Prachtig voor de één, een gruwel voor de ander

Ploegentijdrit..

eindhoven Het is kwart voor twee als Kai Reus het chique hotel van de Rabobank-ploeg binnenstapt. Hij is verregend, hij voelt zich smerig en zijn benen steken van de pijn. De wielrenner heeft afgezien.

Reus schuifelt op zijn fietsschoenen onwennig over de gladde tegels. Hij schudt met zijn hoofd. Het was niks vandaag, zegt hij. ‘Ik zat achter Van Bon. Die was fris. Hij trok steeds aan, maar ik kon zijn wiel niet houden.’

Niet veel later komt Max van Heeswijk, ploeggenoot van Reus, voorbij. Er zat genoeg lucht in zijn longen, dus daaraan ligt het niet dat hij moest afstappen. De benen hebben hem vandaag in de steek gelaten.

Na een paar minuten arriveren de renners van Rabobank die de ploegentijdrit in Eindhoven wel hebben volbracht. Ze zijn besmeurd met zwart regenwater dat via hun wielen is opgespat. De meesten vertrekken zwijgend naar hun kamer. Een renner van Predictor-Lotto kijkt verdwaasd om zich heen, alsof hij is ontwaakt uit een onwaarschijnlijke droom.

Op tv worden de gevolgen van de regenval genadeloos in beeld gebracht. In een van de slotbochten gaat het mis voor veel renners. Van Discovery Channel glijdt Cummings onderuit, gevolgd door de Portugees Paulinho, die met zijn stuitje op de stoeprand terechtkomt. Ze moeten de strijd staken.

Ook de Deen Sörensen van CSC gaat onbarmhartig neer op de plek, waar olie op het natte asfalt wordt vermoed. Stef Clement wordt dan al aan zijn blessure geholpen. Ook de beste tijdrijder van Nederland is gevallen.

Voor de slachtoffers zijn de wetten van de ploegentijdrit onverbiddelijk. Als een hond in de goot worden ze achtergelaten door hun ploegmaats, die zonder omkijken verder rijden met maar een doel voor ogen: zo snel mogelijk vijf renners aan de finish voor het Stadhuisplein krijgen.

Er is geen discipline die zo veel tweespalt in het peloton veroorzaakt als de ploegentijdrit. Voor de renners die de stiel niet machtig zijn, is het uur ‘afzien’ een gruwel. Nergens kunnen ze hun onvermogen camoufleren. Wie op kop rijdt, komt in beeld. Voor wie achteraan ploetert, geldt hetzelfde.

Ploegleider Wilfried Peeters moet bij het Belgische Quickstep zijn renners nog net niet smeken of ze zich van de verhoging willen laten afduwen. Als coureur werd Peeters geregeld kampioen in de discipline. Hij zegt daarom de weerzin van zijn renners te begrijpen. ‘Dit is pas leuk als je kunt winnen. En dat lukte bij mij omdat ik gewend was op kop te rijden.’ De ploeg eindigt als zesde.

Wie een peloton kan aanvoeren, mag ook in staat worden geacht zeven andere renners op sleeptouw te nemen. Maar die klasse is niet meer dan een voordeel en is zeker geen garantie voor de zege. In de ploegentijdrit is het team zo sterk als de zwakste renner. Peeters: ‘Je moet elkaar goed verstaan. Anders kun je elkaar kapot rijden.’

Ook het deel van het peloton dat zondag liever was weggebleven, is het erover eens dat geen specialisme in het wielrennen er vanaf de kant zo mooi uitziet als acht renners die met helmen als vogelsnavels, kromgebogen over het stuur als een lint naar de eindstreep optrekken. Reus noemt de rit een prachtige discipline.

‘Ik vind het mooi, ook omdat ik het tijdrijden redelijk beheers’, zegt Koos Moerenhout. Maar de Raborenner baalt ervan dat de weersomstandigheden de uitslag deels hebben beïnvloed. Het op droog asfalt gestarte Tinkoff rekent zich lang rijk, de ploeg wordt echter in de laatste meters afgetroefd door CSC, dat het onderdeel op de Protourkalender serieuzer zegt te nemen dan andere teams en voor het tweede jaar op rij wint. Milram wordt met Niki Terpstra derde.

Moerenhout spreekt de ijdele hoop uit dat de ploegentijdrit een vast onderdeel wordt van de drie grote ronden. ‘Vandaag zag je toch wat gaatjes, terwijl dit juist echt mooi is om te zien als een ploeg de perfectie benadert. Dus moet je dit onderdeel doorontwikkelen.’

Er is weinig reden aan te nemen dat het ervan komt. De Tour de France doet het deze zomer, net als in 2006, zonder ploegentijdrit. In de Ronde van Spanje worden twee individuele tijdritten interessanter bevonden. Alleen de Giro d’Italia plande het onderdeel in.

Het maakt het evenement in Eindhoven (48,6 km) nog steeds tot een voor veel ploegen ongewenste onderbreking van het ritme van meerdaagse koersen als de Ronde van Zwitserland en de Ster Elektrotoer. Maar ook de nasleep van de Dauphiné Libéré laat zich zien op de startlijsten.

Bij Rabobank beweren ze zonder blikken of blozen de sterkste renners te hebben opgesteld. Maar ploegleider Erik Breukink geeft toe dat het weinig zin had Denis Mentsjov te vragen na de Dauphiné een stukje te fietsen naar Helmond, Best en terug.

Breukink lacht. De dag heeft een onverwachte meevaller opgeleverd voor zijn ploeg. Bram de Groot heeft ’s ochtends zijn schroom voor de strijd tegen de klok overboord gegooid als blijkt dat hij in afwezigheid van Dekker, Posthuma, Mentsjov en Flecha tot beste tijdrijder is gepromoveerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden