Analyse Ranomi Kromowidjojo

Ranomi Kromowidjojo oprecht blij met zilver op 50 meter vlinderslag: ‘Ook deze WK niet met lege handen’

Het Nederlandse topzwemmen is afhankelijk van één of twee uitzonderlijke talenten, luidt de dezer weken stevig geventileerde stelling. Veel meer was het niet in het verleden, de jaren van Pieter & Inge (van den Hoogenband en De Bruijn). En veel meer is het nu niet. Met Ranomi Kromowidjojo en de ook hoog ingeschatte Femke Heemskerk, blijkt in Gwangju.

Ranomi Kromowidjojo. Beeld BSR Agency

In het slotweekeinde van de WK in Zuid-Korea onderstreepte Ranomi ­Kromowidjojo nog eens de waarheid van die these. De uitzonderlijke zwemster uit Groningen, bepaald niet in topvorm in Gwangju, was op basis van haar aangeboren kwaliteit voor de startduik en het onderwaterzwemmen goed voor het zilver op de 50 meter vlinderslag.

Het was de zeventiende WK-medaille van Kromowidjojo op de langebaan (50-meterbad). Op de kortebaan (half bad) heeft zij er liefst 21 achter de naam staan. Omdat de 50 vlinder geen olympisch nummer is, werd de medaille ­zaterdag als een troostprijs gezien; of als het verwijderen van de hatelijke nul in het medailleklassement.

Zo ervoer Kromowidjojo het niet. Ze lachte haar breedste lach, voorstelbaar na de pijn van het missen van de WK-finale op de 100 meter vrije slag, het meest klassieke nummer van een groot zwemtoernooi. ‘Ook deze WK ga ik niet met lege handen naar huis’, was haar vrolijke vaststelling. Die positieve kijk op de zaak is haar handelsmerk. Dat ze blij blijft, heeft ook met een ­ongekende reeks aan succes te maken. In haar zevende WK, sinds 2007, stond zij altijd op het erepodium. Over uitzonderlijk gesproken.

Los van de werkelijkheid

Zondag had Kromowidjojo haar oogst willen verdubbelen op de 50 meter vrije slag, het sprintnummer dat wel de olympische status bezit. Dat lukte niet, het stelde haar teleur. Ze riep van ‘shit’ en ‘balen’, maar haar grenzeloze optimisme was toch wat losgezongen van de werkelijkheid.

De Kromowidjojo van 2019 heeft niet de inhoud om de sprint van blok naar muur op het allerhoogste niveau vol te houden. Die van 2017 had dat opvallend genoeg wel. Ze zwom toen in Boedapest het Nederlands record van 23,85 seconden over die 50 meters en ze zou met die tijd in Gwangju royaal wereldkampioen zijn geworden.

Die vaststelling van het verval – in Gwangju zwom zij een halve seconde langzamer – pareerde zij simpel: ‘Als ­iedereen hier zijn persoonlijk record had gezwommen, was ik ook geen kampioen geworden.’

Deze keer werd Kromowidjojo, nota bene na de beste start en halfweg nog aan de leiding, op de 50 zesde. Ze liet de nederlaag (‘ik wilde hier winnen, heb alles gegeven’) snel achter zich. Ze zei ‘gretig naar het volgend jaar’ te kijken.

‘Nu is het olympisch seizoen en gaat er bij mij net wat extra gebeuren. Ik ga mijn best doen voor Tokio. Ik heb nog een jaar om mezelf en hopelijk de mensen thuis aan het lachen te maken’, zo gaf zij aan dat er toch echt iets meer zal moeten gebeuren om de Kromowidjojo uit de beste jaren – OS Londen 2012, tweemaal goud – te laten herleven.

Coach Marcel Wouda moet dat proces begeleiden. In de vorige olympisch cyclus was hij niet verantwoordelijk voor haar. Toen had de redelijk onervaren Patrick ­Pearson, nu de assistent van Wouda, de hand in de voorbereiding van Kromowidjojo. Het leidde tot de tegenvallende plaatsen 5 (100) en 6 (50) in het olympisch toernooi van Rio.

De Nederlandse nul-oogst in 2016 was de start van de verbouwing van de Nederlandse zwemtop. In Gwangju bleek dat drie jaar later nog weinig succes te hebben opgeleverd. Het ene zilver was gelijk aan de oogst uit 2005, toen Marleen Veldhuis in Montréal het Nederlandse gezicht redde.

Bondscoach Wouda

Verantwoordelijk bondscoach Wouda kwam met een tas vol eigen vraagtekens naar de catacomben om de mislukte WK van zijn team te duiden. Zijn sporters waren in vorm uit een trainingskamp in Japan gekomen, de olympische repetitie voor 2020, maar in Korea bleken ze, op uitzonderingen na, niet goed te presteren. ‘We hebben huiswerk te doen’, sprak hij. En zorgen maakte hij zich ook. ‘Als we dat niet doen, dan kunnen we beter stoppen met zijn allen.’

Hij sprak veel over de breedte van zijn ploeg, maar de subsidies van NOCNSF, 1,4 miljoen euro per jaar, zijn toch echt bedoeld om medailles te veroveren. Ranomi Kromowidjojo is daarvoor de eerst aangewezen vrouw. Over haar mindere verrichting in Korea: ‘We zagen het met haar een beetje aankomen. We hebben er een plan voor gemaakt. Daar gaan we in augustus mee beginnen. Daar zal een ietsje meer werk in moeten. Daarmee gaan we aan de slag.’

Maar eerst is er vakantie. De Nederlandse ploeg vliegt naar huis. Kromowi­djojo blijft in Azië, op het eiland Jeju gaat zij zich bekwamen in surfen. Zij: ‘Het is het Hawaii van Korea.’

Eén medaille heeft de Nederlandse ploeg veroverd bij de WK zwemmen in Korea, het slechtste resultaat sinds 2005. In Montreal veroverde Nederland ook eenmaal zilver.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden