Sport Noorwegen

Pure sportiviteit boven geld: de ‘niet-geheime’ geheimen van wintersportkampioen Noorwegen

Langlaufer Marit Björgen wordt door haar landgenoten gedragen na het winnen van de 30 kilometer klassieke stijl. Beeld REUTERS

Noorwegen won op de Winterspelen, vorig jaar in Pyeongchang, het medailleklassement. Het geheim achter die 39 plakken? Laat kinderen zo lang mogelijk spelen; winnen is iets voor later.

Een jaar geleden stond Noorwegen op zijn kop. Het was bij de Winterspelen van Pyeong­chang het best pres­terende land, met een karrevracht aan medailles: 39.

Het Noord-Europese land hecht enorm aan de wintersporten en de helden die hieruit voortkomen. Circa 4- van de 4,8 miljoen Noren zaten in 2018 voor de tv om maar niets te missen van ­Marit Björgen, Aksel Svindal en ­Havard Lorentzen. De kijkdichtheid van Eurosport schommelde twee weken rond de 80 procent.

‘We zijn een jaar herinnerd aan die geweldige Spelen’, zegt Helge Bartnes, wintersportchef van het topsportplatform Olympiatoppen. De lach is niet van zijn gezicht te krijgen. ‘De doelen waren in 2017 vastgesteld. Elke tak van wintersport in Noorwegen had zijn medaillelijstje opgesteld. Het zouden er maximaal dertig worden.’

Het werd 30 procent meer: 14 goud, 14 zilver, 11 brons. Met 39 medailles was het resultaat van de Spelen van Lillehammer (26 medailles, tweede plaats overall) ruimschoots overtroffen. ‘Zo zullen we er op een dag naar terugkijken. Als net zo groot, bijzonder en richtinggevend als de Winterspelen van Oslo uit 1952 en die van Lillehammer uit 1994’, aldus Bartnes.

Vorige maand kwamen veertien landen in Oslo bijeen voor een postolympisch overleg. Een Duitse ­professor uit Leipzig zet die al jaren op de agenda. Alle grote landen ­komen, uitgezonderd de Verenigde Staten, China en ­Rusland. Namens Nederland was Maurits Hendriks, de technisch ­directeur van sportkoepel NOCNSF, in Oslo vertegenwoordigd.

De Olympische medailles van Noorwegen op de spelen in Korea.

De Noren mochten hun geheimen verklappen: hoe hadden ze het enorme succes van Pyeongchang verwezenlijkt? Bartnes: ‘Ons geheim is dat we geen geheim hebben. We zijn open.’ Zijn perschef Halvor Lea: ‘Hooguit zouden we onze laatste vondst voor de wax van onze ski’s achterhouden. Maar de rest mag iedereen weten.’

De Noorse ‘niet-geheime’ geheimen van de topsport zijn simpel. Ze hebben te maken met klimaat, natuur, cultuur, buitenleven, jeugd, scholing, wetenschap en een topsportbedrijf dat Olympiatoppen heet. Het gaat niet over geld. Het gaat om instelling en houding: pure sportiviteit.

1 JEUGD: HET RECHT OM TE SPELEN

De jeugd van Noorwegen doet massaal aan sport. Volgens de laatste ­tellingen is 93 procent van de kinderen actief: 11 procent meer dan bij de voorlaatste meting uit 2013. Ieder kind wordt op jonge leeftijd op ski­latten gezet. Voorheen was dat vooral om te verplaatsen, van huis naar de bushalte, naar school. Tegenwoordig is het meer voor het plezier. Het kind moet naar buiten, onder begeleiding van de ouders. De routes voor het langlaufen zijn talrijk.

De jeugdsport verschilt in één belangrijk facet van andere landen in de wereld. Tot 12 jaar, in sommige gevallen tot 14 jaar, worden er geen ­klassementen en ranglijsten opgemaakt. Er wordt gespeeld, er wordt niet gerekend.

Else-Marthe Sörlie, oud-wereldkampioen handbal en nu hoofd van het prestatieteam van Olympiatoppen: ‘Mijn dochter van 8 speelt handbal. Er komt een uitslag die nergens genoteerd wordt. Er zijn geen ranglijsten. Er zijn geen kampioenen. Er zijn geen snelsten op de crosscountry. Als er tijden worden gepubliceerd, dan alfabetisch.’

Het was sinds 2007 een regel. In 2015 werd het herzien tot een ‘kinderrecht’ in de Noorse sport. Het is bedoeld om kinderen te laten spelen, niet zich te laten dwingen in een mal waarbij de uitslag of de ranglijst belangrijker is. Tot 12 jaar worden teams samengesteld uit een mix van jeugdsporters. Selectie op basis van talent is er dan nog niet.

Vanaf 12 jaar worden er wel ‘betere’ en ‘beste’ teams samengesteld. Maar nog steeds zonder de West-Europese focus op ‘uniek talent’. Bartnes: ‘Wij doen bij Olympiatoppen en al onze bonden pas aan talentidentificatie vanaf 18 jaar.’

Noorwegen blinkt door die aanpak minder uit in jonge leeftijdsgroepen. Er is de overtuiging dat zulks goed is. Björn Daehlie, de beste mannelijke skiloper aller tijden, was rond zijn 15de geen uitzonderlijke atleet. Zijn ontwikkeling was gestaag. Daar geloven de Noren in.

In de vorming van sporttalent is een belangrijke rol weggelegd voor het topsportgymnasium. Op 15-jarige leeftijd kan een scholier kiezen voor drie jaar topsportscholing, maar ook hier wordt niet op talent, maar slechts op wil en bereidheid geselecteerd. Wie beter wil leren handballen, krijgt overdag vijf uur handbaltraining op zijn gymnasium.

‘En in de avonduren bij de club nog eens vijf tot tien uur per week. Dat is een serieuze omvang. Daarmee maak je een jonge sporters plots veel beter’, is de overtuiging van de Nederlandse bewegingswetenschapper Roland van den Tillaar, werkzaam aan de universiteit van Bodö. Hij noemt het een van de geheimen van de Noorse sport. Hij propageerde het jarenlang in het Nederlandse handbal, maar kreeg geen poot aan de grond. Noorwegen is een grootmacht in het handbal.

Noorwegen stuurde 109 sporters naar de Olympische Spelen in Korea. Beeld REUTERS

2 CULTUUR: SPORT IS EEN FAMILIEZAAK

Noorwegen, het vierde rijkste land ter wereld, laat zijn sport bij voorkeur leiden door ouders en vrijwilligers. Het is een verenigingsland met 12.178 sportclubs. Skiclubs met duizend leden – er zijn er acht in Oslo – gaan op trainingskampen met ouders als trainer, coach, kok en fysiotherapeut. Sport is een serieuze familiezaak.

Zomersport is minder belangrijk dan wintersport. Met Oostenrijk en Liechtenstein is Noorwegen het enige land ter wereld dat meer geld in de wintersporten steekt dan in de zomersporten.

Noorwegen was traditioneel sterk in schaatsen en langlaufen, maar breidde vanwege olympische ambities royaal uit naar biatlon, skipringen, noordse combinatie en alpineski. Er is voorliefde voor teamsport, ook in de sneeuw.

‘Onze mooiste gouden medailles van Pyeongchang waren de teammedailles, op de schans, de ijsbaan en drie in de crosscountry’, memoreert Bartnes van Olympiatoppen.

De grote sporters van het land trainen, als het zo uitkomt, gewoon nog bij hun club. Dat de topsporters zo dicht tussen de mensen staan, heeft een sterke band gegeven tussen volk en ploeg. Bartnes: ‘Bij terugkeer in Noorwegen kregen we echt het gevoel: die medailles zijn van ons allemaal, van de sporters, maar ook van al die mensen die als vrijwilliger ooit hun bijdrage hebben gehad.’

3 NATUUR: DE ONEINDIGE SNEEUWWERELD

De buitenlucht lokt altijd in Noorwegen. ‘Dit is puur outdoorvolk’, aldus de Nederlander Matt van Wezel, die bondscoach is van het Noorse vrouwenvolleybalteam. ‘Ik heb een international van 19 jaar die in een vrij weekeinde gaat ­jagen. Met het geweer eropuit om een rendier te schieten. In Nederland zitten ze achter hun Playstation.’

Het is de natuur die uitnodigt. In Oslo stappen op elke plek mensen van jonge en oude leeftijd in de metro met een paar ski’s onder de arm. De smalle langlauflatten staan voor de connectie met de oneindige sneeuwwereld buiten de stad.

Vlak buiten Oslo liggen 58 skiroutes. De vorige koning, Olav, gaf het voorbeeld. Hij liep ski op de ­Holmenkollen, waar nu een springschans met een tribunecapaciteit van 150 duizend toeschouwers blinkt. ­Kosten 1,8 miljard Noorse kronen (185 miljoen euro).

In het skimuseum in de catacomben van de schans wordt het verhaal verteld van ontdekkingsreiziger Fridtjof Nansen. Hij stak in 1888 als eerste per ski Groenland over. Zijn boek over die tocht zette een land aan om ook de ski’s te grijpen. De noorse ski werd een begrip. Buitenlanders bestelden ze bij de vleet.

De kou houdt geen Noor binnen. In Pyeongchang leek die vorstbestendigheid vorig jaar een voordeel. Het was er in de eerste week steenkoud. Ploegleider Bartnes zag een ander voordeel. ‘Onze skimaterialen zijn waarschijnlijk beter geschikt voor die barre kou. Dat voordeel zie ik wel.’

Het andere grote voordeel van de koude is het lange skiseizoen. Van half oktober tot half mei kan er ­geskied worden in Noorwegen. ‘En ­iedereen heeft een hut in de natuur. Ik ook, nabij Lillehammer’, zegt ­Bartnes van Olympiatoppen en toont een foto van zijn roodgekleurde cottage.

Langlaufer Johannes Hoesflot Klaebo na de gewonne estafette. Beeld Valery Sharifulin/TASS

4 OLYMPIATOPPEN: HET CONSERVATORIUM VAN DE SPORT

Er was een klein medailledrama voor nodig om Noorwegen op het juiste spoor van de topsportorganisatie te zetten. In 1988 mislukte Project­ ­Calgary, met slechts vijf olympische medailles (nul goud) voor topnatie Noorwegen.

In 1985 was, alsof die blamage reeds was voorzien, Olympiatoppen opgezet, het topsportbedrijf in de buitenwijken van Oslo dat onafhankelijk van het nationaal olympisch comité expertise, praktijk en wetenschap bundelde.

De Nederlandse verkenner Joop ­Alberda, destijds technisch directeur van NOCNSF, reisde in 1997 af naar Noorwegen en betitelde het instituut als ‘het conservatorium van de sport’. Het zat destijds nog in een bescheiden gebouw, naast de Idrettshögskole van Oslo, de sportuniversiteit. Er ­werken nu 35 mensen, van wetenschappers tot coaches, van voedingsdeskundigen tot medici.

In de gang van het nog altijd krap bemeten gebouw – luxe ontbreekt – struikel je in het trappenhuis spontaan over de tweevoudig olympisch kampioen schansspringen bij de vrouwen, Maren Lundby. Stafchef Sörlie: ‘Aksel Svindal, de skilegende, komt hier ook vaak trainen, koffiedrinken en socializen.’ De boodschap: iedereen komt hierheen.

Aksel Lund Svindal viert zijn overwinning alpineskiën op de Olympische Spelen van PyeongChang in 2018. Beeld REUTERS

Olympiatoppen telt in het langgerekte land acht vestigingen, meestal in de buurt van een universiteit. Daar worden praktische problemen uitgewerkt door promovendi en medewerkers.

De Nederlander Gertjan Ettema, professor aan de universiteit van Trondheim, ontdekte dat de droogtraining van de Noorse schansspringers niet deugde. De man uit de lage landen kreeg het gelijk aan zijn zijde.

Het budget van Olympiatoppen ­bedraagt 172 miljoen kronen (18 miljoen euro) per jaar. Dat is een relatief klein bedrag: de Britten hebben voor alleen een baanwielerploeg hetzelfde ter beschikking.

Er wordt veel samengewerkt in een hybride aanpak. De coach van het roeien werkt samen met de trainer van de schaatsers die de 5 kilometer ­rijden. De inspanning, omtrent zes minuten, is in beide disciplines ­min of meer dezelfde. De wetenschappers zijn soms embedded, maar wat ongelijk verdeeld. De langlaufploeg krijgt er tien mee, de schaatsploeg slechts één.

De uitzending naar de Spelen van ­Pyeongchang werd door Olympiatoppen nadrukkelijker en duurder dan ooit uitgevoerd. Een mega-tredmolen ging mee voor de skiërs. Er reisden koks mee, voor het eten op locaties ver van de olympische dorpen, voor biatleten en de crosscountryploeg. ‘Maar zij brachten ook de helft van de medailles mee naar huis’, aldus ­Bartnes.

Het grote geld zit nog altijd bij de bondsploegen. Commerciële teams, zoals Petter Northug – de Sven Kramer van de Noorse wintersport – trachtte op te zetten, mislukten. Bartnes: ‘Het is haast onmogelijk om onze verzameling van kennis en begeleiding te overtreffen. Daarom willen de Noorse toppers maar één ding: in hun bondsteam.’ De sporters mogen privésponsoren hebben zolang ze niet concurreren met geldschieters van de bond.

Het doel van Olympiatoppen voor Beijing 2022 moet nog worden bepaald. Maar opnieuw meer dan dertig medailles, zoals in Korea, lijkt elke kenner in Oslo een onmogelijke opdracht. Het hoofd is na een jaar feest niet op hol geraakt. Woordvoerder Halvor Lea: ‘We weten in Noorwegen: er komt altijd weer een volgende dag die anders uitwijst.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.