Eredivisie PSV - Ajax

PSV – Ajax: de verschillende beleving van voetbal

Op een nazomerzondag in Eindhoven was het interessant te aanschouwen hoe verschillend PSV en Ajax het avontuur beleven dat voetbal kan zijn. Als verwacht bleek PSV – Ajax (1-1), de eerste topper van het seizoen, een kwestie van aanpassing door PSV om de gecontroleerde aanval van Ajax te weerstaan.

Donyell Malen in duel met Daley Blind. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

PSV was op zijn best toen de nederlaag dreigde en de beteugeling van het avontuur geen soelaas meer bood, toen de ‘cowboys’ voorin hun lasso’s uitwierpen naar een vangst. Vermakelijk, noemden de trainers Mark van Bommel (PSV) en Erik ten Hag de strijd tussen de kampioenskandidaten. Een topwedstrijd. In zekere zin was het dat zeker. De ploegen daagden elkaar uit, tactisch en fysiek. Maar voor wie aanvalsgolven wil zien in voetbal en tal van hachelijke momenten voor de doelen, was het eerste uur vrij saai. En trainers genieten trouwens meer van een tactisch steekspel dan de gemiddelde toeschouwer.

De ene ploeg, kampioen Ajax, is gelouterd door de triomftocht door Europa en doet qua opvatting denken aan vroeger, aan waarom een kind op voetbal ging, bij wijze van spreken. Met vriendjes naar een veld in de buurt. Lekker voetballen. Ontspannen, zo lang en vaak mogelijk aan de bal zijn, naar de oorsprong van het spel: de bal willen hebben. Van de een naar de ander plaatsen. Op zoek naar het doel. De tegenstander laten lopen tot die scheel ziet.

De andere partij, PSV dus, is speels en snel voorin, met vier ‘cowboys’ zoals Ten Hag Donyell Malen en zijn kornuiten noemde in de aanloop. De anderen doen mee, ze zijn wat angstig, ze houden elkaar vast, ze smeden een cordon achterin, ze wachten op de lancering van de cowboys. PSV is in die zin echt een vrucht van profvoetbal, van tactiek, van denkwerk in trainerskamers, van sportieve ‘oorlogvoering’, van het aanpassen aan de sterke punten van de ander, van het maskeren van zwaktes en het uitbuiten van specialiteiten.

Natuurlijk, Ajax is ook één al tactiek, zeker met de gecontroleerd aanvallende Ten Hag, maar bij Ajax is balbezit toch het sein om ten aanval trekken. Soms snel, dan weer met een omweg. ‘We moeten nog werken aan het vermogen om te versnellen’, oordeelde Ten Hag na afloop, gematigd tevreden als hij was met de 1-1, na twee keer 3-0 in afgelopen seizoenen. En hij wenst zuiverder spel, want uit zeker vijf uitstekende kansen slechts één doelpunt maken, is een matig rendement.

Ajax staat vrij goed. De centrale verdedigers Joël Veltman en Daley Blind bleven eenvoudig overeind tegen al die snelheid van PSV, dat nauwelijks counters zag lukken, volgens Van Bommel vooral omdat de laatste pass niet goed was. Beide ploegen hebben het aardig voor elkaar, elk op zijn eigen manier. Balbezit op eigen helft interesseert PSV niet werkelijk. Als het de bal maar krijgt in gevaarlijke situaties, zo dicht mogelijk in de buurt van het vijandelijke doel. Als het maar de ruimte in kan duiken na een foutje bij de tegenstander. Zoals bij de 1-1, toen Ajax even niet oplette bij een inworp en invaller Cody Gakpo een puike pass gaf op Malen.

Pas na de achterstand gooide PSV het haar werkelijk los, was PSV opeens vol lef en viel de qua spelbeeld niet verdiende gelijkmaker. Zo was de wedstrijd al met al best interessant, na alle verhalen over hoe dicht de topclubs bij elkaar liggen. Vrij dicht dus, net als vorig seizoen. Maar door de gekozen tactiek ontstond dus ook een tot de openingstreffer vrij vlakke wedstrijd.

Al was op de tribune opwinding genoeg. Ach, die verongelijktheid uit Eindhoven jegens Ajax. Hoe is het toch mogelijk dat mensen bekers bier over een voetballer gooien die gewoon een hoekschop wil nemen, of wil ingooien? Waarom doen clubs niets aan dat wangedrag? Het is blijkbaar zo ingebakken dat het niemand meer interesseert, dat het erbij hoort.

Bijna alle gevaar of opwinding bij PSV ontstond als jongeling Mohamed Ihattaren de bal beroerde, een jongen die nog het minst is ‘geïndoctrineerd’ met de wetten van profvoetbal. Hij deed wat in hem opkwam. Soms was dat verrassend, soms leverde het een kansje op, soms maakte hij de verkeerde keuze.

Het leuke is dan weer dat zelfs bij trainers met al hun plannen en tactiek, alles anders kan lopen. Ten Hag wilde Quincy Promes wisselen. Donny van de Beek stond klaar om in te vallen als nummer tien. Net voor de beoogde wissel scoorde Promes, na een voorzet van Sergino Dest en het knappe afschermen van Tadic. Van de Beek kwam even later voor David Neres. Ajax leek de wedstrijd te winnen, totdat een andere wissel de gelijkmaker inleidde: Cody Gakpo voor Jorrit Hendrix. Een aanvaller voor een controleur. Gakpo was net ingevallen toen hij de bal na een passje van Bergwijn knap binnendoor stak. Malen was opeens heel kort bij doelman André Onana en schoot keihard binnen. Met die 1-1 kon iedereen wel leven, Ten Hag iets minder dan Van Bommel. En dat was begrijpelijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden