AnalyseWK allround schaatsen

Patrick Roest: troostkampioen van een troosttoernooi

Wereldkampioen allround worden is geen hoofdprijs meer. het seizoen van Patrick Roest is nu net niet mislukt.

Patrick Roest na zijn winst van het WK allround in Noorwegen. Beeld EPA

Patrick Roest schaarde zich zondagmiddag in een bijzonder rijtje. Hij staat op één lijn met de Noor Hjalmar Andersen, Ard Schenk, de Amerikaan Eric Heiden en Sven Kramer. Zij wonnen allen in drie opeenvolgende jaren de wereldtitel allround, Kramer deed dat zelfs tweemaal. Toch detoneert de naam van Roest een beetje tussen die illustere kampioenen. De kale statistiek verbloemt dat het WK allround van hoofdprijs is veranderd in een troostprijs.

Klinkende namen zijn het, Andersen, Schenk en Heiden, maar ook namen uit de tijd dat het WK allround het toernooi van het jaar was. Afstandskampioenschappen bestonden tot 1996 niet. Grote kampioenen waren de mannen die bekwaam waren op alle afstanden, de 500, 1.500, 5.000 en 10.000 meter. Specialisten werden meewarig bekeken. Zij troostten zich met de minder belangrijke afstandsmedailles binnen de klassieke vierkamp.

Sinds de invoering van de WK afstanden is dat beeld aan het kantelen, in Nederland langzamer dan elders. Toch kalft ook hier de waarde van de aloude vierkamp (sinds 1893) steeds verder af. Soms noodgedwongen, zoals bij Kramer die zich om fysieke redenen steeds meer als pure 5-kilometerman afficheert. Meestal omdat het trainen op de vierkamp olympische ambities in de weg zit.

Dat Kramers naam wel past tussen de oude kampioenen, dankt hij niet alleen aan zijn allroundtitels. Hij is vooral een groot kampioen omdat hij al vrijwel sinds zijn entree bij de senioren, in 2006, afstandstitels aaneenrijgt. Dertien keer haalde hij goud op de WK afstanden op een individueel nummer, drie keer deed hij dat op de olympische 5 kilometer. Hij is veel meer dan een allrounder.

De 24-jarige Roest moet dat nog bewijzen. Hoewel Orie voor het WK in Hamar vertelde dat de boerenzoon evenveel belang leek te hechten aan het allroundkampioenschap als de WK afstanden, bleek uit diens eigen woorden iets anders. Hij wilde in Hamar iets rechtzetten. Het was een wedstrijd die hij in het licht van het debacle in Salt Lake City bekeek. Daar was Roest niet in de buurt van de prijzen gekomen. Zijn seizoen dreigde op een grote sof uit te lopen. De allroundtitel moest die pijn verzachten, dat verdriet wegwissen.

Was het andersom geweest, had hij op de WK afstanden een titel gewonnen en het WK allround verloren, dan was zijn seizoen zonder twijfel geslaagd geweest. Nu, zonder afstandsgoud en met allroundtitel, is zijn winter hoogstens niet mislukt. Dat is meer dan een woordspelletje. Voor Roest tellen afstandstitels uiteindelijk toch echt zwaarder. De allroundtitel was een troostprijs.

Het zilver voor Sverre Lunde Pedersen net zo’n een doekje voor het bloeden. Na een tegenvallend seizoen, vierde hij zijn tweede plaats uitbundig voor de uitverkochte tribunes in het Vikingschip. Andersom waren de mannen die in Salt Lake City wel afstandstitels veroverden in Hamar over hun top. Zo kwam Ted-Jan Bloemen, wereldkampioen op de 5 kilometer, op die afstand zaterdag niet verder dan de vijfde plaats. Het zal hem niet veel gedeerd hebben.

Bijna overal ter wereld wordt het allrounden op zijn best stiefmoederlijk behandeld en is het langebaanschaatsen opgebouwd rond individuele afstanden. Die vormen de basis waarop topsportbudgetten, met het oog op de Olympische Spelen, worden verdeeld. Omdat allrounden geen olympische discipline is, valt daar in financiële zin weinig te winnen. Niet voor niets hechten veel buitenlandse schaatsers veel meer waarde aan de wereldbekerwedstrijden dan de Nederlanders, die binnen het commerciële model geen zorgen hebben over dergelijke budgetoverwegingen.

De devaluatie van het allrounden is versneld door de manier waarop de internationale schaatsunie ISU vijf jaar geleden de kalender heeft aangepast. Werd voorheen het WK allround in februari gereden en de afstandskampioenschappen pas als het voorjaar al om de hoek piepte, nu zijn de WK afstanden in februari het hoogtepunt van de schaatswinter en is het allroundkampioenschap een nagerecht.

Het is een toetje waar lang niet iedereen meer trek in heeft, zoals bijvoorbeeld Denis Joeskov, die zich liever voorbereidde op de wereldbekerfinale van volgend weekend in Heerenveen en het WK in Hamar liet schieten. Ook in Japan, dat afgelopen weekend verrassend met Seitaro Ichinohe de bronzen medaille veroverde, is het allrounden een duidelijk ondergeschikte discipline. Het is dat er met Nederlander Johan de Wit een bondscoach aan het roer staat, die zich hardmaakt voor de grote vierkamp. Had een Japanner de scepter gezwaaid, dan was de reis naar Noorwegen waarschijnlijk niet gemaakt, vermoedde De Wit.

Het staat dus mooi, die drie allroundtitels op rij, maar Roest zal individuele afstanden moeten winnen op WK’s en de Winterspelen. Anders zal hij nooit de boeken in gaan als een groot schaatskampioen.

Driemaal wereldkampioen allround op rij

Hjalmar Andersen 1950-1952

Ard Schenk 1970-1972

Eric Heiden 1977-1979

Sven Kramer 2008-2010, 2015-2017

Patrick Roest 2018-2020

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden