Reportage 3D-Boogschieten

Pok, doet de pijl, in het nep-edelhert

Beeld Renate Beense

Nieuwe hobby: met pijl en boog à la Hunger Games-heldin Katniss Everdeen op nepdieren schieten. Waarom? De rust.

Zoefff, gaat de pijl. En dan: pok. ‘Yes!’ De boogschutter, een Duitse vrouw, lijkt met haar lange blonde haar, lange benen en dito boog wel wat op een Germaanse amazone. ‘Dat geluid wil je horen’, zegt ze in het Engels, achteromkijkend naar de groep. Ze heeft net vanaf 40 meter een pijl in de nek van een hert geboord. Dat is niet zielig, want het hert is een namaakexemplaar van kunststof. Vandaar die pok van de pijl, die in het stevige materiaal landt. Dat is het goede geluid. Wat je niet wil horen na de zoefff, is het geritsel van een pijl die op de grond tussen de bladeren landt. Hoe meer je boogschiet, hoe blijer je wordt bij het horen van die ‘pok’, zal ik vandaag ontdekken.

Beeld Renate Beense

Rond het kasteel Doorwerth, vlak bij Arnhem, is in een natuurgebied een parcours uitgezet met 34 nepdieren. Ik ga er 3D-boogschieten. 3D, omdat de doelen nagemaakte dieren zijn en geen platte schietschijven die bij het reguliere boogschieten worden gebruikt. De zes boogschutters met wie ik optrek, vormen een vriendelijk, gemêleerd gezelschap. Die Duitse vrouw dus, met een vriendin. En vier mannen. Mark de Rijk (33) heeft als enige een traditionele houten boog, een lang, rank exemplaar dat zo uit een verhaal lijkt te zijn geplukt. Jonkie Bram de Groot (20) is meegekomen met Arthur Verschuren (51) en Jan van der Sluis (61), echte veteranen in de boogwereld. Van der Sluis, drievoudig Nederlands kampioen, is een legende in boogschutterskringen. ‘Wat Jan doet, dat is wereldklasse’, zegt De Rijk. De Groot: ‘Ik heb vaak meerdere pijlen nodig om het doel te raken, Jan meestal maar één. Jan is Jan, zullen we maar zeggen.’

Nieuwe tak

3D-schieten is een relatief nieuwe tak van handboogschieten in Nederland en wordt pas sinds 2005 officieel erkend door de Nederlandse Handboogbond (NHB). De sport groeit gestaag, zegt Arnoud Strijbis, directeur van de NHB. ‘Veel handboogverenigingen voeren noodgedwongen een ledenstop in. In Almere moeten nieuwe schutters twee jaar wachten voordat ze mee mogen doen.’ En onder de handboogschutters neemt het percentage 3D-schutters toe. Harry Booltink, een van de organisatoren van de ‘3D Doorwerth’ van vandaag: ‘Een paar jaar geleden waren er tien van dit soort 3D-wedstrijden. Inmiddels meer dan dertig.’ En ze zitten allemaal bijna direct vol. Booltink: ‘Onze 230 plekken in Doorwerth waren binnen twintig minuten weg. We kregen klachten van oudgedienden: ‘Hoe konden wij weten dat we zo snel moesten zijn?’’

Beeld Renate Beense

Een mogelijke verklaring voor de groeiende populariteit van de sport is de opkomst van boogschietende helden in de populaire cultuur. Volgens Booltink zagen handboogverenigingen een piek in aanmeldingen toen de dystopische filmreeks The Hunger Games (2012) in de bioscopen draaide, met de boogschietende Katniss Everdeen (Jennifer Lawrence) in de hoofdrol. Omstreeks dezelfde tijd kwam de animatiefilm Brave  uit, met in de hoofdrol de Schotse roodharige boogschutter Merida. En vandaag in Doorwerth worden er ook grappen gemaakt over Robin Hood en Legolas, de boogschietende elf uit The Lord of The Rings (gespeeld door Orlando Bloom).

Een van de jongste deelnemers vandaag is Larissa van Haasteren (17). Zij werd enthousiast over boogschieten toen ze de De grijze jager ging lezen, een populaire boekenreeks met een jonge boogschutter in de hoofdrol. ‘Die kan echt heel goed boogschieten’, zegt Van Haasteren. ‘Dat leek me ook leuk.’ Ze sleepte haar zusje Quincy (15) en haar moeder Marcella (44) mee, die prompt ook verliefd werden op de sport. Laatstgenoemde is inmiddels tweevoudig Nederlands kampioen in haar klasse. Ze laat haar boog zien, een wat korter exemplaar met een stevige grip en krullen aan de uiteinden. ‘Deze heeft Katniss ook’, zegt Van Haasteren lachend. Een andere schutter: ‘Hawkeye van de Avengers heeft er ook zo een.’

Beeld Renate Beense

Als ik aan de beurt ben, krijg ik een vergelijkbaar exemplaar in mijn handen. Ik voel zes paar schuttersogen op me als ik onhandig een pijl aanleg en de vrij zware boog optil. Drie mannen roepen me instructies toe:

‘Arm omhoog!’

‘Hoger!’

‘Hand bij je mond!’

‘Ja! Richten op doel! Nu!’

Ik trek de strakke pees aan, het is behoorlijk zwaar. Snel mik ik en laat ik los – op de een of andere manier slaat mijn hand hard tegen mijn voortanden. ‘Hoe krijg je dat voor elkaar?’, zegt De Rijk. De Groot: ‘De meeste mensen krijgen eerder de pees tegen hun arm.’ Ik heb geen idee waar de pijl terecht is gekomen. Veel te laag, blijkt.

De tweede pijl gaat iets beter: tussen de poten van het beest. Er is hoop. Nu nog die pok horen.

De 230 boogschutters stonden vanochtend om half 10 klaar voor de briefing op het open veld. Ze dragen overwegend groen en camouflage, hoewel de dieren toch in geen geval zullen vluchten. Bogen zijn er in alle soorten en maten, van korte strakke tot sierlijke manshoge houten exemplaren. Ik krijg een recurve jachtboog, de meest gebruikte. Die buigt aan de uiteinden terug, vandaar de naam. Jachtbogen zijn korter dan andere bogen, zodat ze niet aan takken blijven hangen terwijl de jager door het bos struint. Longbows zijn vaak zo lang als de schutter. Bogen, pijlen en accessoires zijn allemaal online verkrijgbaar, al zijn er mensen die hun bogen en pijlen zelf maken. 

Beeld Renate Beense

De spanning van de pees is een factor van belang. Hoe strakker die is, hoe meer kracht je nodig hebt om hem aan te trekken. De spanning wordt uitgedrukt in gewichtsmaten. Mijn ongetrainde armen vinden een 40-pondspees al te veel van het goede. In het 3D-schieten is een 60-pondspees zo’n beetje het maximum, al kende Van der Sluis een schutter die een 120-pondsboog uitprobeerde. ‘Hij trok de pees naar achter en ik hóórde de spier in zijn schouder knappen.’

Bij de meeste deelnemers hangen kokers met pijlen aan een riem om hun heupen. Niet op je rug? Booltink lacht: ‘Dat is niet handig. Een keer voorover bukken en alle pijlen liggen op de grond.’ Van der Sluis: ‘Wel jammer hè, want met de pijlen op je rug is toch stoerder.’ Verschuren: ‘Lijk je meer op Orlando Bloom!’

Stilte

We klauteren heuvels op, stappen over omgevallen bomen, herfstbladeren knisperen onder onze schoenen. Er wordt hier en daar een grap gemaakt, maar het grootste deel van de dag verloopt in stilte. Boogschutters willen zich concentreren. Het is die kalmte, zegt NHB-directeur Strijbis, die mensen aanspreekt. ‘Er melden zich relatief veel mensen aan met psychische problemen als een burn-out. En mensen met autisme. Voor hen is dit de ideale sport: je doet iets samen, maar je hebt geen hordes joelende mensen langs de kant en je hoeft eigenlijk maar op één ding te letten: het doel voor je.’

Beeld Renate Beense

Dolf Schinkel (59), in het dagelijks leven werkzaam als ridder op evenementen (‘Google maar ‘ridder Dolf’, er zijn al drie stripboeken over me gemaakt’), vindt de vereiste concentratie het aantrekkelijke van de sport: ‘Als je moet schieten, moet je je hoofd leegmaken. Dan heb je even geen zieke ouders of gemiste opdrachten meer.’ 

Marcella van Haasteren denkt dat haar tienerdochters veel van boogschieten kunnen leren. ‘Het gaat erom dat je leert focussen. Ze moeten zich leren afsluiten. Dat is in deze samenleving natuurlijk prima. Er komen via telefoon en internet soms zo veel indrukken binnen.’ Om die reden wil de handboogbond volgend jaar, wanneer het WK in Nederland wordt gehouden, op scholen boogschietwedstrijden als examentraining organiseren.

Zeven uur en talloze heuvels later – een beetje conditie is bij 3D-boogschieten geen overbodige luxe – is mijn gezelschap bijna aan het einde van het parcours. Bij mijn laatste doel,  op de helft van de afstand die de anderen afleggen, schiet ik dan toch een pijl in de flank van een edelhert, dat nietsvermoedend staat te grazen in de lege slotgracht naast het kasteel. ‘Pok’, doet de pijl.

VEILIGHEID

Je wilt niet tussen een boogschutter en zijn doel komen, want de pijlen gaan met een noodvaart: de beste boogschutters halen snelheden tot 200 km/u. Volgens Doorwerth-organisator Harry Booltink bepaalt de plaatsing van de doelen de veiligheid van het parcours. De organisatie ziet erop toe dat een missende pijl nooit ver voorbij het doel kan schieten, door het doel op een heuvel te zetten of door er gecamoufleerde rubberen matten achter te plaatsen. Waarschuwingsbordjes moeten wandelaars op afstand houden. En, ook handig, bij beginnende deelnemers worden altijd ervaren schutters ingedeeld. Volgens Booltink gaat er nooit iets mis, ook omdat iedere boogschutter ‘alert is op voorbijgangers’.

SPELREGELS

Het aantal punten dat je verdient als je een doel raakt, hangt af van de plek waar je het dier raakt, en met welke pijl. Met een kill krijg je meer punten dan met een hit. Van een schot in de kill zone zou een echt dier sterven. Per dier mag je maximaal drie pijlen schieten. Als de eerste pijl raak is, levert dat meer punten op dan als pas de tweede of de derde doel treft. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.