Nieuws Wereldbeker Schaatsen

Raceplan pakt goed uit voor Kjeld Nuis op Japanse buitenbaan

Kjeld Nuis liet zich dit weekeinde niet gek maken door de koude tegenwind in Tomakomai. Hij hield zich tijdens zijn vuurdoop in de buitenlucht aan zijn raceplan en reed zo tweemaal naar de hoogste trede van het podium.

Kjeld Nuis op het ijs in Tomakomai. Beeld EPA

Tot twee keer toe voerde Kjeld Nuis bij de wereldbekerwedstrijden in het ­Japanse Tomakomai een compleet Nederlands podium aan. Hij was zondag de snelste op de 1.000 meter, voor Kai Verbij en Thomas Krol. Een dag eerder was hij de beste op de 1.500 meter, toen voor Patrick Roest en Krol.

De 29-jarige olympisch kampioen heeft al een klein decennium topschaatsen achter de rug, maar kwam afgelopen weekeinde voor het eerst in de buitenlucht aan de start van een internationale wedstrijd. ‘Bij de start zette ik mijn ijzer in het ijs en hoorde woesssjjj, de wind om mijn oren blazen.’

Even was er twijfel, vertelt Nuis telefonisch vanuit Japan. Moest hij de start rekken tot de vlaag voorbij was? Hij deed het niet. Het gebeurt nu eenmaal buiten, besefte hij. De wind die bij de start in het gezicht blaast kan een halve ronde later evengoed een steuntje in de rug betekenen.

Hij liet zijn hoofd niet op hol brengen, maar richtte zich op zijn raceplan. Dat was onder de blote hemel nog belangrijker dan normaal. Hij moest zo veel mogelijk gebruik zien te maken van zijn tegenstander. Op de 1.000 meter was dat zijn ploeggenoot Krol. ‘Ik moest hem op de eerste kruising opvreten.’

Kjeld Nuis tijdens de 1.000 meter. Achter hem Thomas Krol. Beeld EPA

Kamikaze

Hij startte vlotter dan Krol en kon inderdaad bij het uitkomen van de eerste bocht achter diens brede rug de kruising over. Nuis paste zijn ritme aan dat van Krol aan en liet zich in gelijke tred naar de buitenkant van de baan leiden om vervolgens met een snelle pas de binnenbocht in te duiken. ‘Ik ging er kamikaze in. Ineens stond die pylon daar.’

Het plan werkte. Nuis won de 1.000 meter in 1.10,45 en had een flinke voorsprong op Verbij (1.10,72) en Krol (1.10,91), die voor de derde keer in dit jonge wereldbekerseizoen derde werd.

Nuis had dezelfde nadruk op de kruisingen gelegd tijdens de 1.500 meter van zaterdag, waar hij ook al tegen een ploeggenoot had geloot, ditmaal ­Patrick Roest. De stayer, die op de Spelen zilver had gewonnen op de schaatsmijl, start van nature trager dan sprinter Nuis. Om optimaal van zijn tegenstander te profiteren was Nuis behoudend vertrokken. Zo kon hij op de eerste kruising achter de rug van Roest uit de wind kruipen. ‘Ik hoopte dat op de laatste kruising weer te kunnen doen, maar toen kwam ik ervoor en moest ik het zelf doen.’

Hij was verbaasd over het gemak waarmee hij de laatste 200 meter doorkwam. ‘Ik kon maar door blijven pompen. Dat had ik niet verwacht. Ik dacht dat dit meer iets voor gasten als Sverre Lunde Pedersen zou zijn geweest. Op de 500 meter zag je dat de jongens van zo’n 70 kilo het beter deden. De zware jongens zakten door het ijs.’

De olympisch kampioen werd niet geremd door zijn gewicht, dat een eindje boven de 70 kilogram ligt. Hij rekende met een dubbele zege af met de tegenvallende start van het wereldbekerseizoen in Obihiro, een week eerder. Daar was hij op beide afstanden tweede geworden. Pavel Koelizjnikov won toen de 1.000 meter, Denis Joeskov de 1.500 meter.

Dat Nuis zich in een week tijd verbeteren kon, was geen verrassing. Hij kampte in Obihiro nog met een jetlag, die op de buitenbaan van Tomakomai weggesleten was. ‘Wij waren vorige week twee dagen van tevoren aangekomen terwijl de Russen er al twee weken waren. Dat ze sneller waren was niet raar, maar wel frustrerend.’

Kjeld Nuis (midden), met naast hem Patrick Roest (links) en Thomas Krol (rechts). Beeld EPA

Alcohol

De Russen die hem in Obihiro dwarsgezeten hadden, gingen hem in Tomakomai uit de weg. Denis Joeskov sloeg het hele wedstrijdweekend over omdat hij geen zin had om in de Japanse vrieskou te rijden, en Koelizjnikov meldde zich voor de kilometer af met een opspelende lies. Nuis betreurde de afmeldingen van beide mannen. Hij houdt van competitie en wordt graag tot het uiterste gedreven.

Hoewel hij zich niet met zijn grootste tegenstrevers kon vergelijken, concludeerde Nuis toch dat hij veel beter had gereden dan een week eerder. Vooral op de 1.500 meter, waar hij in 1.47,61 de snelste was. ‘Vorige keer zat het dicht op elkaar met Joeskov en ­Patrick Roest. Nu win ik met zestiende seconde van Roest. Dat geeft vertrouwen.’

Hoewel hij twee keer als winnaar van het ijs stapte, hoeft Nuis niet veel vaker in de buitenlucht te rijden. ‘Het was een bijzonder weekend zo, maar ik ben niet van het buitenschaatsen. Je wilt altijd juist alle omstandigheden uitsluiten. Neem bijvoorbeeld Hein Otterspeer, hij had ongunstige wind tijdens zijn race. Dat wil je eigenlijk niet.’ Dan botst zijn perfectionistische topsportnatuur even met de liefhebber in hem. ‘Tegelijkertijd was het gaaf en een mooie ambiance.’ Buitenschaatsen is net als alcohol, besluit hij. ‘Geniet, maar drink met mate.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.