INTERVIEW

'Profhockey in Nederland is niet realistisch'

Het hockey is in nieuwe handen. Na het tijdperk Wakkie moeten Erik Cornelissen en Erik Gerritsen de sport bij de les houden. Moderniseren met behoud van de clubcultuur.

Erik Cornelissen (voorzitter) en Erik Gerritsen (directeur), bestuurders voor de toekomst. Beeld Jiri Buller

Erik Cornelissen liep zich al een tijdje warm als nieuwe voorzitter van de hockeybond. Naamgenoot Erik Gerritsen begon als algemeen directeur met een even inspirerende als uitputtende praatsessie met zijn illustere voorganger Johan Wakkie, die in september na bijna 20 jaar afscheid nam. Het nieuwe tijdperk bij de KNHB rust op oude waarden. 'Profhockey is niet realistisch in Nederland', zegt Cornelissen.

Het gesprek vindt niet toevallig plaats bij hockeyclub Amsterdam. De 45-jarige bondsvoorzitter Cornelissen speelde in de hoofdklasse bij HGC en was voorzitter van Amsterdam. De twee jaar jongere Gerritsen speelde bij Kampong en Amsterdam dertien jaar op het hoogste niveau en werd met Amsterdam kampioen. Ze koesteren de clubcultuur, maar pleiten wel voor modernisering. Hun visie op de toekomst van het hockey in drie thema's.

Het WK als eindpunt en vliegwiel

Gerritsen: 'Het WK met zijn maatschappelijke verbinding en de gezonde sportkantine was het dna van Wakkie. Het toernooi bevestigde ook de opwaartse trend, het ledenaantal van de hockeybond neemt nog steeds toe. We willen dat succes verzilveren door die mensen ook daadwerkelijk te laten hockeyen, want in de Randstad en Brabant hebben we veel wachtlijsten. We overleggen met diverse gemeenten om meer kunstgrasvelden te laten aanleggen.'

Koen Breedveld, hoogleraar sociologie Universiteit van Utrecht, voorspelde vorig jaar voor het WK dat hockey het tennis zou kunnen passeren als tweede sport van Nederland. Gerritsen: 'We moeten ons afvragen, waarom hockey zo populair is geworden. Groei mag geen doel op zich zijn, we moeten vooral de familiecultuur koesteren. De clubs staan garant voor veiligheid en geborgenheid. We moeten waakzaam zijn dat die normen en waarden gehandhaafd blijven.'

Cornelissen: 'Ons voordeel ten opzichte van de tennisbond is dat we relatief grote clubs hebben. Vanaf de jongste jeugd speel je wedstrijdjes. Ons motto is niet voor niets: een leven lang hockey.'

Gerritsen: 'We zoeken wel naar nieuwe doelgroepen, we kijken of we wellicht een competitie op vrijdagavond moeten organiseren. Daarin willen we voorop lopen.' Cornelissen: 'We kunnen het doen vanuit een luxepositie. We hoeven niet gedwongen door ledenverlies allerlei dingen te bedenken om hockey te profileren.'

Van zilver naar goud

Gerritsen: 'Bondscoach Max Caldas is bij de mannen de juiste weg ingeslagen. Hij wil het team de mentale kracht geven om de laatste stap naar goud te zetten. In het kielzog van Caldas pakken ook de topclubs de handschoen op. Het is geen proces van drie weken. We zullen ook in de jeugd andere accenten moeten leggen om betere spelers aan te leveren bij de nationale ploeg. Het hoeft niet ten koste te gaan van de clubcultuur.'

Cornelissen: 'Dat moet je ook niet willen. Goud in Rio voor de mannen en de vrouwen is het doel, we willen altijd finales spelen. Australië heeft het voordeel dat het geen clubcultuur kent, alles staat in het teken van de nationale ploeg.'

Gerritsen: 'Bij de mannen zijn we te lang geen eerste geweest. Maar als je een keer goud wint, ben je ook weer trendsetter, ongeacht het verleden. De vrouwen maakten die omslag al in 2004 na de verloren, olympische finale in Athene. Het vrouwenteam van Den Bosch heerst niet voor niets al bijna 20 jaar. Daar zijn de topspeelsters tevens cultuurdragers geworden. Zo is ook bij het Nederlandse team een zelfregulerend mechanisme ontstaan. De ene generatie geeft de topsportgedachte door aan de volgende.'

Bondscoach Max Caldas. Beeld anp

Cornelissen: 'Het is ook een golfbeweging. Het is niet zo dat je morgen vijf leiders in de schoot krijgt geworpen.'

Steeds nadrukkelijker raken de internationals in een spagaat. Ze dienen als profs te leven, maar slechts een enkeling wordt daar in Nederland naar betaald. Het grote geld wordt verdiend in de Hockey India League, een bedreiging voor de hoofdklasse en de nationale ploeg? Of ook een symbolische verrijking op weg naar goud op het EK in Londen en in Rio?

Gerritsen: 'In mijn tijd was hockey een hobby, nu is het een vak geworden. Maar Epke Zonderland combineert zijn turncarrière ook met een studie. Je zult je toch moeten voorbereiden op een leven na de topsport.'

Cornelissen: 'Als een tophockeyer moet kiezen tussen het geld in India of een gouden medaille op de Spelen in Rio kiest hij voor het laatste.'

Gerritsen: 'Het is niet onze bedoeling om spelers van die extra inkomsten in India te beroven. Maar we moeten ook een volwaardig programma voor het Nederlandse team waarborgen. Het kan niet zo zijn dat Caldas de dupe wordt van de belangen van de clubs en de spelers. We zullen betere afspraken moeten maken. Ook de bond mag het zichzelf aanrekenen dat de interland tegen België in Arnhem op het laatste moment werd geschrapt, na verzet van enkele clubs.'

De vernieuwde hoofdklasse

Gerritsen: 'Meerdere clubs hebben de laatste jaren te veel geld uitgegeven. Ik denk aan een licentiesysteem, waarbij clubs in de hoofdklasse aan meerdere voorwaarden moeten voldoen. Je beschermt ze op die manier tegen overspannen ambities. De clubs vragen er zelf ook om.'

Cornelissen: 'De clubs lossen het gelukkig ook zelf weer op. Ze vallen niet om, zoals in het betaald voetbal.'

Gerritsen: 'Het probleem is dat er geen verdienmodel is in het hockey. Clubs zijn afhankelijk van sponsors en een businessclub.'

Cornelissen: 'Profhockey is niet realistisch in Nederland. Clubs hebben geen inkomsten uit kaartverkoop, merchandising of tv-rechten. Je ziet het wel opschuiven. Diverse clubs hanteren toegangsprijzen in de play-offs. Het gebeurt ook al bij de Euro Hockey League.'

Gerritsen: 'We zijn er minder star in dan onze voorgangers. Maar kan een club op vrijdagavond geld vragen als de lampen niet goed zijn en toeschouwers geen zitplaats hebben?'

Cornelissen: 'De discussie moet niet alleen gaan over het format van de hoofdklasse. De hoofdklasse hoeft niet per se kleiner, al zijn misschien enkele nuances nodig. De competitie moet wel passen in de internationale agenda. Ook dat vergt een extra inspanning.'

Gerritsen: 'In dat samenspel zal iedereen water bij de wijn moeten doen.'

Cornelissen: 'Je moet flexibel durven zijn. Er zullen in lastige jaren meer dubbels komen in de hoofdklasse dan in een seizoen, waarin de competitie gemakkelijker valt te plannen.'

Gerritsen: 'Het is een punt van zorg dat bij vier van de zes topclubs een buitenlandse hockeyer de strafcorner neemt. We hebben met Mink van der Weerden nog maar één topcorner in Nederland; dat is een slechte ontwikkeling. We zijn bezig met het ontwikkelen van specialismen in de jeugdopleiding. Het moet altijd een samenspel zijn tussen clubs en bond.'

Cornelissen: 'We willen als Nederland leidend blijven. Een van onze strategische thema's is niet voor niets: aan de wereldtop in een wereldsport.'

Mink van der Weerden neemt een strafcorner. Beeld Klaas Jan van der Weij
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden