Prachtig is dat, zo'n zweepslagtrekstoot

Drie Nederlanders doen deze week mee aan het hoofdtoernooi van het WK biljart artistiek in Amsterdam: Sander Jonen, Ruud de Vos en Rob Scholtes....

De wondere wereld van kop-, doorschiet- en zweepslagtrekstoten is vooreven in Amsterdam neergestreken, om het WK biljart artistiek af te werken.Een select gezelschap aast op de door de Mexicaan Roberto Rojas vier jaargeleden in Frankrijk veroverde, maar vrijwillig opgegeven, titel.

Kort voor het toernooi in het Amsterdamse biljartcentrum Osdorp, dat toten met zaterdag duurt, rolt een fax van de Mexicaanse bond binnen. Rojasheeft geen zin om te komen, omdat hij de onderscheiding, behorende bij heteerste wereldkampioenschap in de biljartsport voor een Mexicaan, nimmerheeft ontvangen.

Desondanks is Mexico is goed vertegenwoordigd bij de 26ste editie, metzes spelers. Een van hen, een mindere godheid, staat woensdagmiddag in delaatste kwalificatieronde tegenover Rob Scholtes: Facundo Prieto. Voor de42-jarige Voorschotenaar staat veel op het spel. Hij moet zich zien teplaatsen voor het hoofdtoernooi, de beste zestien. Dat lukt, en daar isScholtes heel tevreden over. Vooral over de laatste set, waarin hij honderdprocent scoort.

Biljart artistiek is het moeilijkste onderdeel van de biljartsport.Vroeger heette het gewoon kunststoten. Twee Nederlanders staan op deerelijst van wereldkampioenen: Jean Bessems in 1985 en 1989, FransBelderbos in 1991. Het is prachtig om de biljarters bezig te zien met deuiterst ingewikkelde technische hoogstandjes.

Het gaat om het bedwingen van 100 patronen (vroeger 68), die inmoeilijkheidgraad variëren. Elke speler krijgt drie pogingen de carambolete maken. Die levert punten op. Nieuw is dat tegenwoordig in sets(best-of-five) wordt gespeeld. De winst in de partij blijft belangrijk,zeker zo belangrijk is het percentage geslaagde figuren.

Scholtes is een van de spelers die grote moeite heeft met deomschakeling van ivoren naar plastic ballen. Een paar jaar geleden ontstonddaar in het biljart artistiek grote commotie over. De conflicten zijnbijgelegd, er wordt nu definitief gespeeld met kunststof ballen, het superaramith.

Scholtes is (nog) geen grootheid. Het stuntwerk in Osdorp moeten zijntwee Nederlandse collega's leveren: Sander Jonen en Ruud de Vos. Die speleninternationaal een voorname rol. Al is dat in deze discipline, waarin veelvan het materiaal (keu én laken) wordt gevraagd, betrekkelijk. Er zijnover de hele wereld 250 spelers. In Nederland bedraagt het aantalbeoefenaren niet meer dan dertig.

De beste van het Nederlandse trio - tevens nationaal kampioen - isSander Jonen (32). Hij is de jongste WK-deelnemer, bestiert een eigenvloerbedekkingsfirma in Amsterdam, maar hoeft woensdag de keu nog niet uitte pakken.

Jonen is de nummer drie van Europa. De fraai aangeklede locatie kent hijdoor en door. Hier traint hij, hier speelt hij ook de competitieduels voorzijn club in de eerste divisie driebanden, die door zijn eigen bedrijfwordt gesponsord. Nadeel is zijn geringe lengte, 1.73 meter. Daarom heefthij altijd een krukje bij zich.

Het wordt het eerste WK voor de geboren Amsterdammer die nu in Almerewoont. Een privé-sponsor heeft hij niet, zijn hobby kost hem op jaarbasisgauw 15 duizend euro, schat hij. Jonen heeft er vertrouwen in. 'Ik heb hetgevoel dat ik zo maar wereldkampioen kan worden.' Dat zou hem in een klapdrieduizend euro rijker maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden