Joop Zoetemelk in gele trui naast ploeggenoot Johan van der Velde, met ingepakte elleboog na de ‘iconische’ valpartij.

TerugblikLaatste Nederlandse Tourzege

Ploeggenoten van toen: in de Tour van Joop zat het vaak tegen

Joop Zoetemelk in gele trui naast ploeggenoot Johan van der Velde, met ingepakte elleboog na de ‘iconische’ valpartij.Beeld Hollandse Hoogte / Presse Sports

Precies 40 jaar geleden gleed Joop Zoetemelk als Tourwinnaar over de streep in Parijs, nog steeds de laatste Nederlandse zege. Maar de tegenslagen onderweg waren talrijk.

Het moest die zomer van 1980 in Frankrijk de gedroomde kruisbestuiving worden: klassementsrenner Joop Zoetemelk was na zes jaar trouwe dienst overgestapt van de door Franse renners gedomineerde Mercier-ploeg naar de Nederlandse rittenkapers van TI-Raleigh onder ploegleider Peter Post. Zoetemelk, 33, was vijf keer tweede geworden in de Tour de France en zag na veelvraat Eddy Merckx een nieuw zwart beest op zijn weg: Bernard Hinault. De ‘das’ van Bretonse komaf was in 1978 en 1979 al de beste gebleken. Bij Post wist Zoetemelk zich verzekerd van een geoliede machine die in de ploegentijdritten veel tijd pakte. Post zelf hunkerde naar een zware kandidaat voor het geel in Parijs. Met Hennie Kuiper, in 1979 vertrokken naar Peugeot, was het net niet gelukt. Het was nu of anders misschien wel nooit. Ploeggenoten van toen blikken terug op cruciale etappes.

1 juli, 5de etappe, Luik-Lille

Het regent dat het giet en de kasseien in Noord-Frankrijk liggen er spekglad bij. Er worden tal van stroken uit Parijs-Roubaix aangedaan. Telkens zit Zoetemelk behoorlijk van voren als het peloton zich aan alweer een martelgang zet, maar net zo vaak zakt hij terug. Leo van Vliet ziet het al snel. ‘Joop is niet goed.’

Het gevoel leefde al voorafgaand aan de start in Frankfurt: veel vertrouwen bij zijn nieuwe maten is er niet. Zoetemelk had voor zijn doen een flets voorjaar gereden en had meteen al in de proloog van Tour al een halve minuut op Hinault moeten prijsgeven. Lubberding: ‘We wisten dat er een wonder moest gebeuren om die eraf te kunnen rijden.’

Nee, de meeste ploeggenoten keken niet tegen hem op, toen hij zich bij het team meldde. Waarom zouden ze? Bijna iedereen kende hem al. Cees Priem: ‘Joop was Joop. Joop had geen vijanden.’ Van Vliet: ‘Joop was geen kopman die eiste dat de hele ploeg zich voor hem wegcijferde. Hij zorgde er zelf wel voor dat hij goed zat.’ Lubberding: ‘Joop, daar had je geen omkijken naar.’ Johan van der Velde was wel onder de indruk. ‘Joop was een voorbeeld voor me. Die had zoveel gewonnen.’

Maar in de Noord-Franse nattigheid is hij aan ploeteren en komt toch het dictaat dat ze moeten wachten. Dat is vooral zuur voor Jan Raas en Priem. Zij achten zich kansrijk. Priem: ‘We hebben ons zeker drie of vier keer moeten inhouden, op momenten dat we op kop reden. We waren de beteren, we hadden het kunnen afmaken. Er is flink gevloekt, dit was moeilijk te accepteren.’ Lubberding: ‘Joop was onzeker, hij zat niet zo goed in zijn vel, dan voel je nog de druk nog extra. Dat maakt je angstig. Daar kom je niet meer overheen.’

Zoetemelk wordt 29ste, op 2.11 minuut van etappewinnaar Bernard Hinault, waarmee de achterstand tot bijna vier minuten is opgelopen. Achteraf blijkt dat in deze rit toch de kiem van Zoetemelks overwinning is gelegd: Hinault loopt in de kou en met zijn gestamp op de zware versnelling een peesontsteking in de knie op.

3 juli, ploegentijdrit Compiègne-Beauvais

Het gaat vanaf het begin behoorlijk heuvelop en Peter Post zit zich te verbijten achter het stuur van de volgwagen. ‘Rijen! Rijen!’ Hij ziet dat het negental zich inhoudt. De renners negeren het geschreeuw uit het geopende portierraam. De strategie was al bepaald. Raas had de avond ervoor de renners bij elkaar geroepen. Een herhaling van de eerste ploegentijdrit in Frankfurt moet worden voorkomen. Toen kieperde de sneltrein ongelukkigerwijze Bert Pronk overboord, voorzien als knecht voor Zoetemelk in het hooggebergte. Wegens het overschrijden van de tijdslimiet moest hij naar huis. Volgens Van Vliet keek Raas ook met een schuin oog naar de middag, waar een korte etappe op het programma stond, met kansen voor de sprinters, en dus voor hem.

De oud-ploeggenoten verklaren unisono dat Raas en Gerrie Knetemann het in de koers altijd wel voor het zeggen hadden. Post werd niet er nauwelijks in gekend. Priem: ‘Nu kon het in die tijd ook wel makkelijker. Er was nog geen communicatie.’

Lubberding meent zich te herinneren dat Zoetemelk zelf in het eerste gedeelte ook wat nerveus begon te worden. ‘Joop begon wat te roepen. We hebben ‘m maar laten pruttelen.’ Eenmaal boven, geven de renners vol gas. TI-Raleigh houdt iedereen bijeen en wint de etappe. Zoetemelk kruipt in het klassement dichter naar Hinault toe – het staat te boek als de ommekeer in de Tour. Post is toch ontevreden. Van Vliet: ‘Post was nooit tevreden. Hij vond dat we veel meer tijd hadden kunnen pakken.’ ’s Middags is Raas de snelste in een massasprint in Rouen. Strategie bekroond.

Lubberding wil er geen misverstand over laten bestaan. ‘Er is wel eens gesuggereerd dat wij het algemeen klassement uit het oog hebben verloren, maar vanaf dag één stond vast dat Joop op bescherming kon rekenen. Alleen: we gingen niet op voorhand de hele ploeg aan hem opofferen.’ Volgens hem voelde Zoetemelk zich na zijn matige eerste week wat bezwaard. ‘Hij begon zich ook met die sprints te bemoeien, alsof hij iets wilde goedmaken. Dat was niet de bedoeling. Opzouten, zeiden we tegen Joop. Wegwezen daar!’

11 etappezeges voor TI-Raleigh

Jan Raas (3), Henk Lubberding, Bert Oosterbosch, Cees Priem, Gerrie Knetemann, Joop Zoetemelk (2), twee ploegentijdritten.

10 juli, 13de etappe Pau-Bagnères-de-Luchon

Het peloton trekt zich voor de regenachtige rit van 200 kilometer door de Pyreneeën op gang zonder een gele trui in de gelederen. Hinault heeft zich de vorige avond met zijn pijnlijke knie afgemeld bij de Tourdirectie. Eerder die week heeft hij al in een tijdrit veel moeten prijsgeven op Zoetemelk. Die is hem in de algemene rangschikking op 21 seconden genaderd. De Nederlander vindt het niet gepast om in de etappe de leiderstrui aan te trekken en vertrekt uit respect in het shirt van het team.

Het gaat over de Aubisque, de Tourmalet, de Aspin en de Peyresourde en de klassementsleider wordt meteen op waarde getest; zijn beoogde helpers in het hooggebergte ontbreken. Lubberding: ‘Ik kampte wekenlang met een chronische verkoudheid, eigenlijk al vanaf Luik-Bastenaken-Luik dat jaar. Pas in de laatste dagen van die Tour kon ik eindelijk wat lucht in mijn lijf krijgen.’ Van der Velde: ‘De Pyreneeën lagen mij altijd minder dan de Alpen. Daar loopt het wat gelijkmatiger omhoog. Het was koud en nat die dag.’ Hij kampt ook met pech.

Zoetemelk redt het ook in z’n eentje. Hij houdt stand tegen een machtsblok uit zijn vorige ploeg, Mercier. Hij eindigt als vijfde, op bijna drieënhalve minuut van winnaar Raymond Martin, die al op de Tourmalet ten aanval was getrokken. Het is genoeg om dan toch de gele trui aan te trekken. Later in de Tour, in de Alpen zou hij wederom bewijzen op eigen kracht herstelwerk te kunnen verrichten. Op 14 juli, onderweg naar Morzine, mist hij een vroege aanval. Van Vliet: ‘Hij zat waar ik zat. Dat was niet goed. Hij is toen ongelooflijk hard de Galibier afgereden. De bochten lagen onder het smeltwater. Maar dalen kon Joop ook als de besten.’

Veranderde de stemming aan tafel nu het begeerde shirt om de schouders hing? Niet echt, zeggen zijn toenmalige teammaten. Zoetemelk blijft altijd een van de eersten die naar zijn kamer vertrekt. Wel zitten er minder aan de dis. Raas en Priem zijn afgestapt.

13 juli, 16de etappe, Trets-Pra-Loup

De rit levert het beklijvende fragment van deze Tour op: Johan van der Velde sleurt in zijn shirt van de Nederlands kampioen op de klim naar Pra-Loup aan kop van een grote groep met de favorieten als hij op 2 kilometer voor de finish een zwieper maakt. De achter hem rijdende Zoetemelk in zijn gele trui komt ten val.

Tv-commentator Jean Nelissen: ‘O God, wat een drama, misschien.’

Wat gebeurde er nu precies? Een schakelfout? Een doorschietende ketting? Van der Velde: ‘Ik reed met mijn handen midden op het stuur en wilde gaan staan en tegelijkertijd overpakken naar de bovenkant van de remgrepen. Maar door het zweet gleed mijn rechterhand er vanaf en zwaaide ik naar rechts. Mijn achterwiel kwam tegen Joops voorwiel aan. Daardoor bleef ik staan, maar Joop ging tegen de vlakte. Ik zag aan zijn fiets dat zijn achterwiel kapot was, dus ik heb die van mij er gelijk uitgehaald. Maar de mecanicien kwam al gelijk met een reservefiets aanrennen.’

Jean Nelissen: ‘Nu eens kijken wat Joop kan. Kijk eens, zijn elleboog ligt open. Zijn knie heeft ook nog wat schade opgelopen.’

Van der Velde: ‘Het besef dat Joop hierdoor de Tour had kunnen verliezen kwam pas na de finish. Het gaat zo snel, je ziet hem op de grond liggen, je wilt wat doen, een wiel afstaan. Later dacht ik wel: als hij bijvoorbeeld zijn arm had gebroken, was ik voor eeuwig de renner geweest die Joop beroofde van zijn Tourwinst. Nee, hij was niet boos na afloop. Hij zei: zoiets kan gebeuren. Dat is Joop.’

Nelissen: ‘Daar zijn de achtersten. Is nog alles samen? Ik geloof het wel. Nou, het valt nog mee, dacht ik.’

20 juli, 22ste etappe, Fontenay-sous-Bois-Parijs

Lubberding: ‘Dat je met de gele trui in de ploeg over de Champs-Élysées rijdt, was natuurlijk heel bijzonder. Het was nog even opletten, het kan daar een ijsbaan zijn en voor je het weet ligt je kopman erbij. Maar ik wist: dit is wielergeschiedenis. Geschreven door Joop en door de ploeg. Hij heeft het ook gehaald dankzij ons.’

Priem: ‘Ik ben nog naar Parijs gegaan, maar ik heb de koers zelf niet meer gezien. Ik moest de dag erna nog een criterium rijden. Daar had je meer aan.’

Van der Velde: ‘Ik was trots. Op de ploeg, op Joop. Dit was zijn enige kans geweest. Hij werd er ook niet jonger op. Hinault zou weer terugkeren. Het was een eer om deel uit te maken van het succes. Ik ben daar een betere renner geworden.’

Van Vliet: ‘Knetemann was slim die dag. Hij ging naast Joop rijden. Hij wist natuurlijk dat die foto voor de eeuwigheid was. Je kunt wel honderd keer Gent-Wevelgem winnen, maar als je zegt dat je in Joops Tourploeg hebt gezeten, maakt dat nog altijd meer indruk. Het staat bij zoveel mensen in het geheugen gegrift. Het was prachtig om erbij te zijn. We hebben met z’n allen gedaan wat we moesten doen.’

Hét moment

Leo van Vliet, toen 24, tweede Tour de France. Eindigde als 51-ste.
‘We stonden met z’n allen na de huldiging van Joop op een balkon van een hotel aan de Champs-Élysées. Daar stond een massa volk. Joop gooide een gele trui naar beneden. Die werd finaal aan stukken gescheurd.’

Henk Lubberding, toen 26, vierde Tour de France. Eindigde als 10de.
‘Het was de tweede individuele tijdrit, 51 kilometer van Damazan naar Laplume. Joop won, nog voor Bernard Hinault. Die werd vijfde. Dat was voor het eerst dat ik dacht: hé, we kunnen het geel pakken.’

Johan van der Velde, toen 23, tweede Tour de France. Eindigde als 12de
‘Ja, dat was toch de val van Joop op weg naar Pra-Loup in de Alpen, door mijn toedoen. De paniek sloeg bij mij pas na de finish toe, terwijl het toch gewoon goed was afgelopen.’

Cees Priem, toen 29, derde Tour de France. 13de etappe afgestapt.
‘Ik won de tiende etappe, van Rochefort naar Bordeaux. Dat was wel mooi, maar ik vond het net zo mooi dat Peter Post daar nooit lang bij stilstond. Die zei: oké, wat gaan we morgen doen? Zo hield hij ons scherp.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden