Column Peter Winnen

Peter Winnen over het trauma van de ploegentijdrit

Beeld de Volkskrant

Hoewel een non-specialist in het individuele tijdrijden kwam ik in een ploegentijdrit zelden in de problemen. Dat kwam omdat ik precies aanvoelde wanneer het tijd was van kop te gaan: juist voordat er ergens een fysiek veiligheidsventiel opensprong. Ik beheerste de kunst net genoeg over te houden om achteraan weer in te haken, zodat ik, voor even, het edele sleurwerk aan de zescilinders en nog dikkere motorblokken kon overlaten.

Maar een hobby is de ploegentijdrit nooit geworden. Ik was als frêle klimmer liever vrijgesteld van deze monsterlijke discipline. Daarentegen is het kíjken naar een ploegentijdrit vandaag wel degelijk een liefhebberij van me. Een fraai trauma ligt hieraan ten grondslag. Een fantastisch trauma, mag ik wel zeggen.

De derde etappe van de Tour de France 1983; ploegentijdrit van Soissons naar het achterlijke gat Fontaine-au-Pire. Afstand: honderd kilometer.

Een terzijde. Honderd kilometer is vierenzestig kilometer meer dan die slappe zesendertig waar ik op een tweede scherm met een dwalend oog live naar kijk. Ik ben er voorstander van de minimumafstand voor een ploegentijdrit op honderdvijftig te stellen. Pas dan vinden de mensen mekaar, en wordt een ploeg zeewaardig. Zesendertig kilometer is meer een trucje.

Niet dat een trucje geen pijn doet, maar snelle pijn smaakt nu eenmaal minder. Het is een kleine koorts.

Die ploegentijdrit in 1983. Ik hing er nog aan als vijfde man. Die vijfde man was bepalend voor de eindtijd en moest per se binnenboord blijven. Toen loste de vijfde man, en toen nog een paar keer. Telkens werd hij opgewacht en teruggereden door de achtcilinder Jan Raas de klimmer werd namelijk verondersteld tweeëneenhalve week later ook nog een aardig eindklassement te overleggen. De klimmer kampte met een frisse bronchitis en was ook nog niet hersteld van een tandwortelontsteking. Hij reed sinds kort voor de ploeg Raleigh die op de ploegentijdrit onoverwinnelijk was. Op papier stond de ploeg nog fier overeind, maar in de praktijk was het een gespleten vrucht. De grote leider Raas en de grote ploegleider Post hadden ruzie. Tijdens die ploegentijdrit was het kamp Raas, met uitzondering van hemzelf, half koers reeds gelost. Het grote schisma verkeerde in de absolute eindfase.

Toen was er ook nog die hongerklop. Door een kille tunnel van twintig kilometer ging het naar de finish. Een duister stuk zonder zuurstof.

Mijn lief had het een paar weken eerder uitgemaakt.

En dan nog derde worden in die ploegentijdrit.

Teamwork!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden