Ploegleider Telekom wist tot 1996 helemaal niet wat epo was

Walter Godefroot, voormalig ploegleider van Team Telekom, belegde een persconferentie. Maar waarom eigenlijk?..

Van onze verslaggeefster Marije Randewijk

Stipt om 11 uur ging in zaal Bouquet van het Holiday Inn de persmededeling van Walter Godefroot rond. Drieënhalf A4’tje, in het Nederlands, Engels én Duits. Godefroot als man van de wereld, zo leek het. Maar kennelijk te bevreesd om de wereldpers uit het blote hoofd toe te spreken.

De voormalige ploegleider van Team Telekom zou eindelijk helderheid scheppen over zijn aandeel in de dopingpraktijken van de ploeg die in de tweede helft van de jaren 90 vooral in de Tour naam maakte. Maar van alle ex-werknemers van de Duitse formatie koos Godefroot ervoor ouderwets rond de pot te draaien.

Het maakte van de persconferentie een potsierlijke en onnodige bijeenkomst. Wie niets kwijt wil, kan beter helemaal zijn mond houden. Doordat Godefroot zich in alle bochten wrong om niets te zeggen dat hij niet wilde zeggen, zei hij toch meer dan hij wilde. Van zijn geloofwaardigheid restte na een uur daardoor minder dan voor zijn verklaring.

Tal van renners, onder wie Erik Zabel en Rolf Aldag, gaven afgelopen weken het gebruik van epo toe. Dat gebeurde naar aanleiding van de verschijning van een boek van de voormalige verzorger van hun ploeg, Jef d’Hont. ‘Ik heb het dopinggebruik binnen onze wielerploeg noch georganiseerd, noch gefinancierd. Ik heb géén renners gestimuleerd of aangezet tot het gebruik van dopingproducten. Dit is de grove leugen die Jef d’Hont de wereld heeft ingestuurd’, ontkende Godefroot zijn aandeel in het schandaal. Hij kondigde aan een juridische procedure tegen d’Hont te beginnen.

Volgens de verzorger was Godefroot de spin in het dopingweb bij Telekom. ‘Wat niet kon worden gevonden tijdens een controle, was voor Walter geen doping’, schrijft hij. Ook beweerde d’Hont dat zijn voormalige baas hem ooit zwijggeld bood. Het werkt nimmer uitgekeerd. Wie er gelijk had? ‘Als alles onder ede moet worden verklaard, zal de waarheid wel aan het licht komen’, zei Godefroot.

Hij bleek dinsdag vooral gekomen om zijn reputatie te herstellen. ‘Dat ik ben afgeschilderd als een gewetenloze man, dat heeft mij het meeste pijn gedaan’, bekende hij. Als zijn renners familieproblemen hadden, dan probeerde hij te helpen. Bij financiële zorgen sprong hij waar mogelijk bij. ‘Ik heb me altijd heel sociaal opgesteld.’

Godefroot wist alles over zijn renners, maar niets over hun medische preparatie. Daar had hij geen tijd voor. Zoals het een goede leider betaamt, delegeerde hij veel, betoogde Godefroot.

Ten minste 5 keer werd hem de vraag gesteld of hij ervan op de hoogte was dat Riis, Zabel, Aldag, Dietz, Bölts, Henn en Holm zich met epo injecteerden. Ten minste 5 keer antwoordde Godefroot dat hij zich daarmee niet bezig hield. Dat was een zaak van de artsen. ‘Een mens kan niet alles onder controle hebben. Maar ik ben ervan overtuigd dat zij de renners hebben beschermd. Ze hebben wantoestanden voorkomen.’

Dat hij met die toevoeging impliceerde toch op de hoogte geweest te zijn van het epo-gebruik, wuifde hij weg. Als het hem te heet onder de voeten werd, schermde Godefroot met de toevoeging dat het om gevoelige informatie ging die hem van pas kon komen in de procedure tegen d’Hont en dat hij daarom geen nadere toelichting kon geven. ‘Dat is voor later.’

Godefroot bediende zich voortdurend van dubbelzinnigheid. Het ging erom wat hij tussen de regels door zei. Zo mocht iedereen zelf conclusies trekken uit zijn gang naar de UCI, waar hij voorzitter Verbruggen eind 1996 waarschuwde voor ‘het virus dat zich in het peloton had verspreid’.

Of hij daar zijn eigen renners aan de galg praatte, wilde hij niet vertellen. ‘ Iedereen draagt verantwoordelijkheid voor wat er is gebeurd. Ik pleit niet onschuldig. Maar we leven niet in een modelwereld. Ik heb geprobeerd de gezondheid van de renners te beschermen. Ik ben ervan overtuigd dat ik mijn plicht heb gedaan.’

Godefroot durfde zelfs te beweren tot 1996, het jaar waarin Riis de Tour won, niet eens te weten wat epo was, en ‘geloof mij, op dat moment wist ik niet eens waar het woordje hematocriet voor stond’. Het was een hilarische ontboezeming. En eentje die eenvoudig kon worden weerlegd. Al in 1994 daagde Uwe Ampler Telekom voor de rechter omdat hij zonder het zelf te weten in 1992 en 1993 met epo zou zijn geprepareerd.

‘Achteraf bekeken ben ik naïef geweest’, vond de Vlaming wel. Overtuigend klonk het niet. Hij wist zelf ook niet wat hij bedoelde: ‘Wat is naïef?’, vroeg hij. Van die vertragingstactiek bediende hij zich regelmatig. Of hij nog trots kon zijn op de Tourzege van Riis? ‘Wat is trots?’

Riis had alleen maar gedaan wat de concurrentie ook deed. Niets verkeerd dus, in zijn ogen. ‘Heeft Bjarne meer gezondigd dan de rest? Ik heb er mijn twijfels over. We zullen het alleen nooit weten.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden