Interview Richard Plugge

Richard Plugge, teambaas Jumbo-Visma beschouwt drie belangrijke momenten die de overwinning van Roglic onmogelijk maakten

Met kopman Roglic begon Jumbo-Visma als topfavoriet aan de Giro d’Italia. Drie weken van tegenstanders die op elke kans loeren. Dan moet alles goed gaan, en dat deed het niet. Drie sleutelmomenten volgens de teambaas.

Etappe 16, Roglic verliest tijd op klassementsleider Richard Carapaz en Vincenzo Nibali, die zijn tweede plek overneemt. Beeld AFP

Hij probeerde het vrijdag nog wel, Primoz Roglic. Maar met nog één bergetappe en de afsluitende tijdrit in Verona te gaan, lijkt zijn missie om het roze te veroveren een schier onmogelijke te worden. Zijn Nederlandse werkgever Jumbo-Visma startte voor het eerst als topfavoriet in een grote ronde, maar kreeg tijdens de Giro d’Italia te maken met pech, gekluns en insinuaties. Teambaas ­Richard Plugge beschouwt drie belangrijke momenten.

1. Meesterknecht ziek naar huis

In de zevende etappe stapt Laurens De Plus af, door aanhoudende keelpijn is hij te verzwakt om nog door gaan. Meteen wordt hij, zoals dat in wielertermen heet, geïsoleerd om niemand te kunnen aansteken. Niet lang daarna zit hij op de vlucht naar Brussel.

Was het uitvallen van De Plus het eerste barstje in de missie van ­Roglic?

‘Nou, eigenlijk het tweede. De eerste tegenslag was dat Robert Gesink na zijn val in Luik-Bastenaken-Luik moest afzeggen voor de Giro. We hebben Sepp Kuss, een groot talent uit Amerika, laten invliegen, maar hij heeft bij lange na niet de ervaring waarop Gesink kan bogen.’

Wat zegt dat?

‘Dat we er nog lang niet zijn. We zijn als ploeg nog in ontwikkeling, groeiende. Het lukt ons niet om 1, 2, 3 naadloos een vervanger in te passen.’

En dan verlies je ook nog eens je meesterknecht.

‘Laurens leek over die keelpijn heen te gaan komen, maar dan krijg je een etappe waarin het 100 kilometer lang heel hard gaat. Als je het hebt over hoe je merkt dat je topfavoriet bent, is dit een goed voorbeeld. Als andere ploegen kans zien om een goeie renner eruit te rijden, zullen ze dat niet nalaten. Het is eten of gegeten worden. Dat maakt topsport fascinerend.’

2. Sloveense dopingperikelen

Het is maandagavond 20 mei als de telefoon van Plugge onophoudelijk begint te piepen. Vrienden, bekenden, collega’s; ze willen allemaal weten of hij Radio 1 luistert. Stef Clement – vorig jaar gestopt als renner, maar nog wel betrokken bij de ploeg – heeft over de dan nog ruime voorsprong van Roglic in het algemeen klassement gezegd: ‘Als hij bij UAE Emirates, Katusha of Astana had gereden, hadden we daar een heel ander idee bij gehad.’

Wat dacht je toen?

‘Ik dacht vooral: wat een gemiste kans. In plaats van uit te leggen hoe ons antidopingbeleid eruitziet, komt hij met een insinuatie. Zoiets hadden we wel verwacht, gezien onze positie in het klassement, maar niet uit eigen gelederen. We screenen uitgebreid onze aanwinsten, testen geregeld onze renners, checken bloedwaardes en we bewaken sterk de anti-dopingcultuur binnen de ploeg. Niet voor niets hebben we al jarenlang nul medische attesten achter onze naam. We willen alleen met renners werken die achter ons beleid staan.’

Er wordt onderzoek gedaan naar de Sloveense manager Milan ­Erzen. Eerst zegt ploegleider Addy Engels dat Roglic nooit met die man te maken heeft gehad. Een dag later blijkt Erzen een jaar lang zijn ploegleider te zijn geweest. Hoe kan dat?

‘Addy heeft nooit gezegd dat Roglic nooit iets met die man te maken heeft gehad. Het ANP heeft hem verkeerd geciteerd. Onze persman heeft het bandje speciaal teruggeluisterd. Het ANP heeft inmiddels hun fout erkend, maar goed, dan heeft iedereen het al overgenomen. In zo’n geval is het altijd: too little too late.’

Hoe weten jullie zeker dat Primoz geen blaam treft?

‘Dat weet je nooit helemaal zeker. We zetten met ons beleid honderd sloten op de deur. Maar of dat 101 sloten geweest hadden moeten zijn, daar kom je altijd te laat achter.’

Inmiddels al een gesprekje met Clement gehad?

‘Hij is op vakantie. Dat komt later.’

3. Een duur plasje

De vijftiende etappe. Op 18 kilometer van het eind kampt Primoz Roglic met een mechanisch probleem aan zijn fiets. De ploegleiderswagen, met daarop zijn reservefiets, is niet in de buurt. Antwan Tolhoek, die in de achtervolgende groep rijdt, staat zijn fiets af. Daarmee komt Roglic, uit pure onwennigheid, ten val. Het geklungel levert duur tijdverlies op. Direct na afloop besluit ploegleider Engels open kaart te spelen: de ploegleiderswagen kon niet direct ter plekke zijn, omdat ze net een plaspauze hadden ingelast.

Hoe kan dat nou gebeuren?

‘Vooropgesteld: zo’n fout wil niemand maken. Maar als je het nuchter analyseert: ploegleiders rijden in een bepaalde volgorde achter het peloton, in ons geval op plek 2. Op een gegeven moment hebben zij de bidons aan Primoz gegeven. Daarna gaan andere ploegen hun renners bevoorraden en zak je automatisch iets naar achteren. Op dat moment dachten Addy en Jan: als we willen plassen, moeten we het nu doen. Vervolgens gaat er iets mis met de fiets van Primoz. Dat is in de hele Giro nog niet gebeurd. Een bizarre samenloop van omstandigheden.’

Waarom plassen in de finale?

‘Dan kom je op de timing van het moment. Die was niet goed. Hebben Jan en Addy ook erkend. Maar goed, er wordt de hele koers lang door iedereen geplast. Die mannen zitten vijf, soms zes uur in de auto.’

Een dag later hebben jullie beelden vrijgegeven van het moment vanuit de ploegleiderswagen. Moedig. Maar waarom?

‘Er ontstond een beeld dat Jan en Addy aan het plassen waren, terwijl de kopman in de problemen zat. Alsof ze tien oproepen hadden gemist; die kant ging het een beetje op. Ze zaten alweer in de auto toen de mechanische pech ontstond. Er was bovendien veel vraag naar die beelden vanuit de media. We pretenderen een transparant beleid te voeren. Dan moet je ook niet kinderachtig zijn om je fouten te laten zien. Uiteindelijk maakt iedereen fouten. Wij, het ANP... als je er maar van leert. Zo staan we erin.’

Was dit te voorkomen geweest?

‘Heel lastig. Mechanische pech kan ook in het begin van de koers gebeuren. Dan kun je zomaar vijf uur lang achter de feiten aanlopen. Er komt een moment dat je een keer moet plassen. Alleen de timing, ja, daar zijn we nu wel scherp op.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden