Interview Quincy Promes

Quincy Promes: van ballenjongen tot topscorer

Quincy Promes loopt als een kwajongen die iets ondeugends heeft gedaan weg bij het doel van Chelsea. De Ajacied heeft gescoord, maar de VAR zal tijdens dit Champions Leagueduel van vorige maand buitenspel beslissen. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Quincy Promes (27) was ballenjongen bij Ajax, waar hij eens werd weggestuurd uit de opleiding. Nu is hij topschutter van de club.

Een Amsterdamse jongen is terug in Amsterdam. Dichtbij familie. ‘Heerlijk, het is als thuiskomen. Ik speel in mijn thuisstad. Er is niks mooiers dan dat.’ 

Quincy Promes is topschutter van de eredivisie, met Donyell Malen. Tien goals. En hij is, op de woensdag van de uitwedstrijd tegen Lille, Ajax’ topschutter in de Champions League, met drie treffers. Hij kan scoren met links, met rechts en met het hoofd. Hij speelt gepassioneerd, met uitgekiend gevoel voor positie. Promes is in vorm, in een scherp ogende ploeg die in competitieduels rond Europese wedstrijden geen punten verspeelt. ‘De trainer zorgt ervoor dat we een soort machine worden.’

Trainer Erik ten Hag, met wie hij al werkte bij Go Ahead Eagles, prijst hem geregeld en vertelt wat nog beter kan. ‘Dat zegt veel over hoe hij mij ziet. Hij kent me al lang, voordat ik me zo ontwikkelde, en heeft altijd in mij geloofd. Hij ziet soms iets in mij dat ikzelf niet eens zie. Hij brengt drive in mij naar boven. De trainer is tevreden, hij is trots op mij. Aan de andere kant houdt hij me scherp. Het is goed dat iemand met een ander perspectief dat doet.’

Hij is ook kritisch op zichzelf. ‘Ik weet dat ik nog beter kan. In mijn aannames, bijvoorbeeld. Het zijn details, waardoor ik in een nog betere scoringspositie kom. Ik had een moment tegen FC Utrecht dat ik door het midden schoot. Dat moet een goal zijn. Die bal moet gewoon in de hoek. Daar praat ik dan even over met de trainer. Zo houdt hij me scherp.’

Mooie actie

Promes is een gezellige verteller met een gulle lach. Hij heeft als kind in bijna alle wijken van de stad gewoond. Amsterdam roept emoties bij hem op. ‘Ik ken alles. De mensen kennen mij. Dat voelt vertrouwd. En ik was ballenjongen in de Arena. Dat ik nu met het Ajaxshirt het veld op mag, is een eer.’

Promes, liefst op linksbuiten maar ook goed op andere aanvallende posities, en desnoods als vleugelverdediger inzetbaar, scoorde dit seizoen voor het eerst tegen Sparta, na een dieptepass van Lisandro Martinez. Hij scoorde meermaals met het hoofd, onder meer na geweldige voorzetten van Hakim Ziyech. ‘Ik heb mezelf scorend vermogen aangeleerd. Dat is een extra wapen voor een buitenspeler. Vroeger was ik een actieman. Als ik goede acties had gemaakt, had ik in mijn ogen goed gespeeld. Maar ik stond niet op het scorebord. Naarmate de tijd vordert ga je je realiseren dat op het scorebord komen belangrijker is dan een mooie actie. Zodoende ben ik acties gaan verminderen, en rendement uit mijn spel gaan halen. Dat is een kwestie van doen. Ik speel op gevoel, dus dat is moeilijk uit te leggen. Je moet een neusje hebben voor het doel. Willen scoren, de drive hebben om op dat scorebord te komen.’

Quincy Promes kopt de bal stijlvol naar de goal van Lille en scoort de 1-0 voor Ajax. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

En natuurlijk, dan is de ergernis groot als ze een doelpunt afkeuren, zoals tegen Chelsea in Amsterdam. ‘Ik zat daar echt mee, omdat veel mensen zeiden dat het geen buitenspel was. We herpakten ons goed in de uitwedstrijd. Het motiveerde mij alleen om daar weer te scoren, en dat is gelukt.’

Nu wil hij winnen. Prijzen pakken. ‘Ik wil kampioen worden. Mezelf doorontwikkelen. Overwinteren in de Champions League. Dat zijn we verplicht aan onszelf en aan de supporters.’ Ajax, Lille en Valencia strijden om twee plaatsen in de tweede ronde.

Gekocht van Sevilla, begon hij dit seizoen als reserve, mede door een lichte blessure. ‘Ik kreeg te horen in interviews: maak je je al zorgen? Maar ik ben 27, en ik heb vijf jaar in het buitenland gespeeld. Dan deal je met situaties om rustig te blijven, vooruit te kijken. Ik kwam in een draaiend team. Dat heeft me juist gemotiveerd. Dat het niet kwam aanwaaien, dat ik moest vechten voor een plek. Uiteindelijk moet ik mijn voeten laten spreken. Zo heb ik nu mijn plekje veroverd. Dat resulteert in goals en goed spel.’

Mooiste goal

De beste, de mooiste goal? ‘De openingsgoal tegen Lille. Een kopbal. Dat was mijn eerste doelpunt in de Champions League, thuis, in het stadion waar ik ooit ballenjongen ben geweest. In het doel waar ik achter zat als kind. Dat moment was heel speciaal. Dat was het moment dat ik dacht: oké, ik ben er. Onbewust dacht ik daar meteen aan. Ik sprong over de boarding en ging naar het publiek toe, om het samen te vieren.

‘Als ballenjongen zag ik de spelers van dichtbij. Wesley Sneijder, Huntelaar zelfs, Suarez. Dat motiveerde me. Op tv is het toch anders. Als ballenjongen had ik het gevoel invloed te hebben op de wedstrijd, door bijvoorbeeld de bal snel terug te gooien. Alsof ik onderdeel was van de wedstrijd. Dat was een speciale tijd. Je moest je opgeven bij Herman Pinkser, die nu een van de teammanagers bij het eerste elftal is. Ik was altijd het eerste bij Herman.’

Hij zag Huntelaar scoren. Nu speelt hij met hem. ‘Huntelaar weet misschien niet dat ik ballenjongen bij hem was, maar ik weet het wel. Ook het feit dat ik ben weggestuurd bij Ajax en ben teruggekomen, is bijzonder. En sowieso een motivatie voor alle jeugdspelers. Niet om weggestuurd te worden uiteraard, maar dat je ook met een omweg weer terug kan komen.’

Promes toonde achteraf begrip dat hij is weggestuurd omdat hij ‘een ettertje’ was. ‘Soms moet je eerlijk zijn naar jezelf, om later te kunnen groeien. Op dat moment had ik het niet door. Ik was geen jaknikker. Als we rondjes moesten lopen, vroeg ik als eerste: waarom? Soms is dat goed, soms ook niet. Bij Ajax in de opleiding hoort ook discipline. Ik was een beetje een ‘ettertje’, zoals jij dat zegt. Aan voetbalkwaliteiten lag het niet. Het is niet dat ik dat rondje niet wilde lopen. Het was puur: als de trainer zei we gaan rondjes lopen, zei niemand wat. Behalve ik. Ik vroeg: waarom?’

Maar het is anderzijds toch gek dat ze mondige mensen wegstuurden? ‘Ik was wat onhandelbaar. Als je een soort rotte appel bent in een algemene groep, begrijp ik dat ze ervoor kozen mij uit de opleiding te sturen. Ik had het nodig om mezelf wakker te maken, omdat ik er nog niet was. Voor mij was het goed dat ik werd weggestuurd. In die tijd heb ik leren knokken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden