Postma is zijn eigen angst voorbij

Iedereen praat over zijn bochten, iedereen bemoeit zich met zijn toekomst en iedereen vraagt zich af hoe goed hij nog is....

OF ALLE commotie rond zijn persoon hem raakt? 'Ach nee, dat gaat langs me heen.'

Maar later in het gesprek, onderuit gezakt in een hotellobby in Calgary en afwezig roerend in een cappuccino, laat Ids Postma waarschijnlijk onbewust een fractie het gordijn van onverschilligheid zakken. 'Iedereen weet het nu zo goed. Je moet het zo doen, je moet dit, probeer dat eens.'

Tegen de verslaggever. 'Wat een geouwehoer. Kunnen we het niet ergens anders over hebben?'

Het is geen winter zoals Ids Postma die gewoon is. Of liever gezegd was. Het vorige seizoen verliep ook al niet volgens plan. De schaatser die in 1997 en 1998 bijna als vanzelfsprekend het ijs regeerde en door insiders Eric Heiden-achtige capaciteiten werden toegedicht, is teruggezakt naar het tweede gelid. Winnen is niet meer zo vanzelfsprekend.

En een sportman die geplaagd wordt door ambivalente gevoelens blaakt uiteraard niet van zelfvertrouwen. 'Ik was derde op het EK, dat is toch niet slecht. Maar het voelt anders. Ik kan meer. Ik ben twee keer wereldkampioen geweest. Bij de grote toernooien kom ik om te winnen. Op mijn eerste EK, in 1994, werd ik vierde. Dat vond ik fantastisch. Nu werd ik derde en was ik eigenlijk niet zo tevreden.

'Het verlangen naar titels is niet minder. Absoluut niet. Misschien wel groter zelfs. Die keren dat ik won, viel het gevoel me eigenlijk een beetje tegen. Daar droom je jaren van en als je dan eerste bent, denk je: was dit het nou? De kick duurt maar een paar seconden. Je stapt van het podium af en het is voorbij. Later ga je pas beseffen hoe bijzonder het toch is. Die kick duurt maar heel kort, maar het is wel verslavend.' - Maar zit het er nog in?

'Ik weet dat ik een heel goede schaatser ben. Alleen, ik heb dit seizoen nog weinig echt goede races gereden.'

Uitleg is overbodig.

'Natuurlijk is het de herinnering aan vorig jaar.'

Op de eerste dag van het Europees kampioenschap dertien maanden geleden verspeelde Ids Postma door een val op de 500 meter zijn heerschappij. Dat kan gebeuren, zegt hij. Maar toegegeven, de mentale naweeën zijn heviger dan hij zelf op dat moment kon vermoeden. Ergens laat Postma zich ontvallen dat er maar twee dingen zijn waarover hij zich druk kan maken: de boerderij en schaatsen. 'Op de boerderij gaat alles goed.'

De week na dat EK zijn alle tv-stations bij hem langs geweest, alle kranten, de radio. Kom maar, zei hij. 'Je moet tegen je verlies kunnen.' En steeds weer die ene vraag: of-ie nu angst had voor de laatste binnenbocht? Steeds weer die terugblik op zijn verloren olympische race tegen Söndrål, toen een misslag in de laatste binnenbocht hem het goud kostte. Steeds maar weer die opmerking dat hij de klapschaats toch eigenlijk maar niks vindt.

Of je wilt of niet, dan gaat ook Ids Postma piekeren. 'Voor dat EK stond ik nooit stil bij vallen. Ik win gewoon die 500 meter, dat gevoel had ik in die jaren daarvoor. Hetzelfde had ik met de 1500 meter. Die afstanden zijn van mij. Zelfs na die val maakte ik me niet ongerust. Oké, shit vanzelf, meteen het hele toernooi naar de knoppen, maar ik was niet angstig of zo. Volgende keer beter.

'Pas later, bij de volgende wedstrijd, merk je dat die val toch in je hoofd zit. Die week erna, bij het NK sprint, schiet het ineens door je hoofd. Sinds dat EK heb ik niet echte superbochten meer gereden. Elke dag was er wel iemand die tegen me zei: sneu, jammer, zielig. Op een gegeven moment krijg je medelijden met jezelf.

'Ik heb nu gemerkt dat je altijd moet knokken. Het ging zo makkelijk. Je wordt Europees kampioen, wereldkampioen, olympisch kampioen, het gaat bijna in een roes. Maar het is niet vanzelfsprekend. Het gaat om kleine dingetjes. De laatste toernooien dacht ik voor de 500 meter steeds: ik moet wel blijven staan. Dan win je dus niet. Maar ik kon niet anders. Ik mocht daar niet vallen.' - Bij het laatste EK was je zichtbaar teleurgesteld na je 500 meter.

'De keren dat ik won, zat ik op de 500 meter voor Ritsma. Als dat niet gebeurt, wordt het heel moeilijk om nog kampioen te worden. Ik baalde van mezelf.'

Het is trouwens niet alleen de val die hem een knauw heeft gegeven. De bijna achteloze wijze waarop officials van de KNSB hem nadien behandelden, doet zo mogelijk nog meer pijn. Nota bene hem, Ids Postma, de enige ster die de schaatsbond trouw is gebleven. Zijn val zou hem als regerend wereldkampioen zelfs deelname aan het WK kosten, voor Postma het bewijs van incompetentie van de selectiecommissie. 'Ik heb geen vertrouwen meer in die mensen.

'Bij dat EK werd ik niet boos. Je realiseert je niet wat de consequenties zijn. Het zal wel meevallen. Ik ben de wereldkampioen, ze kunnen me niet passeren. Dat gevoel. De rechter heeft later toegegeven dat de regels ook in mijn voordeel uitgelegd konden worden. Maar omdat de bond al een beslissing had genomen, konden ze het niet terugdraaien.

'Ik zou willen dat ze bij de KNSB meer rekening met me houden. Dat schijnt onmogelijk te zijn. Ze hebben zich later wel een keer verontschuldigd. ''Sorry, we hadden het ook liever anders gehad, maar we konden niet anders.'' Wat heb ik daar aan! Ik ben vaak te goed van vertrouwen. Het zal wel goedkomen, denk ik dan. Je kan beter een grote bek hebben. Maar zo ben ik niet.'

Dat naar aanleiding van de gebeurtennissen van vorig seizoen de reglementen zijn herschreven en een autonome selectie-commissie is opgericht, kan Postma's argwaan niet wegnemen. Wat telt is dat hij een bondsgetrouwe is en niet iemand uit het gevreesde kamp van de commerciëlen. Zodra in dat spanningsveld conflicten dreigen, kiezen de zogenaamd onafhankelijke commissieleden volgens Postma voor de veilige route.

'Ze zijn bang voor de commerciëlen. Er is al een paar keer gedreigd met juridische stappen. Zodra de commerciëlen even hun zin niet krijgen, willen ze naar de rechter. Zou ik ook doen in hun plaats. Maar het deugt niet.

'Het irriteert me dat je door een grote bek dingen moet afdwingen, of dat je daardoor voordeel krijgt. Die commerciële jongens geven trouwens allemaal toe dat ik vorig jaar benadeeld ben. Dat zeggen ze niet in de krant, maar wel tegen mij. Wat dat betreft zou ik beter in een commerciële ploeg kunnen zitten. Daar worden je belangen beter behartigt.'

Zijn contract loopt af. Diep in zijn hart voelt Ids Postma loyaliteit jegens sponsor Aegon - 'ik heb een fantastisch contract' - maar de band met de bond is in de voorbije maanden ernstig beschadigd. Bovendien liggen er lucratieve aanbiedingen van commerciële teams. Unit4 zou graag een ploeg rond hem en sprintster Marianne Timmer bouwen. Twee jaar terug stond het avontuur hem niet aan, nu neemt de verleiding toe.

'Ik kies voor mezelf, het zal mijn laatste contract zijn. Het is wel bijna zeker dat ik na de Olympische Spelen van 2002 stop. Ik schaats niet voor het geld. Als ik er geen zin meer in heb, stop ik. Maar het zou ook stom zijn te zeggen dat geld bijzaak is. Als er niet zoveel geld in het schaatsen zou omgaan, was ik misschien na '98 al gestopt. Ik kan hier meer mee verdienen dan met wat ook.

'Elk jaar zijn er aanbiedingen. Na dat olympische seizoen kon ik ook naar een commerciële ploeg. Met Gianni Romme had ik het er weleens over. Hij wilde dat heel graag, zijn eigen commerciële ploeg. Van mij hoefde het niet zo. Na de Olympische Spelen wilde ik niet meteen in zo'n stresserige situatie komen. Nu ligt dat anders.'

Bovendien, misschien zou een nieuwe ploeg wel net die prikkel geven die hij nodig heeft. 't Is leuk in de kernploeg, zegt Ids Postma, maar er is niemand aan wie hij zich daadwerkelijk kan optrekken. Niet zoals vroeger, toen Romme er nog was, en Hersman. 'We trainden wel individueel, maar je stimuleerde elkaar toch. Dat was een mooie tijd.' Bij Unit4 zou hij in Christian Breuer een nieuwe, inspirerende trainingspartner kunnen vinden.

'Het is wel makkelijk dat er in een ploeg een gelijkmatig niveau is. Dan kun je je aan elkaar optrekken. De kernploeg is gezellig, maar er is niemand die mijn kracht en snelheid heeft.'

Trouwens, Gemser stopt er ook mee na dit seizoen. Toch? 'Dat zeggen ze.

'Ik heb veel vertrouwen in Gemser. Maar ik ga hem niet overhalen om nog twee jaar te blijven. Ik wil niet dat iemand blijft omdat ik het vraag. Gemser heeft zelf al eens tegen me gezegd: ''als je iets anders wilt, zeg het dan.'' Of Gemser nou mijn trainer is of een ander, ik moet het in de eerste plaats zelf doen.'

Ids Postma heeft eigenlijk maar één ding nodig. 'Na het EK in Hamar heb ik tegen Gemser gezegd: dit was de laatste keer. Ik ken die bocht nu wel. De volgende keer vlieg ik er gewoon in. Het gaat nu goed en anders gaat het maar niet goed.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden