderen ontpopte zich door het gewijzigde parkoers en de hoge snelheid tot een slijtageslag, waarvan de beslissing niet op de Muur van Geraardsbergen viel, maar ter hoogte van restaurant De Lange Muur in de Brusselstraat van Meerbeke. Rolf Sörensen sprong in de laatste kilometer weg bij Ballerini en Moncassin. Zijn twee medevluchters waren te uitgeput om de zoveelste aanval van de Deense wielrenner uit de Raboploeg te pareren.

Van Bon arriveerde ruim twee minuten later in het illustere gezelschap van Johan Museeuw, tweevoudig Rondewinnaar en wereldkampioen. Museeuw zegt dat hij niet gelooft in een vloek op de regenboogtrui, maar zo langzamerhand krijgt hij toch de schijn tegen zich.

In december moest de wereldkampioen aan zijn knie worden geopereerd na een valpartij, in maart viel hij in de laatste meters van Milaan-San Remo en april is nog maar net begonnen of hij valt in zijn eigen Ronde op de meest lullige manier. De Zwitser Boscardin keek om, reed met zijn voorwiel tegen Museeuws achterwiel, beide renners vielen, beide fietsen raakten onontwarbaar verstrikt, ploegleider Lefevere zat met zijn volgauto te ver weg en de kansen van de grote favoriet waren verkeken.

Daarmee kreeg de Ronde toch nog bijna al zijn denkbare tragiek, terwijl hij 's morgens nog een dag te laat begonnen leek. Zaterdag werd Vlaanderen geteisterd door storm en regen, ideaal weer voor heldendom op twee wielen. Zondag waren de weergoden Vlaanderen veel te gunstig gezind. Laffe wolken hadden zich laten verdrijven door de zon en storm had plaats gemaakt voor bries. Herfst was in één dag lente geworden.

Maar de 81ste editie verdient toch een plaatsje in de geschiedenis. Vanaf de start spaarden de renners zichzelf niet. Alleen in 1971 werd er door winnaar Evert Dolman harder gereden dan door Sörensen in 1997: 43.225 km/u om 43.023 km/u.

Verandering van koers deed de renners ook hardrijden. Zoals de plannenmakers hadden gehoopt, ontplofte de Ronde op de Oude Kwaremont als een granaat. Peter van Petegem trok de pin eruit en in steeds wisselende volgorde reden de sterkste renners daarna de laatste zestig kilometer door de Vlaamse Ardennen.

In Rolf Sörensen werd een van de meest offensieve deelnemers beloond. Hij ging er op de Taaienberg vandoor in het gezelschap van Laurent Jalabert die de Ronde met zijn onvoorspelbare verloop jarenlang had gemeden en bij zijn terugkeer gisteren aanvankelijk de sterkste indruk maakte. Maar op de Berendries beleefde hij weer net zo'n opzienbarende inzinking als vorig jaar in de Tour-etappe naar Les Arcs.

Het verbaasde Sörensen zeer. Hij verkeerde even in de veronderstelling dat de Fransman op de achtervolgers wilde wachten. Daarom probeerde hij Jalabert op andere gedachten te brengen en ging vervolgens uit arren moede maar alleen door.

In het gezelschap van Ballerini, de verrassend sterke Casarotto en later ook Van Petegem en Bartoli bleef Sörensen het vuurtje opstoken. Op de Muur en de Bosberg leek zijn energie opgebrand. Hij moest zijn medevluchters laten gaan, maar er is nauwelijks een wilskrachtiger renner in het peloton dan Rolf Sörensen. Telkens meldde hij zich weer vooraan.

Bovendien had Sörensen in de gaten dat de meeste krachten waren gesloopt. Als uitgeputte boksers die tegen elkaar hangen, sleepten de renners zich omhoog en het was vooral de ongelooflijke wilskracht die Sörensen als eerste deed eindigen. 'Daar wordt-ie in Italië ook zo om gewaardeerd', zei de dolblije De Rooy na afloop.

Daarom ook hebben Jan Raas en hij de Deen naar Nederland gehaald. Diens vechtlust dient een voorbeeld voor zijn jonge Nederlandse ploeggenoten te zijn en de 31-jarige Deen is bovendien bereid zijn in Italië opgedane ervaring te delen. De Rooy: 'Die man is één en al wielrenner. Hij is precies de man die deze ploeg nodig had.'

Vorig jaar zat het Rolf Sörensen in de voorjaarsklassiekers niet mee. In de Ronde van Vlaanderen leek zijn strijdlust toen goed genoeg voor een plaats op het erepodium, maar door een val reikte hij niet verder dan een negende plek. Met een ritzege in de Tour en een zilveren medaille op de Olympische Spelen eindigde het seizoen toch nog in majeur.

Dit jaar won hij al de proloog van de Tirreno Adriatico en de afsluitende tijdrit van de Driedaagse van De Panne. Maar de vijftigste overwinning in zijn profloopbaan kan in kapitalen gearchiveerd worden, zeker ook omdat Raas zijn eerste klassieker binnenhaalde sinds Frans Maassen zes jaar geleden in de Amstel Gold Race triomfeerde.

Met de trui van het klassement voor de Wereldbeker keurig opgevouwen op tafel vertelde Rolf Sörensen na afloop dat hij Parijs-Roubaix volgende week laat schieten om die trui pas te verdedigen of te heroveren in Luik-Bastenaken-Luik die hij in 1993 al eens won.

Het liefst zou Rolf Sörensen over een half jaar met de regenboogtrui pronken. 'Ik heb het parkoers verkend en dat is ideaal voor mij.' Hij heeft met zijn sponsor al de afspraak dat hij de Tour mag laten schieten als hij in het voorjaar aan de verwachtingen beantwoordt. Om al vanaf de zomer zijn vizier op het WK te kunnen richten.

'Het zou een goede carrière in een supercarrière veranderen', zegt Rolf Sörensen. Hij zou eens met Johan Museeuw de voor- en de nadelen van die onderneming moeten bespreken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden