Pieter de Waard, blits boegbeeld van Telstar

Hier is Telstar-voorzitter Pieter de Waard. Blits boegbeeld van de tobbende Jupiler League-club uit de IJmond. 'Ik ben mooi van lelijkheid, net als IJmuiden.'

'Ik ben mooi van lelijkheid, net als IJmuiden.' Beeld Valentina Vos

Kansloos gelukkig doolt Pieter de Waard (57) door het stadion. De wedstrijd van zijn Telstar tegen FC Dordrecht is in beweging gekomen en de voorzitter is bewust onvindbaar. De voorzitter kan het niet aanzien, zo'n thuiswedstrijd in zijn eigen stadion, en verkiest een plek waar niemand hem ziet. Poep in de broek van de spanning wenst hij te vermijden, daarom verschuilt hij zichzelf.

Net was-ie nog in de kantine, waar hij op een kuipstoel voor het koude buffet de ondernemers uit de IJmond had toegesproken. Ze konden vaststellen dat de voorzitter met zijn gele gympies - aan de ene kant een witte en aan de andere kant een rode veter - en zijn bont geruite jasje een blitse verschijning is in de monocultuur die de voetballerij heet.

'FC Dordrecht heeft een scorende spits, wij een storende', luidde zijn analyse, voordat de troggen konden worden bestormd. 'Het eten is nu koud, maar het blijft smaken.'

Laat we vooral goed voor elkaar zorgen, had De Waard er stichtelijk aan kunnen toevoegen. Want dit is zijn visie: we kunnen voetbal overmatig veel gewicht geven en telkens de wedstrijd willen houden wie de grootste piemel heeft, maar in de kern gaat het er toch om dat we een geweldige reden hebben om niet thuis te zijn. Geniet daarom, vrienden en vriendinnen, bij de club van de Witte Leeuwen, de club met de meeste rrrr-en in haar naam.

Telstarrrrrrrrrrrrrrrr.

Bitterrrrrballen en bierrrrrrrrr.

De derrrrrrrrrde helft.

Winnen

Als je naar beneden loopt in het stadion, naar zijn werkkamer, kun je hem vaak zien zitten achter zijn laptop. Buiten klinkt geschreeuw en het gefluit van de scheidsrechter, in zijn kamer is het stil en rimpelloos. Hier hoeft hij zich niet de hele tijd zorgen te maken tijdens de wedstrijd. Als Telstar achterkomt, kost het geld, zo ziet hij dat: financieellllle shit. Hoeveel geld vliegt er doorheen? Zoveel vet zit er niet op de botten met een begroting van 2,6 miljoen euro.

Ook daar in de werkkamer zit hij nu niet. Trap op, deur open, buiten kijken, de tribune. Nee, Pieter hebben we niet gezien, zegt een steward.

Een voetbalwedstrijd van Telstar is voor hem geen ontspanning. Kom niet aan met medicatie of meditatie, hij wil godverdomme winnen. Vandaag is het vrijdag de 13de in zijn dertiende seizoen als voorzitter, dan weet je al wat er in de sterren staat: weggedreven worden uit het linkerrijtje. Dat vindt De Waard geen goed vooruitzicht.

Een voorzitter behoeft gecontroleerd, in perfecte staat van diplomatie en berusting, een wedstrijd te ondergaan, maar in hem beuken de golven tegen de waterkering. Het is janken of drooghouden, iets ertussenin bestaat niet.

Hij kan het zo vertellen: zat-ie op de tribune, kon-ie zich ook niet inhouden. Schreeuwde-ie als de eerste de beste dolgedraaide supporter. Totdat de god van Telstar, clubicoon, aandeelhouder en pluchtetijger Chris B. van der Zwan hem tot de orde riep: 'Als je je niet kunt gedragen, ga je maar ergens anders zitten. Een vloekende en scheldende voorzitter, hoe gek wil je het hebben.'

Maar als het om vloeken gaat, denkt deze voetbalvoorzitter en algemeen directeur aan een van zijn voorbeelden: generaal George S. Patton (1885-1945). Zijn andere grote voorbeeld is Malcolm X, de zwarte activist die in 1965 werd vermoord. Probeer je eens voor te stellen dat aan de muur van de werkkamer van de voorzitter van een middenmoter in de Jupiler League de afbeeldingen van deze historische figuren te zien zijn. Behoorlijk funky.

Volop in de strijd

Patton lette ook nooit op zijn vocabulaire, weet De Waard. Om zijn troepen door West-Europa te dirigeren, na de landing van de geallieerden in 1944, haalde de cowboygeneraal een arsenaal aan vloeken en verwensingen van stal. Die vuile klootzakken, die pikzuigende kloothommels moest een lesje worden geleerd, zo parafraseert hij zijn held. Diens manschappen zouden geen kuilen graven om zich te verschuilen, maar om die afgeknalde koleremoffen erin te flikkeren - en doorrrrr.

Dat spreekt De Waard aan, voorop in de strijd, opstaan als iedereen blijft zitten. Met je poten in de klei, een bolknak tussen de kiezen, mee met de troepen, grof in de mond. Ook Patton was onconventioneel en werd niet door iedereen gevreten - net als hij, wil hij maar zeggen.

Na de oorlog kwam de generaal om het leven bij een auto-ongeluk. Op een Amerikaans oorlogskerkhof in Luxemburg ligt hij begraven. Daar is De Waard dussss geweest, verbijsterd zag hij dat er voor zo'n groot man niets anders bestond dan een alledaags wit kruisje.

Ah, daar is de voorzitter weer, nu half verscholen achter een pilaar, het hoofd afgewend van de wedstrijd. Hij had een tijd in een veiligheidsruimte gezeten, bij de toiletten. Penalty voor Telstar!

Beeld Valentina Vos

Een reden voor De Waard om zich weer uit de voeten te maken, richting de bar. 'Ik ga weer, moet je nog wat drinken?'

De pardoes opgekomen vraag - Wat zou Patton in deze situatie hebben gedaan? - lijkt hem niet te hebben bereikt.

Doelpunt, 1-0.

Pieter de Waard zit in restaurant Kop van de Haven in IJmuiden achter een bord met twee gigantische gebakken schollen die hij wegspoelt met een middagbiertje. Het is vrijdag wedstrijddag, een thuiswedstrijd. Na de lunch neemt hij met zijn medewerkers het draaiboek door en aanschouwt hij in het stadion een kleine competitie van verschillende wijken uit de gemeente Velsen, de Telstar Street League-finale.

Hier aan de kop van de haven heb je het zo'n beetje bij elkaar, de splijtstof waarmee voetbalclub Telstar in elkaar is geknutseld. Aan de overkant van het Noordzeekanaal het industriële opperwezen met de rokende pijpen, de Hoogovens. Altijd een belangrijke geldschieter van de club, al was het alleen maar uit schuldgevoel vanwege van de matige milieureputatie. Verder in de IJmond te bewonderen: vele fabrieken, rederijen en schepen - modern geoutilleerde vissersschepen, groot en klein, roestige oceaanstomers, reusachtige cruiseschepen.

Naar zo'n toevallig passerende visserskotter, de Telstar Z509 van schipper Willie van Waes, werd in 1963 deze fusieclub van Stormvogels en VSV genoemd. De boot had zijn naam ontleend aan een Amerikaanse satelliet, Telstar 1, die een jaar eerder de ruimte werd ingeschoten. In het logo van de club is de satelliet terug te zien.

Meer dan een voetbalclub

Nog één belangwekkend feitje: voor elk thuiswedstrijd knalt Telstar, de gelijknamige, opwindende surfhit uit 1962 van the Tornados uit de boxen.

En om niet te vergeten: tot een paar jaar geleden rende gedurende de 63ste minuut Peter Zoontjes met een vlag heen en weer langs de oosttribune. Jomanda werd hij ook wel genoemd, vanwege zijn wedstrijdvoorspellende gaven. Tegenwoordig verzorgt de 77-jarige vooral luchtgitaarsolo's voor de toeschouwers.

Zeg nooit tegen Pieter de Waard: Telstar is een cultclub, met hem als excentriek boegbeeld, een tegenwicht tegen de allesvernietigende commercie binnen de voetballerij, waar poepchique sjeiks en rijke Russen het prachtige schouwspel vakkundig verneuken.

Cultclub 'dat vindt hij dus 'zo'n slap geouwehoer', alsof het hem daar om te doen is. Telstar is in zijn optiek een normale club, zoals de 33 andere betaalde voetbalclubs. Alleen probeert hij 'dwars te denken', en zo gratis publiciteit te genereren, als armlastige club, die voetballend zelden aan de weg timmert.

Dus stelde hij voor om op blauw gras te gaan voetballen, bezette een lokale snackondernemer het veld als 'Occupy Telstar', waren er ludieke acties tegen racisme, beloofde hij spelers op te stellen als ze een tonnetje euro's zouden meenemen. Ook verbindt Telstar zijn naam aan een sociaal-maatschappelijk stichting om te laten zien dat een voetbalclub 'echt meer is dan een voetbalclub'.

'Ik zie mezelf als een romanticus', zegt hij, terwijl hij voorzichtig de schol openmaakt. 'De kleine jongen in mij gelooft in eerlijkheid en oprechtheid. Goed voor elkaar zorgen. Ook in de voetballerij. Je kunt tachtigduizend keer je snoet stoten, maar ik blijf schoppen tegen de drie grote clubs die ons bestelen en laten doodvallen. Die alle miljoenen in Nederland opstrijken en ons een schijntje geven. Je moet het omdraaien en ons de miljoenen geven. Want hoe meer tegenstand wij geven, hoe beter ze worden. Maar ja, ikke ikke ikke.'

Ja, zeggen ze dan: daar heb je 'm weer, de hofnar van de voetballerij, met zijn aparte kleding en uitgesproken meningen. Moeten we hem serieus nemen? Oké, dat beeld veroorzaakt hij deels zelf, geeft hij toe. 'Mijn burleske woordgebruik, en hoe ik beweeg in mijn niet-middle-of-the-road-kleding zorgen ervoor dat ik moeilijk in een hokje te plaatsen ben. Dus word ik malle eppie genoemd, een circusdirecteur. Maar ze vergeten dat ik een introvert weldenkend mens ben, op het filosofische af. Een noeste arbeider, al jaren. De groeten dus, met je zure zooitje.'

Tot zijn 17de voelde hij zich altijd een dom, lelijk ventje. Dyslectisch was hij, en hij zag in de spiegel een rare kop met flaporen, peenhaar en scheve tanden. Hij deugde niet, als gek mavo-klantje, en als je met één vinger naar 'm wees, kreeg-ie een rood hoofd. Maar ergens op de tonen van de skamuziek van Madness en the Specials, eind jaren zeventig, ging het roer om.

Zwart-witte schoenen ging hij dragen, en een curieuze zwart-witte trui trok hij erbij aan. Daar kwam de nieuwe Pieter aan, shuffelend op de rocksteady beat van One Step Beyond. En verdomd, het werkte, zo kreeg hij aandacht, aangedikt met een groot gevoel voor humor.

'Over schuldgevoel stap ik gemakkelijk heen. Als ik alles doe zoals het hoort, ben ik nooit thuis.' Beeld Valentina Vos.

Altijd 17 gebleven

'Ik vond een manier om mezelf staande te houden', zegt hij. 'Zo is het nog steeds. Ik ben geen lolbroek, ik heb een sombere kant. Maar op deze manier houden de mensen van me. Eigenlijk ben ik altijd 17 gebleven, ik wil nog steeds opvallen. Ik ben mooi van lelijkheid, net als IJmuiden. Daarom pas ik hier zo goed.'

Logistiek manager in de olie- en gasbevoorrading was hij, keukenverkoper, ecotoilettenhandelaar, todat hij in de communicatie belandde. Hij bleek goeie trainingen en presentaties te kunnen geven en richtte een eigen bureau op. Zijn vader Jos, oud-voorzitter van Telstar en logistiek manager bij de Hoogovens, wist hem in 2005 te vertellen dat de club een voorzitter zocht.

Was dat wat voor hem? Iets voor een paar ochtendjes in de week, voor erbij. Net zoals zijn vader het altijd had gedaan, van1982 tot 1989, liefdewerk oud papier. Pffffff, zo'n voetbaldier was Pieter de Waard nou ook weer niet. Verder dan de B-13-junioren van Stormvogels had-ie het niet gebracht, altijd met de benen in de knoop. Aan de hand van zijn vader was-ie ook nooit meegegaan naar het stadion. Telstar was geen issue thuis. 'Ik heb een heel rare vader, ik was trots dat hij mijn vader was, de voorzitter van Telstar, maar hij betrok ons nergens bij. Als ik vroeger de bestuurskamer binnenliep, kreeg ik altijd die blik van hem: wat doe jij hier? Wegwezen!'

Nou vooruit, dacht-ie, laat ik het maar doen. De eerste drie jaar dacht De Waard 'knettergek' te worden. Wat was dit voor een open inrichting? Hoe kan ik het doorgronden? Maar opgeven was geen optie - net als generaal Patton - en hij gaf er zijn eigen draai aan.

'Ik vraag me nog steeds af: doe ik deze klus nu voor mijn vader en zijn voetbalvrienden, of doe ik het voor mezelf? Ik kom vaak tot de conclusie dat ik het eigenlijk voor hem doe - en weet je, daar kan ik goed mee leven. Maar of ik het goed doe, in zijn ogen, dat weet ik niet. Je hunkert toch naar goedkeuring, zelfs als je 57 bent. Ik heb nog nooit een compliment van hem gehad.'

De zoon heeft ook een vermoeden dat de oude harde bestuurskern van Telstar zijn vader een betere voorzitter vindt. Zijn vader is een heer, in al zijn facetten. Dat hoffelijke heeft hij ook een beetje, maar de wijze waarop hij met de mond de zaak kan ontregelen, is geen familietrek.

Hoor het hem zeggen, terwijl de graat van de schol goed zichtbaar is, inmiddels is hij best tevreden over zichzelf, daar is-ie eerlijk in. Maar die rit voerde wel over een hobbelige weg. Twee keer waren er sessies bij de psychotherapeut voor nodig om hem er bovenop te krijgen. Dat waren perioden dat hij in de spiegel keek en daar een loser van jewelste zag, alsof hij weer die tiener was die niks voorstelde.

Het voelde als een enorme stap om in therapie te gaan, je vindt jezelf toch een slappe zak met een week hartje, maar hij kwam er maar niet uit, voor zichzelf. Verhelderend en confronterend noemt hij het achteraf, en het leerde hem enigszins hoe hij zich als voorzitter van een voetbalclub kon handhaven. Want, in die dertien jaar Telstar, zo durft hij wel te zeggen, is hij geen pepernoot veranderd.

Wel heeft hij het gevoel dat het beste in zijn leven nog moet komen, de kerrrs op de taarrrt. Vrees niet, hij is een echte laatbloeier, dus het kan zomaar gebeuren. Hij wil zich doorontwikkelen net als Malcolm X, die van crimineel in het getto opklom tot zwarte activist. Zo wil De Waard ook geen wortel schieten in het Telstarstadion. Als mogelijkheid nummero één ziet hij zichzelf de grote baas van de KNVB worden. Daar is hij, in zijn ogen, meer dan geknipt voor, als uitslover eerste klas. Laat hem maar de herder zijn van 1,3 miljoen voetbalschapen, hij zou er een hecht collectief van maken, waar iedereen voor elkaar zorgt.

Pieter de Waard. Beeld Valentina Vos.

No eredivisie, no cry

Wat hij níét ambieert, is met Telstar te groot worden. Na de degradatie in 1978 uit de eredivisie is de club nooit meer bij machte geweest hogerop te komen. Een magisch moment zou het zijn als ze de nacompetitie halen, en dan op een schitterende manier net-aan níét promoveren. No eredivisie, no cry. Er is nou eenmaal geen geld voor.

Ze hebben wel eens een rijke Japanner hier aan de deur gehad, of een gevulde Poolse Duitser, beiden met de belofte dat Telstar zo ongeveer de Champions League ging winnen. Dan droom je een nanoseconde even mee met die merkwaardige flirt. Eén keer is hij niet eens komen opdagen toen een lijpe rijkaard gouden bergen beloofde. Had-ie geen zin om een feestje van zijn schoonfamilie af te zeggen.

De Waard staat aan de bar, de tweede helft van de wedstrijd is in volle gang, en hij neemt om de haverklap de toog af met een doekje. Een wethouder schuift aan, net als de projectontwikkelaar en de manager van de fabriek. Bij uitwedstrijden zien ze De Waard trouwens ook zelden. Als-ie twee avonden in de week met de club bezig is, is het welletjes. Blijft-ie op vrijdagavond lekker thuis. Zo ontging hem ooit de wedstrijd om de periodetitel, omdat-ie thuis in bad lag met zijn vrouw. 'Over schuldgevoel stap ik gemakkelijk heen. Als ik alles doe zoals het hoort, ben ik nooit thuis. Maar ja dan loop ik ook in driedelig grijs met foute bruine schoenen. Hé, wat gebeurt er?'

Doelpunt Toine van Huizen, 3-0. Nog een kwartier te spelen.

'We kunnen langzaam naar de tribune', zegt-ie. 'Als het een gelopen koers is, dan ga ik zitten.' In vak E loopt hij naar beneden. Daar zitten zijn zoon Pelle (22) en zijn vader Jos (85). 'Zo Pieter, doet teletekst het niet meer?', klinkt het van de tribune. 'Het scorebord ook niet, net als de speaker.'

Als er een bal over de tribune vliegt, het stadion uit, schreeuwt De Waard: 'Hé, weet je wat zo'n bal kost?!'

'Donny van Ieperen!' yelt de voorzitter, nu door het dolle. 'Donny van Ieperen!'

Dan is er het laatste fluitsignaal en stroomt de kantine vol. De Waard wordt op de schouders geslagen, hij krijgt amper de tijd om zijn bierglas te legen. Zijn vader Jos kijkt het spektakel goedkeurend toe. 'Pieter heeft Telstar weer op de rails gekregen', zegt hij. 'Op geheel eigen wijze. Hij heeft schijt aan dronken naatje.'

De Waard staat buiten het stadion, in het schijnsel van het Telstarlogo. Als hij zo als laatste wiebelend de kantine verlaat, pakt hij de fiets naar zijn huis in Haarlem. Een auto heeft hij niet. En je auto laten betalen door de club, dat vindt-ie zo'n ongelooflijk belachelijk iets. En zaterdag, ja zaterdag, dan gaat-ie pas echt genieten van het voetballen, van zijn zoons bij de Koninklijke HFC.

Met stevige mannenknuffels wordt hij door een groep oud-bestuurders van FC Dordrecht bedankt voor de gastvrijheid. 'Wat een mooie club heb je toch Pieter.'

'Jaaaaaa', beaamt de voorzitter.

'Telstarrrrrrrrr.'

'Ik zie mezelf als een romanticus.' Beeld Valentina Vos.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden