Protour laat zich niet met Champions League vergelijken

Het was een van de moeilijkste jaren uit de geschiedenis van de wielersport. Zo stelde Pat McQuaid zaterdag bij de afsluiting van het seizoen in Lombardije vast....

Want het was misschien een lastig jaar voor de beleidsmakers. Sportief bleek het voor renners en televisiekijkers een jaar als alle andere, met mooie winnaars, slechte verliezers en een vertrouwd aantal dopingschandalen.

De grote namen van 2005 waren Tom Boonen, Danilo di Luca en Lance Armstrong. De laatste schreef voor de zevende keer de Tour op zijn naam. Boonen won de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix en het wereldkampioenschap. En Di Luca was de beste in de Amstel Gold Race, de Waalse Pijl, werd vierde in de Ronde van Italië en zegevierde in het eindklassement van de Protour.

Diezelfde Protour werd twaalf maanden geleden door de UCI gepresenteerd als een plan dat de sport een nieuwe dimensie zou geven. Ook dat blijkt voorlopig voorbarig. Volgens de nieuwe kalender zijn de belangrijkste wedstrijden gebundeld en moeten de twintig uitverkoren ploegen met een zogenaamde Protour-licentie verplicht aan alle 27 races (in totaal 159 koersdagen) deelnemen.

Het leek een ingrijpende revolutie, die grote gevolgen zou hebben. Maar vooralsnog vestigde de Protour vooral de aandacht op zich als de scheidende UCI-voorzitter Hein Verbruggen en de vertegenwoordigers van de drie grote ronden weer eens met elkaar in de clinch lagen.

Conflicten, weerstand en oppositie bepaalden in het debuutjaar van de Protour de orde van de dag, reflecteerde ook McQuaid. De sport had er volgens hem geen behoefte aan. De Protour evalueren mag officieel van de UCI ook nog niet. Het is een vierjarenplan, het na een jaar afschrijven zou van weinig visie getuigen vinden ze in Aigle.

Toch was er kritiek van de renners, die de kalender te zwaar vinden. Van de managers die de operatie logistiek nauwelijks nog aankunnen. En van de organisatoren van niet-Protourwedstrijden die een groot deel van hun deelnemersveld zijn kwijtgeraakt. De afstand tussen de elite en alles wat daaronder zit is groter geworden, maar in het voetbal malen ze daar ook niet om.

Toch laat het commerciële project in de wielersport zich niet vergelijken met de Champions League of de Formule 1. Het is aanmatigend het peloton eenzelfde waarde toe te dichten. Ook al omdat dat de elitaire competities in het voetbal en de autosport voornamelijk succesvol werden door het dictatoriale gedrag van hun leiders, die veranderingen zonder veel oppositie wisten door te drukken. Niet voor niets werd de geestelijke vader van de Protour, Hein Verbruggen, van vergelijkbare trekjes beschuldigd.

Onlangs openbaarde de afgetreden UCI-voorzitter tijdens een seminar in Oostende dat de Protour 95 miljoen euro aan televisierechten heeft gegenereerd. Ter vergelijking, de Champions League komt uit op 950 miljoen, de Formule 1 op 800 miljoen.

Dat verschil is het gevolg van de traditie in de wielersport, die voorlopig wil dat alle partijen afzonderlijk over de rechten onderhandelen en er dus geen sterk blok wordt gevormd tegenover de vragende partij. Het blijft de bottleneck van de Protour. Zolang de organisatoren (lees: de Tour de France) het niet eens worden over de commercialisering en de marketing is het project ten dode opgeschreven, realiseerde ook Verbruggen zich, die voor het eerst liet doorschemeren niet langer optimistisch gestemd te zijn over de goede afloop.

Het doel van de Protour is drieledig. De sport moet attractiever worden, vooral door kwalitatief betere renners bij elkaar te brengen in de belangrijkste wedstrijden van het seizoen.

Daarnaast moet de belangstelling van investeerders worden gewekt door teams, organisatoren en omroeporganisaties een winstgarantie te geven voor hun investering. Zoveel mogelijk media-aandacht is daarvoor een vereiste. En als laatste is van belang dat het wielrennen middels de nieuwe indeling van het peloton op alle continenten kan worden ontwikkeld.

In de eerste doelstelling is de UCI redelijk geslaagd, hoewel gezichtsbepalende renners als Armstrong, Ullrich of Boogerd niet meer wedstrijden reden dan vroeger, eerder minder. Maar de Spanjaarden reden ineens vooraan in Parijs-Roubaix en een etappekoers als de Dauphiné Libéré werd afgewerkt met een volwaardig peloton. En hoewel de namen die om de overwinning streden in Giro en Vuelta veelal dezelfde waren, zei de snelheid en de strijd er iets over de kwaliteit van het deelnemersveld.

Maar het zijn vooral sponsors die zich voorlopig het meest tevreden tonen over de Protour. Zij weten zich vier jaar verzekerd van deelname aan de belangrijkste wedstrijden. Bovendien werd berekend dat elk geïnvesteerd miljoen afgelopen jaar het tienvoudige aan reclame opleverde.

Tegelijkertijd werd het enthousiasme bij (potentiële) geldschieters dit seizoen net zo gemakkelijk weer getemperd door allerlei dopingschandalen. Zo zou Armstrong in 1999 Epo hebben gebruikt, werd in de ijskast van de Nederlander Marc Lotz diezelfde substantie achter de bananen aangetroffen en diende zelfs de tot dit seizoen onbesproken Rabobankploeg een renner (Rory Sutherland) te ontslaan na een positieve controle.

Het was daarmee een moeilijk jaar voor de wielersport, maar niet moeilijker dan alle voorgaande.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.