Pittoresk Woudestein mist allure van eredivisiestadion

Alles is klein aan Excelsior: het stadion (3531 plaatsen), de begroting (3,6 miljoen) en de selectie. De première tegen Roda draait dan ook uit op een nederlaag....

Met stijgende verbazing beziet Simon Kelder zaterdagavond op Woudestein de intocht van een uit Hilversum afkomstig peloton televisievolk: cameralieden, journalisten, mannen met microfoons, kabelsjouwers en analytici nemen bezit van de ontvangstzaal.

Nu pas dringt het tot hem door dat het geen droom was en dat Excelsior, de club die hij dient als secretaris en algemeen directeur, echt is teruggekeerd in de hoogste divisie van het nationale voetbal.

Maar waarom ineens, zo vraagt de baas van de taaie oudpapierclub uit Kralingen zich af, al die drukte? Waarom dit mediaspektakel? Het is in voetbalkringen toch zeker wel bekend dat Excelsior in weerwil van zijn naam geen hoge ogen zal gooien in de eredivisie?

Kelder ziet de bui dan ook al hangen, nog voordat op de premièreavond, waarvoor Roda is uitgenodigd, ook maar één bal is getrapt. ‘Er gaapt een gat tussen de eerste- en eredivisie, en dat wordt alleen maar groter. Eigenlijk zijn we in de eredivisie nergens met ons begrotinkje van 3,6 miljoen.’

Enig soelaas biedt volgens Kelder het feit dat Excelsior enig eigenaar is van het stadion, maar dan ook niet meer dan dat. De derde club van Rotterdam moet het doen met een accommodatie die met zijn ietwat kneuterige capaciteit van 3500 zit- en staanplaatsen eerder pittoresk dan eredivisiewaardig is. Daarmee red je het vandaag de dag in de eerste divisie al bijna niet meer.

Gelukkig heeft Excelsior verderop in de stad een goede vriend, die door de jaren heen in moeilijke tijden zeer behulpzaam is geweest. Feyenoord was altijd wel bereid de nood te lenigen door jonge spelers af te staan. Om ze op de velden van Woudestein, gesitueerd in de schaduw van de universiteit, op te laten leiden en in de eerste divisie te laten harden tot ware profs.

Vorig jaar mocht Kelder maar liefst zeven huurlingen van Feyenoord verwelkomen. Genoeg om het kampioenschap, en daarmee promotie naar de eredivisie, in de wacht te slepen. Kralingen vierde feest, en Mario Been niet minder, want hij kreeg prompt het etiket van succestrainer opgeplakt en mocht vervolgens bij NEC in Nijaan de slag. Voorwaar geen geringe promotie.

Maar hoe is het nu gesteld met de goedgeefsheid van Feyenoord? Hoeveel huurlingen zou Ton Lokhoff, de opvolger van Been, mogen begroeten?

Het reglementenboek van de KNVB bepaalt dat een club in de eredivisie ‘slechts’ vijf huurlingen van een club waarmee wordt samengewerkt, mag opstellen. Twee minder dan vorig jaar weliswaar, maar Lokhoff zou er meer dan tevreden mee zijn.

Het werd er deze keer maar één, de geblokte Ghanese verdediger Chris Gyan. Excelsior moest subiet de spelersmarkt op. De armste aller eredivisieclubs kocht voor een prikje jongelingen met talent en ontfermde zich over afdankertjes die bereid waren in Kralingen hun gram te halen. Om te beginnen in de openingswedstrijd van het seizoen, tegen Roda JC.

Het stadion vult zich zaterdagavond met welgeteld 2825 nieuwsgierigen. Die vallen al snel van verbazing bijna van hun stoel als ze zien dat die ene huurling van Feyenoord maar twee minuten nodig heeft om de bal in het net te deponeren. Maar dan wel in het verkeerde net. Gyan probeert een strakke, lage voorzet van de linkerspits van Roda, Sekou Cissé, te pareren, maar glijdt de bal pardoes langs zijn eigen doelman, Theo Zwarthoed. ‘Van je vrienden moet je het hebben’, moppert een toeschouwer die bijdehand wil zijn.

De tegenslag laat Excelsior niet onberoerd. Het jonge elftal van Lokhoff lijkt er meteen al doorheen te zitten en weert zich amper. Roda trekt het initiatief naar zich toe en schept zich een aantal aardige kansen, maar die zijn aan Van Tornhout en De Fauw (schot op paal) niet besteed.

Roda laat het er verder maar bij zitten. Van de elf van Excelsior is toch geen gevaar te duchten. Te jong, te veel respect voor de tegenstander, te timide, te beschaafd bijna voor het hedendaagse profvoetbal.

Excelsior begaat slechts zeven overtredingen, vijf in de eerste helft, twee in de tweede, ongetwijfeld een Nederlands record. Pas in de tweede helft worden de mouwen opgestroopt en zetten de Kralingers aan voor een offensief. Prompt raakt deze en gene speler in ademnood en moet Lokhoff met drie wissels ingrijpen. Na afloop roept de trainer in allerlei microfoons dat hij trots is op zijn manschappen, maar dat het tijd is bij de directie nog eens aan te dringen op versterking van zijn selectie met een verdediger en een aanvaller die van wanten weet. Misschien dat het dan toch goed zou kunnen komen.

Een uur na de 0-1 keert de rust terug. De ontvangstzaal loopt leeg, de pottenkijkers uit ’t Gooi zijn verdwenen. Simon Kelder heeft het rijk weer alleen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden