Rabo helpt Terpstra aan zege

Wielrennen..

beek Op het gezicht van de nieuwe Nederlands kampioen wielrennen stond een glimlach gebeiteld en die werd er niet kleiner op toen de verliezers hun zegje deden. Milram-renner Niki Terpstra wachtte beleefd tot zijn Rabo-collega’s Pieter Weening en Lars Boom uit het zicht waren verdwenen en legde toen haarfijn uit hoe eenvoudig het was geweest om de Rabobankploeg te verslaan.

Op het juiste moment de aanval kiezen, een beetje doortrappen en zonder al te veel moeite Weening van zich afschudden op de Adsteeg in het Limburgse Beek. Meer had de 26-jarige Terpstra niet hoeven uitrichten om zijn eerste kampioenstrui op de weg in ontvangst te mogen nemen. De rest had de Raboploeg voor hem gedaan, zei hij er met een brede grijns achteraan.

Vier jaar op rij slaagde de grootste wielerploeg van Nederland erin de drager van het rood-wit-blauw te leveren. De titels van Boogerd, Moerenhout (twee) en Boom waren een mooie trofee voor de winnaar, maar voorkwamen ook de nodige onrust bij hun werkgever. Die kan de Rabobank kort voor de start van de Tour de France missen als kiespijn.

Zondag bleek weer eens hoe verlammend de wedstrijd kan werken op de enige ploeg die verliest als er niet wordt gewonnen. Vijf jaar nadat Leon van Bon met zijn sprint de rammelende Raboploeg voor schut had gezet in Rotterdam, was het opnieuw niet moeilijk zout in de wonden te strooien bij de verliezers.

De uitslag leidde zelfs tot leedvermaak bij iedereen die geen oranje shirt droeg. Nee, Servais Knaven had in een van zijn laatste wedstrijden niet met een ‘anti-Rabogevoel’ op zijn fiets gezeten. Maar het idee dat hij met twee ploegmaats, onder wie de winnaar, meer voor elkaar had gekregen dan zestien renners in hetzelfde truitje, deed hem glunderen.

Raoul Libregts, de ploegleider van Terpstra bij Milram, zei niets te begrijpen van de tactiek die door Rabobank was gevolgd. De ploeg had dertien ronden lang de wedstrijd gecontroleerd, maar gaf in de beslissende 14,7 kilometer het heft uit handen. Dat was niet de goede volgorde, zei Libregts met een vileine glimlach.

‘Ze willen pokeren, maar ze worden vanzelf zenuwachtig’, verwoordde Terpstra het. Geen moment zei hij in paniek te zijn geweest toen Lars Boom en Koos Moerenhout de achtervolging op hem en hun ploegmaat Weening hadden ingezet. Hij had het eerlijk gezegd ook niet door gehad, bekende hij.

Veel te vrezen was er ook niet geweest. Boom zag zijn wanhoopspoging op de slotklim in rook opgaan. Maar er werd vooral met de beschuldigende vinger gewezen naar Weening. Die had volgens zijn ploegleiders niet alleen zijn eigen winstkansen, maar ook die van zijn ploegmaats om zeep geholpen door met Terpstra op kop te blijven rijden.

Adri van Houwelingen en Erik Dekker verweten de Fries een beginnersfout te hebben gemaakt door mee te werken met de veel snellere Terpstra. ‘Je hoeft er niet voor gestudeerd te hebben om te weten dat dat niet handig is’, sprak vooral Dekker harde woorden.

Bovendien zou Weening de ploeg-orders hebben genegeerd door de benen niet stil te houden. Daardoor kwamen Moerenhout en Boom te laat om voorin een blok te kunnen smeden, werd er gesuggereerd bij Rabobank.

Weening pareerde alle kritiek. Misschien had hij inderdaad een beginnersfout begaan door met Terpstra naar de streep te rijden. Maar het strijdplan dat hem vanuit de auto hortend en stotend bereikte, kon hem evenmin overtuigen.

De Fries had op die manier geen idee wat precies van hem werd verlangd. ‘Ik moest aanvallen en tegelijk mijn benen stilhouden’, schamperde hij.

Het was verleidelijk het beulswerk van de Raborenner zondag toe te schrijven aan het selectiebeleid van zijn ploeg voor de Tour de France. Nadat er een streep kon door de naam van de geblesseerde Laurens ten Dam, had Weening zich op basis van zijn klimmerskwaliteiten rijk gerekend om diens plaats in te nemen. In plaats daarvan viel de keuze op allrounder Tankink, de andere reserve.

Toch ontkende Weening dat hij zichzelf zondag om die reden ‘aan gort’ had willen rijden om zijn ploeg te benadelen. Door al na 70 kilometer voor het eerst de aanval te kiezen met een groep anderen, wilde hij vooral afrekenen met het dogma dat het NK altijd in de laatste twee ronden wordt beslist.

Dat hij ongelijk kreeg, was niet alleen het gevolg van zijn eigen opportunisme. Aan het eind van een bloedhete dag fietsen had geen enkele wielerwet standgehouden. Bij het Nederlands kampioenschap telt maar één ding: op het juiste moment de goede beslissing nemen, zei Terpstra. De winnaar lachte er nog eens hartelijk bij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden