Promotie Boogert in tennisteam

Het Nederlands vrouwenteam, in 1997 nog finalist in de landencompetitie om de Fed Cup, speelt vanaf vandaag in Amsterdam de eerste van vier wedstrijden om lijfsbehoud in de wereldgroep....

AI, zegt Kristie Boogert. Ai, zegt coach Hans Felius. Ai is Ai Sugiyama, een Japanse tennisster uit de internationale subtop. Boogert en Felius concentreren zich met een dergelijk mantra op de eerste interland uit de Fed Cup-achtlandencompetitie, met het duel der kopvrouwen: Boogert-Sugiyama.

Het is een onverwachte hoofdrol. Drie jaar geleden speelde Boogert voor het laatst een enkelspel in het Nederlands vrouwenteam. Ze won op vreemde bodem twee partijen tegen Slowakije. 'Maar meestal was ik de nummer drie, achter Brenda Schultz en Miriam Oremans. Ik singelde alleen wanneer een van die twee er niet was.'

Boogert ging dezer weken Oremans op de wereldranglijst voorbij. Het was maandag 83ste om 93ste. De reglementen verplichten de coaches de hoogst geklasseerde als kopvrouw en playing captain aan te wijzen. En daarom zat Boogert gisteren bij de loting naast de bondscoach en keek Oremans, Miss Fed Cup, van enige afstand toe. 'Het is een nieuwe rol. Maar pas na de eerste wedstrijd kan ik je vertellen hoe dat voelt.'

De promotie past in de nieuwe lente die in de loopbaan van Boogert hoort uit te breken. De term past eigenlijk niet. 'Ik ben al 25, dat is middelbare leeftijd in vrouwentennis.' Hoogzomer en de herfst naakt, zo zou de omschrijving horen te zijn over het momentum in de carrière van een laatbloeier.

'Ik heb mijn school afgemaakt. Havo, want na drie jaar vwo wilde de schoolleiding niet meer meewerken. Ik begon, in '91, achttieneneenhalf jaar oud aan mijn professionele loopbaan. Al die anderen beginnen op hun veertiende.'

Nog twee serieuze jaren gunt Boogert zich in het circuit waarin ze de curve weer naar boven dient om te buigen, terug naar oude tijden zoals in februari 1996 toen ze 29ste van de wereld was. 'Ik wil twee jaar zonder tegenslagen. Waarin ik probeer gezond en fit te blijven en waarin ik niet terugval door gedwongen pauzes.

'Ik gun mezelf een reële kans. Maar het verhaal van ''ik kan beter dan nu, maar het komt er niet uit'' dat moet voorbij zijn. Ik richt me op een terugkeer in de topvijftig. Natuurlijk heb ik 29 gestaan, maar dat was een andere tijd. Het is nu een stuk moeilijker die positie te bereiken. Het vrouwentennis is met al dat jonge talent van dit moment zoveel breder en sterker geworden.'

Boogert wil de verwachtingen temperen. Ze is al te lang achtervolgd met de verhalen over de mogelijkheden die haar toegedicht werden. Velen zagen haar, toen ze in 1994 werd genomineerd als Most Impressive Newcomer, als een toekomstig toptwintig speelster, technisch directeur Franker dichtte haar 'dezelfde mogelijkheden' toe als Krajicek.

Ze zucht: 'Ik ben echt de laatste die van zichzelf zegt dat ze goed is. Ik heb mezelf ook nooit gebombardeerd tot toptwintiger. Als junior was ik heel goed, finale Orange Bowl, halve finale Roland Garros. Je krijgt dan een stempel. Maar dat heb ik mezelf niet gegeven.

'Ik heb niet gezegd: dat en dat ga ik bereiken. Natuurlijk had ik ook mijn dromen en idealen, maar ik heb er altijd voor gewaakt die uit te spreken. Dat maakt het extra zwaar.'

Ze wordt hier en daar in de tenniswereld gezien als het meisje van de excuses. Maar Kristie Boogert wil liever niet omzien, niet naar de blessures, de drie moeilijke jaren sinds '96, naar de ziekte van Pfeiffer uit '97 ('stom, te snel begonnen'), de breuk met coach Stöve en met het Fed Cup-team.

Ze bagatelliseert liever, zoals over de rugpijn die haar werd toegedicht. 'Ach, het was een auto-ongeval. Maar ik heb er geen toernooi door hoeven missen.'

Eén ding dan nog in de terublik: 'Ik ben heel hard en diep gegaan om terug te komen. En dat heb ik een paar keer moeten doen. Daar ben ik trots op. Niemand kan zich indenken hoe zwaar dat is.'

Boogert wil liever vooruitzien. In maart 'ging de knop om'. Bondscoach Hans Felius en privé-trainer Henk van Hulst stonden haar bij in de keuze. 'Ik moest mijn speelstijl wijzigen. Ik speelde steeds meer tegen mezelf, tegen mijn natuur in.

'Eén: ik stond twee meter achter de baseline, terwijl lopen niet mijn sterkste kant is. Twee: ik raakte gefrustreerd, want ik won mijn wedstrijden niet. Drie: ik volgde mijn instinct niet. Dat zei ''niet doen'' als ik zo op en neer rende. Dan verlies je ook nog eens je eigen spel.

'Ik ben daarna agressiever gaan spelen. Niet dat ik direct een andere mentale houding heb in het veld. Het is meer de agressiviteit zoals Edberg en Krajicek die in hun spel leggen. Ik moet meer voorwaarts opereren. Serve en volley, kan niet in het vrouwentennis, maar ik moet meer naar voren en bovendien vasthouden aan die stijl. Ik pas me niet meer aan, tegen wie ik ook speel. Die Japanse, Ai, is sterk van de baseline, ze neemt de vaart over, maar ook tegen haar moet ik mijn eigen spel spelen.'

Haar grootste kracht van dit moment is haar geluk. 'Ik voel me gelukkig op dit moment. Dat is heel nauw verbonden met mijn resultaten.' In 1997 kreeg ze 'een knal' toen een liefde voorbij ging. 'Daar heb ik best last van gehad.'

Nu staat ze er privé weer sterk voor. Het ware antwoord op vele vragen wordt geleverd op de tennisbaan. 'Het enige waarmee ik de dingen kan rechtzetten die me aangewreven worden, is resultaat.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden