‘Praten kon ik niet, vechten wel’

Rugby hielp international van ’t Gooi als kind zijn driften te beteugelen...

Kreten van verrukking schallen over het rugbyveld van ’t Gooi als Roy van Leyen met een knalharde tackle een speler van Hilversum stuit. ‘Wat is hij toch een beest’, jubelt een supporter. Maar ruim een uur later zoekt de fors toegetakelde Van Leyen troost bij zijn vriendin als Hilversum op het veld van de aartsrivaal de grootste dreun heeft uitgedeeld met een 34-12-zege.

Vaten bier zijn er dan al doorheen gegaan in het clubhuis van ’t Gooi, waar de wonderlijke rituelen van het rugby worden opgevoerd. De man van de wedstrijd wordt uitbundig toegezongen terwijl hij in één teug een glas bier achterover slaat. En dan zingt de uitblinker uit volle borst: he is a bastard so they say. He wants to go to heaven, but he took the other way.’

De hemel heeft Roy van Leyen zondagmiddag ook niet gezien in de derby tegen Hilversum, dat de gehandicapte thuisclub bij rust op een vernederende 29-0-achterstand heeft gezet. Het machtsvertoon van de nieuwe koploper doet pijn bij ’t Gooi.

Na de splitsing was Hilversum de volksclub en speelden de ‘kakkers’ bij ’t Gooi. Een blazer behoort tot de kledingcode. ‘Die traditie hoort bij de club en mag niet verdwijnen’, zegt Van Leyen. ‘Het past ook bij rugby, een sport voor hooligans, gespeeld door gentlemen.’

De scherpste kantjes van de rivaliteit zijn wel gesleten, aldus Van Leyen, enkele dagen voor de beladen confrontatie met Hilversum. ‘De mannen van de oude stempel zeggen tegen ons dat we erop moeten klappen tegen Hilversum. Natuurlijk gaat de beuk erin. Maar door haatgevoelens laten we ons niet leiden. Die tijden zijn voorbij. Ik speel tegen mijn oude maatjes.’

Gelaten incasseert hij de afstraffing door Hilversum, in de wetenschap dat ’t Gooi zich na rust mede dankzij zijn try heeft opgericht. De 21-jarige Van Leyen behoort al tot de routiniers bij ’t Gooi, dat door blessures drie basisspelers miste.

Van Leyen had in de eetkamer bij zijn ouders al gewaarschuwd. We zullen de rustige, kalm formulerende jongen niet herkennen in de gedreven soldaat, die als eerste de frontlinies bezoekt. ‘Als rugbyer giert de passie door mijn lijf.’

Het past bij zijn rol als blindside flanker, de nummer 8. Van Leyen: ‘Het zijn de jongens in het rugby die topfit moeten zijn, goed moeten kunnen tackelen en het spel kunnen lezen. Ik ben de eerste die opstaat bij balverlies en de tackle maakt.’

Hij woog meer dan 100 kilo, maar onderwierp zichzelf aan een streng fitnessregime. ‘Ik zit nu rond de 90 kilo, ik heb vet ingeruild voor spieren.’ Maar ook dan krijgt het lichaam veel te verduren. Van Leyen: ‘Ik ben een fysieke speler. Ik houd van het gevecht, ik wil altijd die bal hebben en daarom raak ik weleens geblesseerd.

‘Vorig jaar scheurde ik tegen Hilversum de mediale band in mijn knie. Zat ik vanaf mijn heupen tot mijn enkel in het gips. In de playoffs tegen Hilversum ging het weer mis. Ik wilde een try voorkomen en belandde op de knie van een speler. Bam, knock-out. Ik zie er vaak gehavend uit. Maar het is nu eenmaal mijn taak zo snel mogelijk de bal te heroveren.’

Van Leyen heeft door het rugby geleerd zijn driftaanvallen te beteugelen. ‘Je zou het nu niet zeggen. Maar ik was als kind een klein dikkerdje met een bril en sproetjes. Ik had ook nog een spraakgebrek, waarvoor ik werd behandeld bij een logopedist. Ik werd voortdurend gepest. Uit woede sloopte ik soms mijn hele kamer.

‘Nu ben ik de laatste om geweld te gebruiken. Vroeger stond ik vooraan als er gevochten werd. Ik kon immers niet zo goed uit mijn woorden komen. Als de jongens me uitscholden voor dikzak, gebruikte ik mijn vuisten. Op school werd ik onvoldoende beschermd. De leraren zeiden: schelden doet geen pijn. Het tegendeel is waar.

‘Ik ben nog steeds een emotionele jongen. Als ik terugdenk aan die periode, besef ik juist hoeveel pijn dat pesten me heeft gedaan. Kinderen kunnen zo hard zijn. Ik heb ook vaak migraine gehad. Gelukkig had ik in groep 5 een fantastische leraar die me heeft geholpen om twee jaar in een jaar te doen.’

De kleine dikzak onderging een metamorfose op het rugbyveld. ‘Ik begreep niet waarom ik zo dik was’, vertelt Roy van Leyen. ‘Ik snoepte niet, ik was de hele dag buiten. Mijn vader hanteert de theorie dat mijn lichaam alles opsloeg, omdat ik later enorm zou groeien.’

Vader Harrie: ‘Ik heb het bij drie, vier jongens meegemaakt. Dikke proppies, die omhoog schoten en zo strak als een huis werden.’

Zoon Roy: ‘Het jongetje van vroeger zat nog steeds in dat grote lichaam. Ik was heel verlegen, zeker in de omgang met meisjes. Op de middelbare school begon de ellende opnieuw. Zat ik wekelijks bij de decaan, omdat ik ruzies vooral met mijn vuisten oploste. Maar het ging zo goed met het rugby dat ik eindelijk vertrouwen kreeg. Ik had twee vrienden en we waren niet alleen de sterkste, maar ook de slimste jongens van de klas.

‘Rugby is een opvoedkundige sport, waarin je normen en waarden wordt bijgebracht. De sport is ideaal voor jongens die een deukje hebben opgelopen of aan ADHD lijden. Ik kon in het rugby op een positieve manier mijn woede en frustratie kwijt.’

Zijn talent werd snel herkend. Van Leyen vierde zijn 18de verjaardag in een gastgezin in Zuid-Afrika, waar hij voor een trainingsstage was uitgenodigd. Van Leyen ervoer dat rugby in Zuid-Afrika religie is. ‘Rugby is een onbegrepen sport in Nederland. In Zuid-Afrika heeft iedereen er verstand van. Rugby is een manier van leven, het rugby heeft het land zelfs herenigd.

‘Ik was nog te jong om Nelson Mandela bewust mee te maken. Maar ik heb later de documentaire gezien over het WK rugby in Zuid-Afrika. Het zijn indrukwekkende beelden. Mandela die in het shirt van de Springbokken de aanvoerder huldigt, dan besef je hoeveel sport teweegbrengt.’

Rugby is wel een blanke sport gebleven, constateert Van Leyen. ‘Al zie je steeds meer kleurlingen rugbyen in Zuid-Afrika. Maar voor de zwarte bevolking is voetbal de belangrijkste sport.’

Van Leyen begon bij Paarl Rugbyclub. Hij haalt een hem dierbare trofee uit de kast, een glas voor de man van de wedstrijd. Het zat uiteraard vol bier, toen zijn teamgenoten voor hem zongen. ‘Ik maakte in mijn eerste wedstrijd meteen twee try’s. Een kaaskop die niet alleen kon rugbyen, maar ook een wedstrijd wist te bepalen. Dat vonden de mensen wel bijzonder.’

Tijdens zijn tweede bezoek aan Zuid-Afrika werd Van Leyen gedrild in het krachthonk van Hamiltons Rugby Club. ‘Na mijn terugkeer in Nederland vloog ik over iedereen heen. Maar in de tweede helft van de competitie beleefde ik een terugval. Ik miste een uitdaging, ik speelde in cruise control. Ik hoefde er te weinig voor te doen.’

Daarom droomt de international, die zijn eigen klusbureau beheert, van een carrière als profrugbyer. ‘Alleen in het buitenland kan ik me verder ontwikkelen, zoals Tim Visser dat bij Newcastle Falcons in Engeland heeft gedaan.

‘Het Nederlands team komt alleen op een hoger niveau als de clubcompetitie wordt geprofessionaliseerd. Ook bij ’t Gooi roept dat weerstand op. We hebben bestuurders nodig met een nieuwe aanpak. De spelers worden nu geremd in hun ontwikkeling.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden