Premier Kok erkent sociale betekenis van sport

Zó oneerbiedig wordt het door NOCNSF natuurlijk niet gezegd, maar het sportbeleid moet breder worden dan Erica Terpstra. Het optreden van de uitbundige staatssecretaris heeft volgens de bewindvoerders van de Nederlandse sport de facto nog te weinig weerklank gevonden....

HANS VAN WISSEN

Van onze verslaggever

Hans van Wissen

DEN HAAG

De rijkswaardering voor topsport en gehandicaptensport heeft mede door Terpstra een aanzienlijke, ook financiële impuls gekregen, maar in de bijdrage van VWS aan de breedtesport is de laatste twee jaar alleen maar gesneden. Daarom kwam er na vier jaar een vervolg op het rapport 'Sport als inspiratiebron voor de samenleving'. Dat vervolg, 'De maatschappelijke betekenis van sport' werd gisteren aangeboden aan premier Kok. In Atlanta, tijdens de Olympische Spelen, had Kok zich laten verleiden tot de inontvangstname.

Kok was daar huiverig voor. Want wat is en wás sport op de politieke agenda anders dan een wegwerpartikel. Hij werd gisteren voor het eerst gedwongen tot een duidelijke stellingname. De eis die uit het nieuwe rapport van Maarten van Bottenburg en Kees Schuyt opklonk, was: het kan, gezien de sociale en economische waarde van de sport, toch niet zo zijn dat het rijk zich met alle dédain afwendt, omdat zich toevallig wel eens supporters-of dopingrellen voordoen.

Kok probeerde gisteren zo veel mogelijk in het midden te blijven. Het was niet per definitie zo dat de ook door hem met emotie begroete medailles, tot verandering van beleid zouden moeten leiden. En toch werd hij uiteindelijk verleid tot een uitspraak waarmee de Nederlandse sport iets kan beginnen.

Kok zei dat in zijn beleid kwaliteit en prestatie vooropstaan, maar tegelijk ook cohesie en integratie. In de sport zijn die kenmerken van 'samenhang' alle aan de orde. Sport kan dus de cohesie in een samenleving bevorderen en tegenstelingen doen verdwijnen. 'Sport brengt mensen bij elkaar. En sport brengt teweeg wat ik wil: het beste uit mensen halen.' Daarnaast pleitte Kok voor 'geïntegreerd denken'. Hij prees de tallozen die zich onbetaald voor de 'gewone' sportbeoefenaren inzetten, maar zei tegelijkertijd dat 'tover-antwoorden' niet gegeven kunnen worden. Om vervolgens een niet onbelangrijke toezegging te doen: in het beleidsplan voor na 2000, waarmee het kabinet bezig is, zal de sport een rol van betekenis spelen. Dat plan heeft nog geen definitieve naam. Het wordt Agenda Plus of 2000 Plus.

In ieder geval is vastgesteld dat de sport bij het ontwerpen van toekomstplannen niet langer een quantité negligeable is. Dr Maarten van Bottenburg had het in Den Haag over vier aspecten: de karaktervorming, de sociale binding, de gezondheid en de economie. Zijn conclusie: 'Vanwege deze maatschappelijke betekenissen kan de sport van directe waarde zijn bij het voorkómen en het aanpakken van maatschappelijke problemen. Criminaliteit, ziekteverzuim, vereenzaming, kansarme jongeren, het zijn allemaal maatschappelijke problemen die samenhangen met een verwaarlozing van de sociale dimensie in onze samenleving. Bij het versterken van die sociale dimensie kan ook de sport een belangrijke rol spelen.'

Van Bottenburg: 'Bij een groter instrumenteel gebruik van sport maken wij echter wel een heel duidelijk voorbehoud. Sport staat in beginsel voor positieve effecten, maar moet niet ondergeschikt worden gemaakt aan maatschappelijke doelen buiten de sport. Sport moet bovenal leuk blijven. Dat is de beste garantie voor positieve maatschappelijke effecten.'

Wouter Huijbregtsen, co-voorzitter van het NOCNSF, wees erop dat de enorme inzet van vrijwilligers in de sport nauwelijks wordt erkend. Hij riep de hulp in van de rijksoverheid.

'Een eerste opdracht', zei Huijbregtsen, 'ligt natuurlijk bij de sport zelf. Maar alle tekenen wijzen erop dat de sport deze bredere taak aan de top én aan de basis niet alleen kan dragen. Zij heeft daarbij hard partners nodig: de overheid, het bedrijfsleven en de media. Uit het rapport blijkt heel duidelijk dat door de veelvormigheid van sport vele departementen betrokken zijn bij dit maatschappelijke veschijnsel.'

En dat is nu altijd de crux geweest. De ministeries die niets met sport hadden te maken, wendden zich van oudsher zo snel mogelijk van dat beleidsterrein af. Maar langzamerhand, ook door de 'brede' aanwezigheid van Terpstra, doemt de mogelijkheid op van een samenhangend sportbeleid. Kok kondigde het verschijnen van de 'Integrale Sportnota' aan. De belofte was dat die al begin september had moeten verschijnen, maar sportbeleid maken valt kennelijk niet mee.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden